Beschrijving van bruggenhoofd Gent.
De Structuur van Bruggenhoofd Gent.
Hoe was de bunkergordel opgebouwd en waarom had hij die bepaalde structuur. Ook vindt u hier wat statistiek horende bij de ganse bunkerlinie.
Om de structuur te begrijpen hoe het bruggenhoofd is opgebouwd, is het misschien wel eens leuk dit te koppelen aan een klein stukje geschiedenis. Toen Belgie in 1830 ontstond kreeg het als één van zijn bestaansvoorwaarden mee dat het een neutraal land moest zijn. Dit hield in dat het geen vreemde legers op zijn grondgebied mocht dulden en dus zeker geen partij mocht trekken voor één welker partij in het op dat moment nogal rumoerige Europa. Hier werd een sterke politieke strijd uitgevochten om binnen Europa de touwtjes in handen te krijgen tussen de toenmalige machtstaten binnen Europa, namelijk Engeland, Frankrijk, Pruisen, Oostenrijk-Hongarije en Rusland.
Dit had als bijkomend gevolg dat indien het nodig zou zijn, het land zelf in staat zou moeten zijn, zijn eigen grondgebied te verdedigen tot eventuele hulp van andere Europese landen zou komen opdagen. Dit "Reduit National" moest een goed verdedigbaar stukje van het land zijn waar indien nodig, het leger en de leiding van het land zich voldoende konden verdedigen totdat buitenlandse legers konden meehelpen proberen de indringers opnieuw te verdrijven. In eerste instantie werd daarom de voorkeur gegeven aan Antwerpen.
Antwerpen werd vanaf 1859 omgebouwd in een militaire vesting met 8 grote bakstenen forten (de 8 oudste forten van de binnenste fortengordel).
Toen in de jaren die daar op volgden de artillerie grote evoluties en vernieuwingen kende ontstonden nieuwe problemen. Men slaagde er steeds beter in projectielen verder af te vuren en ook werden de ladingen die afgevuurd werden steeds zwaarder. Hierdoor lagen de eerste 8 gebouwde forten te kort bij de eigenlijke stad waar ze als verdediging waren voor opgetrokken. Ook bleken forten gebouwd in baksteen niet echt meer bestand tegen inslagen van de zwaarste kalibers.
Hierdoor begint vanaf ongeveer 1912 de bouw van de eerste forten van de tweede fortengordel rondom Antwerpen, ditmaal gemaakt in beton. Men ging in de opbouw meestal afwisselend werken met forten en anderzijds schansen. Schansen waren iets kleinschaliger dan de eigenlijke forten.
De lijn gevormd vanaf de Schelde te Antwerpen totaan Bruggenhoofd Gent en verder beneden Gent opnieuw de Schelde, kreeg in Wereldoorlog II opnieuw dezelfde functie als Reduit National. Dit alles opnieuw met de bedoeling in eerste instantie de vijand vast te pinnen op deze lokatie en in tweede instantie de bondgenoten en het eigen leger voldoende tijd te gunnen om zich volledig te organiseren voor de tegenaanval op de vijand.
De vroegere forten en schansen vindt men in verdoken vorm in het bruggenhoofd Gent ook opnieuw terug in de vorm van de 2 weerstandsnesten (+/- vergelijkbaar met een vroeger forten) en de 3 steunpunten (+/- vergelijkbaar met een vroegere schansen). Het enige verschil was dat in dit geval de forten en de schansen niet waren gemaakt uit één aaneengesloten structuur maar uit een aantal kort bij elkaar opgestelde lichtere en zwaardere bunkers die allen een bepaald gedeelte van het terrein bestreken.
Het eigenlijke bruggenhoofd was uiteindelijke opgebouwd uit twee grote weerstandsnesten en nog eens drie steunpunten. De Weerstandsnesten en de steunpunten werden in het algemeen in de vier richtingen verdedigd. De weerstandsnesten waren "Betsberg-Oosterzele" (22 bunkers) en "Muntekouter" (25 bunkers). De steunpunten waren "Semmerzake" (13 bunkers),"Eke" (10 bunkers) en "Astene" (8 bunkers).
Ook de verdere structuur was terugbrengbaar tot militair toegepaste technieken daterend uit vooral de Eerste Wereldoorlog. Tijdens Wereldoorlog I werd van in het begin gebruik gemaakt van wat men toen schuilplaatsen noemde. Dit waren meestal structuren gemaakt van een stapeling van houten balken en bomen waarboven men aarde stapelde. Dit volstond om de soldaten te beschermen tegen rondvliegende scherven van mortierbommen maar dit voldeed totaal niet tegen een directe inslag van een dergelijk projectiel.
In Wereldoorlog I ging men in eerste instantie werken met een enkelvoudig loopgravenstelsel. Men stond tegenover elkaar opgesteld, elk in een enkelvoudig loopgravenstelsel. Het was uiteindelijk de bedoeling de enkelvoudige verdedigingslinie van de tegenstander aan de overkant te proberen breken.
Een eerste nieuwe poging om dit te verwezelijken was het gebruik van zware artilleriebeschietingen op de stellingen van de tegenpartij. Daarom werden er aan beide zijden van het front zoveel mogelijk scherfvrije schuilplaatsen gebouwd.
Toen eind 1914 duidelijk werd dat het westelijke front vastgelopen bleek te zijn en het geheel overging in een stellingenoorlog, ging men het toenmalige loopgravenstelsel uitbreiden naar een drieloopgravenstelsel. In de voorste loopgraaf ging men enkel nog kleine schuilplaatsen bouwen voor de wachtposten. In de tweede en derde loopgraaf bouwde men dan gemineerde schuilplaatsen (meestal minstens 3 a 4 meter onder de grond) De gangen er naartoe waren letterlijk uitgewerkt zoals in de koolmijnen (vandaar ook de naam van gemineerde schuilplaatsen.) De achterste loopgraven waren letterlijk woonloopgraven.
Het is in deze driedubbele loopgravenstructuren dat ook de eerste bunkers in beton en zelfs gewapend beton hun intrede vonden. Deze konden doordat de tweede en derde loopgraaf al verder van het eerste front lagen, vrij eenvoudig opgetrokken worden zonder al teveel hinder van de vijand aan de overkant. Gewapend beton bleek uiteindelijk de beste resultaten op te leveren.
Binnen bruggenhoofd Gent werden De weerstandsnesten en steunpunten onderling met elkaar verbonden door courtines (steunlinies en verbindingslijnen). Men onderscheidt de voorlijn welke A- en AV-bunkers bevatte. De steunlinie die C- en D-bunkers bevatte en de achterlinie die de B-bunkers bevat. Dan heeft men nog een beperkt aantal S-bunkers. Men herkent hier met enige moeite niets anders dan het vroegere drieloopgravenstelsel.
De gehele bunkerlinie bestond uit tweehonderdachtentwintig betonnen bunkers die in het algemeen een portaal hadden dat afgesloten was door een stalen hek met hangslot en één tot drie ruimten afgesloten door een schuingeplaatste gepantserde deur. vier bunkers hadden naast een gedeelte op gelijkvloers ook nog een verdieping. Van de tweehonderdachtentwintig waren er zessendertig uitgerust met een stalen waarnemingskoepel.
Iedere bunker kreeg een naam bestaande uit één of twee letters welke aanduiden waar de bunker in de bunkergordel gesitueerd was. Achter de letters staan cijfers die een oplopende reeks vormden, beginnend van Astene naar Kwatrecht toe. Globaal geteld waren er tweeënzeventig bunkers opgenomen in de weerstandsnesten en steunpunten en nog eens honderdvijftig in de courtines.
Men onderscheidde volgende verdedigingslinies op de bunkerlinie:
- De Weerstandsnesten Betsberg en Muntekouter. Men vindt er in feite de structuur terug die iets verderop in de tekst wordt besproken in de tussenlinies, alleen ligt alles in dit geval compacter bij elkaar. Zowel op Betsberg als op Muntekouter vindt men een voorlinie met vrij kort daarachter een tweede linie, bunkers die dekking gaven aan bepaalde bunkers van de voorlinie. In deze tweede linie vind men hier ook de commandobunkers terug. Op ongeveer een gelijke afstand als deze van de tweede linie tot de voorlinie, vind men achter de tweede linie een effectieve steunlinie terug. Nog meer achteruit vind men nog eens een achterlinie. Deze wordt merkwaardig genoeg zelfs naar de richting van de meer naar achteren gelegen achterliniebunkers verdedigd. In het algemeen liggen de achterliniebunkers in de weerstandsnesten op zelfde hoogte van de steunlinie in de courtines.
- De Steunpunten Semmerzake, Eke en Astene vormen in feite een uitstekend gedeelte op de voorlinie. Ze bestaan in hoofdzaak uit voorliniebunkers gericht in twee of drie richtingen. Daarnaast vind men er nog een beperkte tweede linie of steunlinie terug met daarin ook een aantal commandobunkers.
- De bunkers van deze weerstandsnesten en steunpunten kregen ook een aparte nummering beginnend met de eerste letters van de lokatie waar ze stonden.
- Be =Betsberg
- Mu = Muntekouter
- Se = Semmerzake
- E = Eke
- As = Astene
- A-bunkers of Voorlinie bunkers. De bunkergordel is opgebouwd op een heuvelgordel tussen De Schelde en de Leie. De A-bunkers zijn gebouwd bijna boven aan de top van de helling zodanig dat hun zichtsveld en tevens schootsveld zo groot mogelijk is. Zij vormen letterlijk de voorlinie waar de vijand als eerste samen met de AV-bunker, contact zal mee maken in geval van een treffen. De bunkers kregen een nummer beginnend met een A en een cijfer van 1 tot 46.
- AV-bunkers of vooruitgeschoven bunkers op de voorlinie. Deze staan meestal frontaal in de eerste aanvalslijn. Deze werden geplaatst als het gezichtsveld van de A-bunkers toch nog te beperkt bleek te zijn. Ze liggen dan ook meestal nog iets meer naar voren dan de gewone A-linie bunkers. Dit zijn meestal vrij zware types van bunkers en ze bleken in de strijd bovendien vaak moeilijk te behouden omwille van de plaats waar ze stonden. Deze bunkers kregen een nummer met vooraan AV gevolgd door een cijfer van 1 tot 16.
- De eigenlijke voorlinie, gevormd door A- en AV-bunkers maken uiteindelijk de verbinding tussen de verschillende voorlinies van de weerstandsnesten en steunpunten.
- D-Bunkers of bunkers van de steunlinie. Dit wil zeggen, deze liggen achter de top van de helling. Deze doen pas dienst als de vijand de voorlinie heeft weten te doorbreken. Deze zijn meestal wel vrij van vijandelijke beschieting met artillerie omdat ze achter de heuveltop lagen. Hetzelfde geldt ook voor de C-bunkers. Deze bunkers kregen een nummer beginnend met een D gevolgd door een cijfer van 1 tot 23.
- C-bunkers of commandobunkers in de steunlinie. Deze vindt men op dezelfde hoogte als de D-bunkers. Hier bevond het commando zich van de desbetreffende regio’s. Vaak zijn deze bunkers te herkennen aan het feit dat er een kamer is die geen schietgat heeft. Deze wordt dan gebruikt om bv telefooncentrales op te bouwen of om kaartentafels te kunnen opstellen. Ze kregen een nummer voorafgegaan door een C en een cijfer van 1 tot 18. Er zijn echter op de linie twee nummers, namelijk C11 en C14 die nooit gebouwd zijn. Waarschijnlijk doordat ze telkens zouden gebouwd zijn vrij kort bij een steunpunt of weerstandsnest waar dan reeds een commandobunker vrij kort in de buurt stond.
- De eigenlijke steunlinie gevormd door C- en D-bunkers sluit in het algemeen aan aan de achterkanten van de steunpunten. Aan de weerstandsnesten sluiten zij zelfs aan op de achterlinie van deze weerstandsnesten.
- S-bunkers of de bunkers voor de directe verdediging van Gent. Dit zijn bunkers die letterlijk op de directe verbindingswegen naar Gent stonden. Dit waren er in het totaal maar drie. Twee ervan stonden onder de spoorwegbrug van de spoorlijn Brussel-Oostende, gericht op het treinverkeer komende uit de richting van Brussel. De derde bunker stond stond langs de steenweg van Aalst naar Gent op de rechter kant van de steenweg, kort voor de kerk van Kwatrecht. Van deze bunkers zijn enkel de nummers S5, S6 en S8 gebouwd. Sommigen geven de grote kanonbunkers van de bunker A30 nog de extra nummers S3 en S4 maar dit lijkt mij persoonlijk wat absurd. De zware bunker A30 is uiteindelijk toch één geheel. Het lijkt mij wat onnozel de bunker als drie aparte bunkers te gaan beschouwen. De ontbrekende nummers zouden er kunnen op wijzen dat er origineel nog een aantal extra bunkers voorzien waren die nooit gebouwd zijn.
- B-bunkers of de bunkers van de achterlinie. Deze lijn bevindt zich vaak enkele honderden meters achter de A-linie en de steunlinie en deze lijn vormt een laatste barrière voor de vijand om door te breken naar Gent. Deze bunkers kregen een nummer met vooraan een B gevolgd door een cijfer 1 tot 46.

Hetgene soms verwarrend overkomt is dat alle bunkers in feite twee nummers kennen. Men spreekt van een oud en een nieuw nummer. De nummers die hierboven en in het algemeen doorheen gans de site gebruikt worden zijn de nieuwe nummers. Enkel op de scan's van de originele plannetjes zult u af en toe de oude nummers zien staan.
De oude nummering is in feite opgesteld geweest gedurende de bouw van de bunkergordel. De nummering had in dit geval vooraan een letter van A tot G. Deze letter kwam telkens overeen met één van de zeven bouwfirma's die de bunkers mochten bouwen. Daarachter volgde telkens nog eens één of twee letters die overeenkwamen met de afkorting van de gemeente waarin de desbetreffende bunker gebouwd werd.
Volgende letters werden gebruikt voor elk van de gemeentes:
- A = Astene
- B = Baaigem
- BO = Bottelare
- E = Eke
- G = Gavere
- G = Gijzenzele
- GO = Gontrode
- L = Landskouter
- L = Lemberge
- M = Melle
- M = Melsen
- MO = Moortsele
- M = Munte
- N = Nazareth
- O = Oosterzele
- SC = Schelderode
- SW = Scheldewindeke
- S = Semmerzake
- V = Vurste
- W = Wetteren
Merk wel op dat bepaalde letters gebruikt kunnen worden voor meerdere gemeentes. Omdat de bunkers te bouwen door één bepaalde firma altijd gegroepeerd lagen in één zone van de linie, was het enkel van belang dat er geen verwarring kon ontstaan binnen de bunkers te bouwen door één bepaalde aannemer in één zone. Daarom dat het geen belang heeft dat bv zowel Melsen als Munte afgekort werden met "M" daar de bunkers van desbetreffende gemeentes toch onder twee verschillende bouwprojecten vielen.
Achter deze letters stond dan opnieuw een cijfer oplopend van één tot het aantal bunkers die voorzien waren gebouwd te worden door dezelfde bouwfirma. Deze nummering hield totaal geen rekening met de lokatie in de bunkergordel waar de bunker gebouwd werd. Deze nummering had enkel nut bij de bouw van de linie maar werd eenmaal de linie gebouwd, in officiële geschriften niet meer gebruikt. Dit is ook de reden dat als er aanpassingen moesten gebeuren aan bunkers tijdens de bouw, men steeds blijft verwijzen aan de hand van de oude nummering. Orders en geschriften van het leger uit over bepaalde bunkers, eenmaal de bunkers in gebruik waren genomen, spreken steeds over de nieuwe nummers.
Men moet dan wel steeds opletten want indien men oude en nieuwe nummering door elkaar gaat gebruiken zijn de nummers wel hoofdlettergevoelig.
Zo is Be7 in de nieuwe nummering de zevende bunker in het weerstandsnest Betsberg en BE7 de zevende bunker gebouwd door bouwfirma "B" op het grondgebied van Eke. Dit laatste komt overeen met de bunker E6 (de zesde bunker van het steunpunt Eke).
Statistiek van het Bruggenhoofd (Ganse bruggenhoofd beschouwd)
1. Nog bestaande bunkers:
Dit wil zeggen dat er toch nog 81.1% van alle gebouwde bunkers heden nog bestaat.
2. Bunkers opgedeeld volgens type bunker.
1 kamer mitrailleurbunker |
75 |
32.9% |
2 kamers mitrailleurbunker |
90 |
39.5% |
speciale types |
18 |
7.9% |
mitrailleur-kanonbunker |
18 |
7.9% |
1 kamer commandobunker |
1 |
0.4% |
2 kamer commandobunker |
19 |
8.3% |
bunker tegen directe doorbraak |
7 |
3.1% |
Onbekend |
0 |
0.0% |
3. Bunkers opgedeeld volgens de aard van camouflage.
Soort camouflage |
Aantal |
% |
Tyrolien Mamelonné |
51 |
22.4% |
Gecementeerde huisjes of stalletjes |
68 |
29.8% |
Houten stallen |
32 |
14.0% |
huisjes of stalletjes ommuurd met baksteen |
68 |
29.8% |
Testcamouflages (1 malig gebruikt op linie) |
2 |
0.9% |
ingewerkt in andere structuur |
1 |
0.4% |
Onbekend |
6 |
2.6% |
4. Statistiek van de bewapening van de bunkers.
Voorziene bewapening |
Aantal |
Mitrailleur (MI) of (FM) |
329 |
mobiel 47mm kanon |
18 |
vast opgesteld 47mm kanon |
6 |
mobiel 75mm kanon |
5 |
bunkers waarvan geen gegevens gekend |
0 |
Totaal gekende schietgatbezettingen |
358 |
5. Statistiek van de vuurrichtingen van de respectievelijke schietgaten.
NW |
2 |
0.6% |
W-NW |
6 |
1.7% |
W |
24 |
7.0% |
W-ZW |
29 |
8.4% |
ZW |
45 |
13.0% |
Z-ZW |
34 |
9.8% |
Z |
55 |
15.8% |
Z-ZO |
35 |
10.1% |
ZO |
40 |
11.6% |
O-ZO |
13 |
3.8% |
O |
44 |
12.7% |
O-NO |
13 |
3.8% |
NO |
6
|
1.7% |
schietgaten met geen juiste vuurrichting gekend
|
12 |
|
bunkers waarvan geen gegevens gekend |
0 |
|
6. Statistische weetjes.
2 verdiepsbunkers |
4 |
bunkers met een koepel |
36 |
bunkers voor opstellen 75mm kanon(nen) |
3 |
bunkers voor opstellen mob 47mm kanon |
18 |
bunkers voor opstellen vast 47 mm kanon |
6 |
bunkers tegen directe doorbraak |
6 |
bunkers met een schijnwerper |
6 |
bunkers met een ventillator |
6 |
bunkers met een nooduitgang |
2 |
Om u een idee te geven over de kostprijs van de bunkertjes kunt u deze vuistregels wel in acht nemen.
- Een eenkamers, mitrailleurbunker kostte al snel ongeveer 40.000,00 Bef.
- Een tweekamers, mitrailleurbunker kostte ongeveer 60.000,00 Bef.
- Bunkers tegen directe doorbraak kosten al snel ongeveer 75.000,00 Bef. Dit is dan wel gerekend zonder de kostprijs van het vast opgestelde kanon en een eventuele aanwezige bunker.
- Een koepel betekent al snel een meerprijs van 30.000,00 Bef.
- Bij deze prijzen zijn niet inbegrepen: de wapens nodig voor de opstelling in de bunkers, aanpassingen voor het kunnen opstellen van meerdere types van wapens, chardomes,...
Bij dit alles moet u in het achterhoofd houden dat een gemiddelde arbeider in die tijd ongeveer 500 Bef. verdiende op een ganse maand. |