Home











































Beschrijving van bruggenhoofd Gent.

Gedetailleerde beschrijving van de bunkers en hun bewapening.

Beschrijving van hoe de bunkers er aan de binnen- en buitenkant uitzagen. Welke voorzieningen waren er allemaal gedaan om de onderstanden zo optimaal mogelijk bruikbaar te maken. Welke wapens konden opgesteld worden in de bunkers.

Opstelling van de bewapening in de bunkers van Bruggenhoofd Gent.

De bewapening in de bunkers bestond voor het grootste gedeelte uit mitrailleurs. Zo waren alle mitrailleurbunkers voorzien om één of twee Maximmitrailleurs te kunnen opstellen.

Maxim Lourde vooraanzicht Maxim Lourde achteraanzicht

Houdt wel in het achterhoofd dat geen enkele van de bunkers standaard was uitgerust met deze wapens. Men rekende er op dat de soldaten die de bunkers ten tijde van oorlog gingen betrekken, de nodige wapens mee zouden brengen. 18 bunkers van de linie waren daarnaast ook nog eens voorzien voor het opstellen van een mobiel 47mm kanon. Ook deze waren niet standaard voorzien in de desbetreffende bunkers. Nog eens 6 bunkers waren bewapend met een vast opgesteld 47mm kanon. Dit waren de bunkers die men ging omschrijven als "bunkers tegen directe doorbraak". Dit waren de enige wapens die voor de strijd reeds in de bunkers aanwezig waren. Deze bunkers bezaten ook voor de strijd reeds een aanzienlijke voorraad aan munitie voor deze kanonnen. Als laatste waren nog eens 3 bunkers uitgerust om 75mm veldgeschut te kunnen plaatsen. Ook dit was niet standaard in de bunkers aanwezig.

In geschriften vindt men soms het verschil tussen zware mitrailleurs (MI) en mitrailleurgeweren (FM = Fusil Mitrailleur). Het verschil zit hem in het feit dat de zware mitrailleurs werden voorzien van hun munitie door middel van kogelbanden. De lichtere mitrailleurs of mitrailleurgeweren werden geladen met laders met een beperkter aantal kogels.

Chardome voor Maximmitrailleur

Opstelling van de Maximmitrailleur in een mitrailleurbunker.

Alle mitrailleurbunkers waren standaard voorzien voor het opstellen van de Maximmitrailleur.

Voor het kunnen opstellen van een Maximmitrailleur waren bepaalde zaken noodzakelijk. Zo moest er zeker in elke mitrailleurbunker een speciaal soort stoel geplaatst zijn voor het schietgat, chardome genaamd. In functie van het type van mitrailleur dat opstelbaar moest zijn, waren er twee verschillende types van chardomes op deze linie in gebruik.

Hieronder ziet u twee originele schetsen van het schietgat voor de opstelling van een mitrailleur zoals teruggevonden in de Moskou-archieven.

detail schietgat voor mitrailleur detail opstelling voor Maximmitrailleur
Naast dit chardome, was het ook noodzakelijk dat er in het schietgat een draadstaaf, diameter 40mm, was voorzien. Op deze draadstang zaten dan een drietal moeren.
bevestigingstang schietgat bevestigingsstang met moeren
Daarna kon men over deze draadstang en steunend op het chardome een speciale plaat schuiven. Deze plaat diende als steun voor de eigenlijke Maximmitrailleur op te plaatsen. (schets: Moskou-Archieven)
plaat voor op chardome
De schuinte van de plaat werd dan bijgeregeld door middel van de twee aanwezige moeren. Aan de achterkant schuift de plaat op de stoel of chardome. Deze is voorzien van eindeloopshaakjes zodat de plaat niet van het chardome kon vallen.
plaat voor opplaatsen maximmitrailleur

(de foto hierboven is van een bunker op de KW-linie. Hier waren de chardomes op het beton gevezen. Bij bruggenhoofd Gent zijn ze ingegoten in het beton. Dit is ook de reden dat men de chardomes gemakkelijker terugvindt op bruggenhoofd Gent, en niet bij de KW-linie. Let er ook even op dat bij de KW-linie niet altijd die eindeloopshaakjes geplaatst waren zodat de plaat wel het risico liep van het chardome geduwd te worden.))

Bij deze opstelling hoorde ook steeds een speciaal stoeltje zoals u kunt zien op de foto hierboven. Dit was in hoogte verzetbaar voor de schutter van de mitrailleur.

schets opstelling maxim lourde in bunker
binnenzicht bunker met R-teken op de rechter zijmuur

Interessant om nog te vermelden is het R-merkteken dat men bij sommige bunkers nog vrij goed kan terugvinden op de rechter zijmuur. Dit is een merkteken om de mitrailleur zeer precies te kunnen instellen op een bepaald doel. De uitleg die er bijhoorde is in het algemeen voor een leek onbegrijpbaar, maar ik geef hem u toch eens mee mocht u geïnteresseerd zijn:

Een loodrechte merkstreep wordt op de rechter zijmuur van de schuilplaats getekend (zwarte streep van 10 cm lang boven de letter R). Zij wordt zodanig getrokken dat de hoek gevormd door de schootslijn en de richtlijn door de kijker van de opzetgoniometer, het stuk waterpas zijnde, een rechte hoek is. De as van het schietgat bevindt zich dus altijd in de richting van 1600 - met betrekking tot de merkstreep.

Het is met betrekking tot deze merkstreep dat in het stukbulletin de merkhoeken ingeschreven werden overeenstemmende met de doelen aangeduid op de telemetrische schets. De mitrailleur werd op de verschillende doelen gericht bij middel van de vizierkorrel en de werkgegevens opgenomen op de opzetgoniometer werden op het stukbulletin overgebracht, ze rangschikkende volgens de rechter-middelste of linkerstand van de draaiplaat van de metalen stoel of chardome.
mitrailleurgroep met Maxim mitrailleur Maxim mitrailleur
(Mitrailleurgroep met Maximmitrailleur. Foto: Replica)
(Maximmitrailleur: Foto: Collectie de Muntenaar)
 
Intakte binnenkant bunker voor opstelling Hotchkiss- en Coltmitrailleur

Opstellen van een Hotchkiss- of Coltmitrailleur in een mitrailleurbunker.

Reeds voor WO I gebruikten Belgische soldaten de Hotchkissmitrailleur. Dit type van mitrailleur werd samen met de Coltmitrailleur toch nog vrij courant gebruikt binnen het Belgisch leger bij de uitbraak van de 18 daagse veldtocht.

De eerste twee foto's hieronder tonen een museummodel van een authentieke Hotchkissmitrailleur. Daaronder ziet u een tweetal foto's van soldaten met een Coltmitrailleur. (Foto's: Replica)

 

Hotchkissmitrailleur
Grenadiers met Coltmitrailleur Piot met coltmitrailleur
binnenzicht bunker A36 met vrij intaktje muurtjes naast schietgat

Om deze types van mitrailleur goed te kunnen opstellen had men zowel de draadstang als het chardome niet nodig. De metalen plaat werd dan ook in dit geval verwijderd.

Aan de voorkant van de bunker werden links en rechts van het schietgat twee gewapend betonnen muurtjes voorzien. Deze waren nodig om de voorste steunpoten van de mitrailleur te kunnen plaatsen. Bovenaan de muurtjes werden twee houten blokjes ingebetonneerd. Op deze blokjes konden dan de voorste poten van de mitrailleur geplaatst worden.

Om de achterste steunpoot van de mitrailleur te kunnen opstellen werd achter het chardome in de vloer een metalen voetplaat voorzien waarop een extra metalen poot geplaatst kon worden.

zicht op vloer waar extra voetsteun vastgezet kon worden

Deze metalen poot had bovenaan opnieuw een houten blok met uitsparingen voor het passen van de achterste mitrailleurvoet. Deze derde poot was standaard aanwezig bij de bunkers, uitgerust om dit type mitrailleurs te kunnen opstellen. Jammer genoeg is het blok praktisch nergens meer terug te vinden.

Hieronder ziet u nog enkele detailtekeningen uit het Moskou-archieven.

bovenaanzicht schietgat voor opstelling Hotchkissmitrailleur

Hieronder ziet u nog een detailplannetje van de eigenlijke derde steunpoot alsook een foto van de nog aanwezige poot in de bunker D22 in de spoorwegviaduct van Kwatrecht.

Het plannetje hier rechtsboven zou ook van de bunker D22 kunnen zijn daar dat bunkertje voorzien was voor de opstelling van alle types van mitrailleur. Het getekende chardome is namelijk dit voor het kunnen opstellen van een Bronwning FM30 (zie verder in de tekst.)

details derde steunpoot Derde steunpoot mitrailleur zoals te zien in bunker D22 te Kwatrecht
Bijgevoegd nog een schets van de eigenlijke opstelling van een Hotchkissmitrailleur.
opstelling Hotchkissmitrailleur in bunker
 
Bunker uitgerust voor de opstelling van een Browning FM30 mitrailleur

Opstellen van een Browning FM30 Mitrailleur in een mitrailleurbunker.

Een vierde soort mitrailleur waarvoor ook een beperkt aantal bunkers uitgerust werden binnen de bunkerlinie was de Browning FM30. Dit was voor zijn tijd een modern wapen dat nog volop zijn intrede aan het vinden was binnen het Belgische leger toen de linie werd opgetrokken. Het wapen stond ook beter bekend onder zijn verkorte naam "Bar".

Op de ganse linie werden een vijftigtal schietgaten uitgerust om ook dit soort wapen te kunnen opstellen naast de standaard voorziene Maximmitrailleur.

Hieronder enkele foto's van het desbetreffende wapen binnen het Belgische leger. (Foto's: Replica)

Browning FM30 mitrailleur

Om dit type mitrailleur te kunnen opstellen moest het chardome aangepast worden. Er dienden namelijk achteraan de boog twee extra bakjes te worden voorzien. Hierin bevonden zich twee eikenhouten blokjes. Deze dienden voor het plaatsen voor de achterpootjes van de driepikkel van de mitrailleur.

intakte chardome voor FM30 detail achterkant chardome voor FM30
Hierbij nog twee schetsen van de opstelling van het chardome ten opzichte van het schietgat en twee detailschetsen van het aangepaste chardomes. Het betreffen hier opnieuw schetsen zoals teruggevonden in de Moskou-archieven.
aanpassing schietgat voor FM30 situatieschiets chardome tov schietgat
zijaanzicht chardome voor Browning
Ook in het schietgat moest nog een aanpassing gebeuren om de derde vooruitstekende poot van de driepikkel te kunnen vastzetten. Daarom was in het schietgat dan ook nog eens een extra uitsparing voorzien waarin ook een specifiek houten blokje stak. Dit diende voor het plaatsen en vastzetten van de voorste steunpoot. Opnieuw moest voor het kunnen plaatsen van de mitrailleur de grote ijzeren plaat over de draadstang en liggende op het chardome verwijderd worden.
schets klem in schietgat voor FM30 mitrailleur

Hiernaast ziet u nog een schets van het houten blok en de klem om de derde poot van de mitrailleur in het schietgat vast te zetten. (Moskou-archieven)

Hieronder ziet u twee foto's van eenzelfde blok met klem zoals nog teruggevonden op het bruggenhoofd.

Bijgevoegd nog een schets van de totaalopstelling in dit geval.
opstelling FM30 Browning Mitrailleur

Op deze link vindt u de volledige originele lijst met opstelbare wapens in de bunkers van bruggenhoofd Gent voor wat de mitrailleurs betreft. Deze originele lijst is zeker geen heilig iets want er zitten bunkertjes bij die niet stroken met de realiteit die nog kan teruggevonden worden op het terrein. Kijk voor de afwijkingen die reeds gekend zijn eens bij de opmerkingen onderaan de lijst door mijzelf bijgevoegd.

De Bunkers voorzien voor het plaatsen van een mobiel C47-kanon.

Op het ganse bruggenhoofd vond men 18 van dergelijke bunkers. Het gaat in dit geval telkens over tweekamersbunkers. De ene kamer is volledig afgescheiden van de andere. Een kamer is bedoeld voor de opstelling van een mobiel 47mm kanon. De andere kamer was geschikt voor de opstelling van een mitrailleur. Soms was deze mitrailleurkamer ook nog eens voorzien van een koepel.

Men kan deze bunkers vrij gemakkelijk herkennen daar het toch de zwaardere modellen van bunkers zijn die men op de linie kan terugvinden. Ook is het schietgat voor een mobiel kanon merkelijk hoger en breder dan een schietgat voor een mitrailleur. Het schietgat bood ook minder bescherming aan de bedieners van het kanon dan een schietgat voor mitrailleurs.

Wel het vermelden waard is dat deze dubbele bunkers, een mitrailleurkamer met eventueel een koepel en de kanonkamer telkens ten opzichte van elkaar opgebouwd werden als twee onafhankelijke bunkers. De twee kamers konden dan ook zonder probleem voort functioneren als bunker, zelfs al was de ene kant van de bunker bezet door de vijand. Meestal moest men het dan wel gaan bekijken als was de kanonkamer bezet door de vijand. Er was trouwens een mogelijkheid voorzien om vanuit de mitrailleurkamer de kanonkamer eventueel te kunnen bestoken met handgranaten zonder de mitrailleurkamer te moeten verlaten (hier verderop de tekst meer over).

Hieronder ziet u twee originele detailplannen uit de Moskou-archieven en een buiten- en binnenzicht van een schietgat voor een mobiel 47mm kanon. Het binnenzicht is van de bunker A44 te Kwatrecht naast de Schelde. Het buitenzicht is de bunker A33 te Gijzenzele (Oosterzele) die heden afgesloten is met een ijzeren net voor het schietgat. Het probleem is dat er van deze schietgaten maar zeer weinig zijn die volledig vrij zijn. De meesten zijn nog volledig of gedeeltelijk dichtgemetst. Hierdoor zijn ze meestal niet mooi fotografeerbaar. Enkele jaren geleden werd ongelukkig genoeg de volledig vrijzijnde A33 ook afgesloten met ijzeren, gegalvaniseerde roosters waardoor ook dit exemplaar niet echt mooi meer fotografeerbaar is.

detail schietgat mobiel 47mm kanon
binnenzicht op schietgat mobiel 47mm geschut
grof geschut
Binnenin de bunkers ziet men een telkens terugkerende boogvormige uitsparing in de betonnen bodem voor het schietgat. Soms zijn er zoals op de foto nog zes uitstekende metalen bevestigingsstaven zichtbaar waar ooit iets op bevestigd moet gezeten hebben. In deze boogvorm werd origineel een soort banket geplaatst waar het mobiele kanon werd opgereden.

Omdat de interne ruimte van een dergelijke bunker met inbegrip van het mobiele kanon toch zeer beperkt was, was het geen sinecure om het kanon in deze beperkte ruimte te proberen draaien en richten. Om tijd uit te sparen werd daarom dat staketsel gebouwd. Het kanon kwam in feite op een soort van karretje of chariot te staan die zelf op een boogvormig railstelsel kon verreden worden. Hierdoor was het eigenlijke kanon vliegensvlug verstelbaar van vuurrichting wat zeker een groot voordeel was tijdens de strijd.

Er zijn verschillende geschriften die spreken over deze staketsels, maar telkens moet men u de details schuldig blijven over hoe dit er ooit zou uitgezien hebben daar het nog niet teruggevonden was. Hieronder ziet u originele plannen van dit staketsel opnieuw afkomstig uit de Moskou-archieven.

Details van het staketsel gebruikt voor het plaatsen van een mobiel 47mm kanon in een kanonbunker aan bruggenhoofd Gent.

Hiernaast ziet u de hoofdstructuur zoals geplaatst op de grond. De punt vooraan wijst naar het midden van het schietgat. U ziet hier in feite alleen de boogstructuur die moet dienen om het eigenlijke rolwagentje te laten over bewegen waarop het kanon geplaatst werd.

detail staketsel voor opstelling mobiel 47mm kanon in bunkers bruggenhoofd Gent

Hierboven ziet u de hoofdstructuur dewelke werd bevestigd op de grond. Dit was de boogvorm van twee gebogen profielen die dienst deden als sporen om het geheel van een rolwagen te kunnen over bewegen.

Het wagentje werd dan scharnierend gemaakt met het oog dat telkens zichtbaar is aan de binnenkant van het schietgat van deze bunkers. Hieronder ziet u zowel een verticale als horizontale doorsnede van deze rolwagen.

detail staketsel opstelling mobiel 47mm kanon in bunkers bruggenhoofd Gent

De onderste schets is maar de helft van de rolwagen. Men ziet wel duidelijk de bouten die heden bij sommige bunkers nog terug te vinden zijn op de bodem in de boogvorm. Let ook op de horizontaal getekende oprijstukken die voorzien waren om het kanon vanop het beton achter de toegang, tot op het staketsel te rijden. De achterste kleppen waren scharnierend zodat de verbinding met het achterliggend beton verdween, eenmaal het kanon op het staketsel stond. Ook werd het kanon allicht zeker op één manier verankerd op het staketsel, eenmaal het erop geplaatst was.

Hieronder ziet u nog enkele details van de eigenlijke rolwagen.

detail rolwagen staketsel 47mm kanon

Beschrijving van het Belgische mobiele 47mm geschut.

Hieronder ziet een schets zoals die kon gevonden worden in de eigenlijke handleiding van het F.R.C. (Fonderie Royale des Canons). De schets is deze van het kanon zoals het kon opgesteld worden op zijn veldaffuit, met de wielen los van de grond.

schets 47mm kanon op veldaffuit

Van dit type kanon waren er binnen het Belgische leger twee courante types in gebruik, namelijk het model 1932 en 1936. Model 1936 onderscheidde zich van model 1932 doordat het korter was van model waardoor het ook interessanter werd om gebruikt te worden in de bunkers.

Voor zijn tijd was dit zeker een van de betere antitankkanonnen. Het was zeker de meerdere van het zijn Duitse variant in de strijd die plaatsvond in mei 1940, de PAK37.

Mobiel C47 kanon

(Foto: Collectie de Muntenaar)

Het wapen was geschikt om twee types van granaten af te vuren.

  1. De obussen geschikt voor het doorboren van pantserplaten. Deze haalden hun goede eigenschappen uit een grotere afvuursnelheid van het projectiel. Zij haalden een afvuursnelheid van 675 meter per seconde. De afgevuurde kogel woog 2.61 kg. De ganse obus woog 4.56 kg en bevatte voor het afvuren 0.315 kg explosief.
  2. De obussen met een explosieve kop, geschikt voor artilleriebeschietingen. Deze hadden een afvuursnelheid die een gans stuk lager lag, namelijk 450 meter per seconde. De afgevuurde kogel woog inclusief zijn nog aanwezige explosieve lading van 0.175 kg, 1.665 kg. De ganse obus woog 2.435 kg waarin nog eens 0.140 kg explosieven zaten voor het afvuren van de kogel.
mobiel 47mm kanon in vuurpositie
vooraanzicht beschermplaat foto achterkant 47mm kanon

Drie foto's van een mobiel C47-kanon. Merk op dat in de bunkers de bescherming van de bedieners van het kanon, grotendeels gebeurde door de frontplaat van het kanon. De kans dat een projectiel de binnenkant van de bunker bereikte was met de grotere schietgaten niet uitgesloten. (Foto's: Les Canons Antichars dans la fortification Belge - F. Vernier)

De Bunkers voor het plaatsen van een vast opgesteld C47-kanon in de bunkerlinie Bruggenhoofd Gent. (Bunkers tegen directe doorbraak)

Op het ganse bruggenhoofd vond men 6 van dergelijke bunkers. Het gaat in dit geval over de bunkers beschreven als bunkers ter verhindering van een directe doorbraak. Ze stonden opgesteld langs de belangrijkste directe toegangswegen naar Gent. U kunt in de statistiek wel opmerken dat er maar 6 vast opgestelde kanonnen zijn ondanks dat er 7 bunkers zijn tegen directe doorbraak. Dit heeft dan weer te maken met de bunkers As6 en As7. Dit zijn twee aparte bunkers die eigenlijk pas samen functioneren alsof het één bunker was tegen directe doorbraak.

Bij dit type van kanonbunkers zijn de schietgaten langs de buitenkant nauwelijks groter dan de schietgaten voor mitrailleur. Ze zijn echter langs de binnenkant meer open voor binnenkomend vuur. Vandaar dat er hiervoor maatregelen waren getroffen in de opbouw van het schietgat van de bunkers.

Hieronder ziet u twee detailtekeningen van het schietgat voor zo een vast opgesteld C47 kanon op bruggenhoofd Gent zoals teruggevonden in de Moskou-archieven. Daarnaast zijn er ook nog twee foto's van zowel de voor- als binnenkant van de kanonkamer. Dit zijn beiden foto's van de zware bunker Mu9 te Munte.

detail schietgat voor vast opgesteld 47mm kanon aan bruggenhoofd Gent
grof geschut
vast grof geschut
Men ziet heel duidelijk dat het uitzicht van het schietgat aan de binnenkant in dit geval totaal anders is dan dit voor de opstelling van een mobiel 47mm kanon. Van de buitenkant gezien is het schietgat nauwelijks groter dan dit van een mitrailleur. Aan de binnenkant is het wel veel meer open dan het schietgat voor mitrailleur.
Omdat in dit geval het risico groter was dat projectielen zouden kunnen de binnenkant van de bunker bereiken wegens de grotere opening naar de binnenkant van de bunker toe, werden bij deze schietgaten extra voorzieningen getroffen om eventueel binnenkomende projectielen te proberen tegenhouden. Men ging door middel van een soort katrollensysteem maken dat een plaat, met een uitsparing op de plaats waar de loop van het kanon zat, het binnenzicht van buitenaf ging beperken. Deze plaat was dan mogelijks nog met een dubbel schuivensysteem zodat ook de smalte van het gat kon aangepast worden in functie van de richting waarin het kanon gericht werd.
schets voorkant kanonkamer bunker 47mm vast opgesteld intakte wand met beschermplaten schietgat

Links: schets van het katrollensysteem om het zicht van buitenaf naar binnen in de kanonkamer te beperken. Rechts: foto van de binnenkant van een gelijkaardige bunker in de Ardennen. (Schets en foto: Les Canons Antichars dans la Fortification Belge - F. Vernier)

Hieronder ziet u nog eens gelijkaardige schetsen zoals teruggevonden in het Duitse Denkschrift. Deze schetsen moeten altijd met een korreltje zout genomen worden daar ze meestal wel vrij juist zijn maar meestal vrij algemeen voor alle bunkers in Belgie. Het houd dan ook meestal weinig rekening met kleine onderlinge verschillen tussen bijvoorbeeld verschillende bunkerlinies, vaak gebouwd met reeds enkele jaren tussentijd. Voorlopig houden we het bij deze schetsen bij gebrek aan de schetsen die mogelijks nog te vinden zijn in de Moskou-archieven.

opstelling voor vast opgesteld C47 kanon
(Hieronder ziet u enkele schetsen van zowel de stoel als de ganse opstelling van een vast kanon 47mm zoals hij kan teruggevonden worden in originele plannen voor dergelijke kanonnen. (Bron: Les Canons Antichars dans la fortification Belge - F. Vernier)
schets stoel 47mm kanon
schets vast opgesteld 47mm kanon

Het kanon zelf was in dit geval qua kenmerken identiek aan het mobiele 47mm kanon. Enkel stond het in dit geval gemonteerd op een soort van rolwagen. Deze rolwagen liep dan zelf met 4 wieltjes op smalle rails die in de vloer van de bunker bevestigd waren. Hierdoor kon het kanon achteruit en vooruitgeschoven worden binnen de kanonkamer.

Bij het laden of ingebruik nemen van het kanon werd het schietgat vrijgemaakt en kon het kanon meer naar voor gerold worden. Wanneer het kanon volledig vooraan tegen het schietgat stond, werd het achteraan opgespied zodat het zich niet kon verplaatsen naar achter tijdens het vuren. Tevens was het kanon vooraan met zijn stoel in deze positie verankerd aan het stalen staketsel aan het schietgat. Hiervoor waren er twee kleine gaten voorzien waar de twee pivots van de stoel juist inpasten. Daarmee werd verzekerd dat de stoel van het kanon volledig gefixeerd was, als het kanon ging vuren.

foto van stoel vast opgesteld 47mm kanon vooraanzicht vast opgesteld 47mm kanon

(Foto's: Les Canons Antichars dans la fortification Belge - F. Vernier)

Op de stoel zelf was een gradatie aangebracht om het kanon meer naar links en rechts te kunnen richten. Daarnaast was ook de hoogte van het vuren nog instelbaar. Opmerkelijk is dat deze vast opgestelde 47mm kanonnen, reeds in de bunkers opgesteld stonden voor de linie effectief gebruikt werd tijdens de 18 daagse veldtocht.

vast opgesteld 47mm kanon vast opgesteld 47mm kanon in werking
Foto van een vast opgesteld 47mm kanon. U ziet duidelijk onderaan de rails waarop het kanon voor- en achteruitgeschoven kon worden. (Bron:Replica).
Foto van een vast opgesteld 47mm kanon in werking. (Bron: Replica)

Nog het vermelden waard is dat deze bunkers telkens waren voorzien voor het opstellen van een manuele ventillator. Deze zoog verse buitenlucht aan om daardoor in de kanonkamer overdruk te creëren. Hierdoor ging de vuile lucht via de schietgaten en ventillatiegaten naar buiten. Dit systeem vereiste dan ook een volledig intern gebetonneerd buizensysteem voor de verplaatsing van lucht. Hierover vindt u verder in de tekst meer details.

Belgisch 75mm veldgeschut

De Bunkers voor het opstellen van 75mm veldgeschut op Bruggenhoofd Gent.

Er waren op de ganse gordel drie bunkers voorzien voor het plaatsen van 75mm veldgeschut. Van dit type bunkers staan er twee op het grondgebied van Semmerzake en één op grondgebied Moortsele.

(Foto: Replica)

detailtekening schietgat 75mm kanon in bunker

De schietgaten waren in dit geval nog iets groter en ruimer dan bij de C47 kanonnen. U ziet hieronder naast elkaar een vooraanzicht van één van de schietgaten van de zware bunker A30 te Moortsele en een binnenzicht van de bunker Se2 te Semmerzake op de Tumulusheuvel.

(Plan: Moskou-Archieven)

detail vooraanzicht schietgat voor 75mm veldkanon bruggenhoofd Gent
Opnieuw is in dit geval de structuur gelijkend op deze van de bunkers voor het plaatsen van een mobiel C47 kanon. Er is opnieuw bij elk van de kanonkamers een boogvormig gedeelte voor het schietgat van de bunker, dat merkelijk lager is gelegen dan de rest van de vloer van de bunkerkamer.
binnenkant voor schietgat kanonbunker 75mm veldgeschut
In de boogvorm stond net als bij de bunkers voor een mobiel 47mm kanon, een speciaal gemaakt banket om opnieuw het in de bunker geplaatste veldgeschut eenvoudig en snel te kunnen veranderen van vuurrichting. Het banket is deels wat gelijkend met vertoond toch vrij veel verschillen met het banket van het 47mm kanon. Opnieuw is het hoofdidee een systeem van twee rails in boogvorm waarop een soort stoel kan draaien waarop het veldgeschut is geplaatst. Deze stoel scharniert opnieuw aan een oog dat in elk van de bunkerkamers nog kan teruggevonden worden vooraan het schietgat.
staketsel voor schietgat 75mm kanon in bunkers bruggenhoofd Gent
Schets van het het banket in zijn boogvormige uitsparing voor het schietgat van de kanonbunkers van Bruggenhoofd Gent (Schets: Moskou-Archieven)

Originele schets van het vrij zware staketsel voor de opstelling van het veldgeschut in de bunker. (Schets: Moskou-Archieven)

Als aanvulling ziet u hieronder nog enkele foto's van de zware kanonbunkers. linksboven: het tweede schietgat voor veldgeschut van de bunker A30 te Moortsele. Ook de schietgaten voor grof geschut vertoonden een aanzienlijk niveauverschil. Rechtsboven: Binnenzicht met gelijktijdig zicht op de twee schietgaten van de bunker Se2 te Semmerzake. Linksonder: Het nog altijd dichtgemetste schietgat van Se3 te Semmerzake. Rechtsonder: Opslagplaats voor munitie, dit was speciaal voorzien bij elk van deze bunkers. Naast deze munitieopslag waren de drie zware bunkers voor veldgeschut ook allen voorzien van een koepel.

75mm moortsele Se3
Se2 Se2

 

De metalen bespiedingskoepels van Bruggenhoofd Gent (Cloche de Guet).

schets van koepel zoals terug te vinden in het Duitse Denkschrift
(Schetsen: Denkschrift über die Belgische Landesbefestigung)

Op de linie waren er 36 bunkers uitgerust met een koepel om de omgeving te kunnen aanschouwen. Deze originele koepels zijn allen verdwenen. U vindt hieronder wel nog enkele foto's waar nog duidelijk restanten te zien zijn van de koepels die allen door de Duitsers na de verovering weggebrand zijn wegens nood aan staal en ijzer voor de Duitse oorlogsindustrie. Eén koepel bevatte namelijk om en bij de 6 ton staal.

U ziet dat er bij deze schets over de volledige 360° vier kijkspleten zijn voorzien. Dit was om van de bovenkant van de bunker de ganse omgeving te kunnen afspieden. Er was wel niet zoals velen denken de mogelijkheid om via de koepel op de vijand te vuren. Er was wel de mogelijkheid om via een systeem van spreekbuisjes vuurinstructies te geven naar de mitrailleur- of kanonruimtes beneden. Ook waren de koepels zeker niet draaibaar zoals her en der ook kan teruggevonden worden.

De kijkspleetjes zelf waren uitgevoerd in kogelvrij glas en de spleten zelf waren afsluitbaar met kleine metalen schuifjes. Door het dak van de koepel zat een buis die de mogelijkheid gaf eventueel vuurpijlen af te vuren om zo het terrein te kunnen verlichten bij nacht om de vijand te kunnen observeren.

Schets van de bunker AV5 in betere tijden met duidelijk zichtbare klok
doorsnedes koepel zoals gebruikt aan bruggenhoofd Gent
Doorsnedes van de koepels van Bruggenhoofd Gent zoals teruggevonden in de Moskou-Archieven.

Onderaan de koepel was een luikje dat men moest openen om de koepel zelf te betreden. Dit luikje diende in gesloten toestand ook als platform als men in de koepel stond.

De koepel zelf kon bereikt worden via een reeks van ingebetonneerde klimijzers in de betonwand. Heden vindt men nog zelden veel restanten van de originele sporten. Deze zijn meestal volledig weggebrand. De toegang tot de koepel zat dan ook meestal achteraan één van de twee mitrailleurruimtes. Bij de bunkers met mitrailleurruimte en kanonruimte zat de koepel normaal achteraan de mitrailleurkamer.

Bij de bunkers met een koepel vindt men er verschillende waarbij men de koepel op het plan heeft verstopt onder een zadeldak. De originele bedoeling was dat de soldaten die de bunker bezetten op het moment dat de strijd uitbrak, zelf het dak deels zouden ontmantelen. Dit hield in, het wegnemen van de nodige dakpannen en de eventuele dakconstructie zodanig dat de koepel voldoende zichtsveld kreeg. Er was uiteindelijk veel protest op deze manier van camoufleren van militaire kant. Men protesteerde door te zeggen dat de soldaten soldaten waren en dat het zeker niet hun taak was de halve bunker beginnen te demonteren.

Daarom zijn uiteindelijk alle bunkers van dit type met een puntgevel en dak over de koepel, uiteindelijk gebouwd met een minder stijl dak en is de koepel meestal verborgen op het dak als een soort klokkentoren, verluchtingstorentje of duiventil. Hieronder ziet u een schets van de bunker E5 (in voorontwerp) met de koepel verborgen als een duiventil. (Schets = Moskou-Archieven)

Koepel verborgen als duiventil

Dat men de zwaarte van een dergelijke koepel niet mag onderschatten wordt misschien toch iets duidelijker aan de hand van de foto die u hiernaast kunt zien. U ziet hier de zeer ruw afgebrande koepel van de bunker B36 te Landskouter. De wanden van de koepel zijn op de plaats waar hij afgebrand is, ongeveer 20 cm dik.

Hieronder vindt u nog enkele interessante foto's van bunkers en details van de koepels.

De ruw afgebrande koepel van de bunker B36 te Landskouter
b36
De bovenstaande 3 foto's zijn allen van de bunker B36 te Landskouter. De koepel was hier origineel allicht gecamoufleerd als een klokkentoren. Op de rechter foto ziet men zelfs nog de restanten van het tafeltje. Hier is dit nog zichtbaar omdat de koepel in dit geval zeer ruw en onvolledig is afgebrand.
Links: Binnenzicht door het enige vrije schietgat in de richting van waar ooit de koepelruimte was. Hier zat deze ongeveer in het midden tussen de beide mitrailleurkamers. Het geheel is hier ook wat speciaal uitgewerkt. Rechts: Restanten van de afgebrande sporten achteraan de mitrailleurkamer bunker A42 te Kwatrecht.
A9

Links: Binnenzicht door het gat waar ooit de koepel zat bij de bunker A9 te Astene. Bij deze bunker is later de restant van de koepel ook nog uit de structuur verwijderd. Vandaar de bijkomende schade die men achteraan de bunker kan zien. Bij deze bunker zijn deels de originele sporten nog te zien, net als de originele scharnieren van de dekselplaatjes waar de spieder in de koepel opstond. Rechts: zicht naar buiten vanuit de bunker A42 te Kwatrecht.

Een zeer merkwaardige opmerking die tegenstrijdig is met alle reeds terug te vinden geschriften over bruggenhoofd Gent, is dat het bruggenhoofd niet 35 maar 36 bunkers met een koepel telde. U kunt dit met wat zoekwerk gemakkelijk nagaan in de verschillende bunkerfiches op deze website. De oorzaak van dit verschil ligt hem allicht in het feit dat de originele bestelling van 35 koepels slaat op het originele bouwproject van de eerste 6 bouwprojecten A tot F. Daarna werden nog een aantal extra bunkers bijgebouwd in een iets latere fase, bouwproject G, waaronder de zware bunker A30 te Moortsele die ook een koepel had. Deze koepel is waarschijnlijk dan ook achteraf bijbesteld geweest en zal niet meegeteld geweest zijn bij de originele 35 koepels. Vandaar het verschil van 36 koepels met het altijd al beschreven aantal van 35.

Overzicht van de verschillende gebruikte types van deuren in de bunkertjes van bruggenhoofd Gent.

Het ijzeren hekje aan de ingang van de bunker.

schets poortje ingang bunker
De toegang naar de bunkers was bij alle bunkers ongeveer gelijk. Aan de buitenzijde waren zij afgesloten met een stalen hekje dat op slot was met een hangslot. Dit hekje was aan de achterkant voorzien van een metalen plaat zodat men ook het uitzicht kon krijgen van een volle deur en men niet naar binnen kon kijken in de bunker.

Hieronder ziet u een fotootje van een intakte toegangspoort, inclusief ijzeren achterplaat. Het is echter een bunkertje van de KW-linie. Aan bruggenhoofd Gent is dit bij geen enkele bunker meer terug te vinden.

Daarnaast ziet u een foto waarop u kunt zien wat u maximaal nog terugvindt aan het bruggenhoofd. Het beperkt zich meestal tot een gedeeltelijk beschadigde zijmuur waar ooit de haken voor het poortje hebben gezeten.

Achter dit hekje bevond zich een soort van sas. Men kon dus nooit rechtstreeks vanaf de toegang kijken tot aan het schietgat.

(Schetsen links: Moskou-archieven)

intakt toegangspoortje van de KW linie

 

Het Dubbele ijzeren poortje aan de toegang van de kanonkamers.

De bunkers voor het opstellen van een mobiel 47mm kanon of 75mm veldgeschut, waren eveneens voorzien van een metalen afsluithek. Dit was in dit geval een dubbel hek. Deze twee hekjes waren eveneens voorzien van volle achterplaten om het naar binnen gluren in de bunkerruimte te vermijden.

Van dit type van poort kan ik u tot de dag van vandaag wel totaal geen foto's tonen. Er zijn er zeker geen meer te vinden aan bruggenhoofd Gent. Ook kan ik geen gelijkaardige poortjes tonen van andere bunkerlinies daar ik vrees dat de kanonbunkers enkel gebouwd zijn in een linie aan bruggenhoofd Gent. Ikzelf heb allessinds geen weet van andere linies waar ook dergelijke bunkers gebouwd waren. Alles was toegespitst op mitrailleurs.

Hieronder ziet u enkele originele plannetjes uit de Moskou-archieven als ook enkele foto's van hoe deze toegangen heden nog te zien zijn.

dubbel hek voor kanonbunker aan bruggenhoofd Gent
Hieronder ziet u nog enkele fotootjes van de bunkertoegangen voor de kanonkamers zoals ze heden nog terug te vinden zijn. Meestal zijn ze beperkt geopend of nog volledig dichtgemetst. Vaak zijn de originele toegangen versmald om ze te kunnen afsluiten met een gewone deur. De bovenste twee foto's zijn van de bunker Mu5 te Munte. De foto links onder is van A12 te Nazareth, nog volledig afgesloten. De foto rechtsonder is van de nog altijd fraaie A20 te Baaigem.
Omdat het toegangssas naar de bunker Be5 te Oosterzele zo fraai uitgewerkt is, zou het zonde zijn de toegang niet eens gedetailleerd mee te tonen binnen dit stukje.
fraaie toegang voor mobiel 47mm kanon bij bunker Betsberg 5

 

De Gepantserde tussendeur (lamellendeur) ter afsluiting van de toegang tot de mitrailleurkamers.

De eigenlijke bunkerruimte was dan zelf nog eens afgesloten met een gepantserde deur. Dit was een zware stalen deur met centraal allemaal schuin geplaatste lamellen. Dit diende enerzijds als ventillatie voor de toch al slecht geventilleerde bunkers en anderzijds gelijktijdig als bescherming tegen binnendringende vijanden en kogels. Aan de achterkant van de lamellen, aan de binnenzijde van de bunkerruimte dus, zit nog eens een volle ijzeren plaat waardoor de deur opnieuw volledig kon worden afgesloten. Aan de kant van de mitrailleurkamer waren twee grote hendels voorzien om de deur te kunnen afsluiten tegen indringers.

Hieronder ziet u alvast de schetsen horende bij de originele deuren gebruikt aan Bruggenhoofd Gent.

Links: zicht op deur vanaf de binnenkant van de bunker met de metalen plaat voor de deur - Rechtsboven: detail van grendels - Rechtsonder: doorsnede van de deur. (Schetsen: Moskou-Archieven)

schets gepantserde deur Bruggenhoofd Gent

Omdat er in de schetsen van deze deuren toch twee duidelijke verschillende types terug te vinden zijn, zou ik toch aan de hand van bestaande plannetjes en schetsen de gebruikte gepantserde deuren gebruikt aan Bruggenhoofd Gent en bijvoorbeeld de KW-linie, eens willen vergelijken.

Gepantserde deur TPG
Gepantserde deur KW-linie
gepantserde deur TPB
gepantserde deur KW linie

Bij de deur links lijkt het alsof er nooit een ijzeren plaat heeft voorgezeten. Deze is er ooit wel geweest maar werd door de Duitse bezetter verwijderd bij de grote klopjacht op ijzer in de niet meer gebruikte bunkers. De ijzeren plaat was aan TPG iets smaller dan deze aan de KW-linie. Er is namelijk aan de kant van de scharnier bij bruggenhoofd Gent, een bredere zijbalk aan de deur. Op deze zijbalk zaten orgineel twee kleine vierkante plaatjes met elk een scharnier aan met twee latten die bevestigd waren aan de eigenlijke ijzeren afdekplaat. Deze plaat kon dan net zoals bij de deur van de KW-linie met ijzeren pennen vastgezet worden op de andere deurbalk. Op die wijze kon de ijzeren plaat geblokkeerd worden van te openen. Met de pennen los kon de ijzeren plaat gewoon scharnierend op de eigenlijke gepantserde deur geopend worden (zie foto hiernaast bij de deur aan de KW-linie)

Dat de metalen plaat aan TPG smaller is heeft alles te maken met het kleine schietgat in de gepantserde deur, juist onder de roeste plek waar ooit de scharnier zat. Dit was een klein schuifje dat enkel via de binnenkant kon opengeschoven worden en via hetwelke men de toegang met handwapens onder vuur kon nemen. Aan de KW-linie was dit niet nodig omdat men vaak vanuit een van de mitrailleurkamers een klein schietgat ging voorzien naar het toegangssas door (in dit geval door een

tussenmuur). Dit was eigenlijk ook het systeem dat men eerst in bouwproject A (Wetteren en Melle) origineel ging toepassen door middel van een extra kamertje achter de tweede mitrailleurkamer. In de realiteit is dat kamertje uiteindelijk nergens gebouwd geweest en allicht veel goedkoper vervangen door het schietgat in de gepantserde deur. Op de foto's hieronder ziet u nog eens de kanten van de lamellendeuren gekeken vanuit het toegangssas. De deur van Bruggenhoofd Gent op de foto heeft men ooit willen verwijderen. De assen van de scharnieren zijn namelijk verwijderd. De deur is echter allicht bij een poging om ze te verwijderen door zijn eigengewicht gaan hangen op één van de scharnieren, waardoor ze zichzelf volledig vast gezet heeft tussen de scharnieren en de grond. Ze kan dus niet meer bewegen waardoor de foto ook maar wat ongelukkig getrokken is, achter de grotendeels openstaande deur. Voor de rest zijn de beide deuren van deze kant gekeken praktisch identiek.
Als afsluiter van dit stukje nog een foto van de binnenkant van de vrij intakte bunker B8 te Nazareth, gefotografeerd door het schietgat dat vrij is.
binnenzicht bunker B8 met nog aanwezige gepantserde deur

 

De stalen tussendeuren, voorlopig alleen gebruikt geweest als afscheiding tussen de kanonkamer en de mitrailleurkamer bij de bunkers voor directe doorbraak

Van deze deuren heb ik nog geen plannen kunnen terugvinden in de Moskou-archieven tenzij in het Duitse Denkschrift (zie hieronder). De schets die daar te vinden is, blijkt in realiteit wel niet 100% te stroken met het gammele exemplaar dat we nog terug kunnen vinden op de linie op grondgebied Munte.

Bij de bunker tegen directe doorbraak Mu9, zijn met een beetje oog voor detail, nog de restanten te zien van de deuromlijstingen van een extra deur die zich bevond tussen de kanonkamer voor het vast opgestelde 47mm kanon en de mitrailleurkamer. De metalen restanten zijn allen praktisch verwijderd behalve bovenaan. Deze vaststelling bracht meer duidelijkheid bij een ander merkwaardige vaststelling. Zo blijkt het bunkertje Mu16 dat op privéterrein staat kortbij Mu9, aan de binnenkant voorzien van een merkwaardige metalen deur. Het wil nu wel lukken dat deze metalen deur enkele tientallen jaren geleden gerecupereerd is uit afval dat teruggevonden werd kortbij de bunker Mu9. Deze deur bleek dan ook nog praktisch zonder veel aanpassingen te moeten doen, van afmetingen te voldoen aan de grootte van het deurgat waar ooit een gepantserde deur stond in bunkertje Mu16. De eigenaar van het terrein waar bunkertje Mu16 staat heeft allicht op deze manier een nieuw leven geschonken aan de originele, ondertussen wel in vrij belabberde staat zijnde, tussendeur van de zware bunker Mu9.

Foto Links: Originele deurgat met beperkte restanten deuromlijsting in Mu9. Foto rechts: Gerecupereerde oude stalen tussendeur die ondertussen dienst doet in de bunker Mu16.

restanten deuromlijsting tussen kanonkamer en mitrailleurkamer bunker Mu9 originele tussendeur van Mu9 heden terug te vinden in bunker Mu16

 

Houten camouflagedeuren, houten en metalen camouflageluiken.

Het betreft hier de houten deuren die men vaak terugvond bij de bunkertjes gecamoufleerd als huisjes. Deze deuren maakten het uitzicht als een huisje volledig. Ze verborgen uiteindelijk de eigenlijke toegangsdeur (het hekje) uit het zicht. Vermoedelijk was het ook dit type van deuren dat gebruikt werd om schietgaten te verbergen die verstopt zaten achter een nepdeurgat. Hieronder het originele plan van dit type van deuren zoals kan teruggevonden worden in de Moskou-archieven.

Op de twee onderstaande foto's ziet u links de bunker D12 te Munte en rechts het nog vrij intakte toegangssas van de bunker C8 te Vurste. U ziet tweemaal mooi het deurgat waarin de houten deur zat als camouflage voor het iets verder zittende (en meestal deels lager) eigenlijke toegangshekje.
bunker D12 met nog intakte toegangssas
Hier ziet u dan nog enkele foto's en een schets van bunkers waar ooit camouflagedeuren voor schietgaten zaten. Links ziet u het bunkertje A1 te Astene waar het linker schietgat verborgen zat achter een deur. Rechts de spoorwegbunker D19 waar het linkse schietgat eveneens achter een deur verborgen zat. Daaronder ziet u nog een schets van de bunker C1 te Astene zoals hij er ooit uitzag. Ook hier was het linkse schietgat gecamoufleerd als een deurgat.
bunker A1 te Astene
schets van bunker C1 te Astene met het linker schietgat gecamoufleerd als een deur
houten camouflageluik bruikbaar voor een schietgat
Vanaf hier gaan we even de camouflageluiken en ramen eens nader bekijken. Hiernaast ziet u alvast een plannetje van volledig houten luiken zoals gebruikt aan bruggenhoofd Gent. Dit type van luiken vond men terug bij met baksteen ommuurde bunkers, bunkers gecamoufleerd als een huisje of stalletje (schets: Moskou-archieven) Het meest gebruikt waren allicht de metalen luiken. Op de metalen onderplaat waren meestal houten ramen bevestigd om zo het uitzicht van een gewoon houten raam te geven met daarop een houten raam erop. Op de metalen plaat ging men dan meestal nog gordijnen schilderen. Hieronder het vierkante model van deze luiken met een schets van bunker A32.
metalen luiken bunkers bruggenhoofd Gent
Hieronder volgens hetzelfde type, iets grotere metalen luiken volgens hetzelfde principe. Deze luiken waren meer rechthoekig uitgewerkt. De plannetjes zijn opnieuw uit de Moskou-archieven. Rechts een foto van bunkertje As4 te Astene. Interessant is dat het linker raam effectief een schietgat verbergt. Het rechter was een volledig nepraam op een vals raam van een commandokamer. U ziet als u goed kijkt namelijk ook dat dit raam geen scharnieren heeft. (Foto: collectie J. De Vos)
bunker Astene 4
Gelijkend waren de metalen luiken waarbij men men in feite volledig het uitzicht gaat imiteren van gewone eenvoudige houten luiken met verticale planken. Deze luiken vindt men dan ook meer terug bij de kleine huisjes en stalletjes met baksteen ommuurd. Links ziet u opnieuw een schets uit de Moskou-archieven. Rechts een schets van bunkertje B31 te Bottelare.
schets bunker B31 te Bottelare

Het was wel zeker niet altijd zo dat er in de valse ramen op de zijkanten van de bunkers metalen of houten valse ramen gestopt werden. Bij de met baksteen ommuurde bunkers was dit meestal wel het geval daar door de extra buitenwand de ramen, indien geschilderd of getekend op de gecementeerde betonwand van de eigenlijke bunker, veel te diep zouden gezeten hebben om echt te lijken. Vaak zullen het echter ook enkel houten kaders geweest zijn. De gordijntjes werden dan toch op de gladde gecementeerde achtergrond geschilderd.

De Nooduitgang - Slechts aanwezig bij 2 van de 228 origineel gebouwde bunkers op bruggenhoofd Gent.

We kunnen heden nog de beide bunkers terugvinden op de linie die ooit van een nooduitgang voorzien waren. Het waren er maar 2 op de ganse linie. Waarom juist die twee is dan nog een bijkomend raadsel. Het gaat om de molenbunker AV10 te Gijzenzele en de zware bunker A30 te Moortsele. Dit wil tevens ook zeggen dat in de rest van de bunkers, de soldaten als ratten in de val zaten als er iets zwaar misliep waardoor zij de bunker niet meer konden verlaten langs de eigenlijke ingang.

Hieronder ziet u enkele foto's van een intakte nooduitgang van een bunker aan de KW-linie. De twee originele nooduitgangen nog aanwezig aan het bruggenhoofd zijn namelijk niet echt meer duidelijk als nooduitgangen te herkennen doordat de meeste details ondertussen reeds verdwenen zijn.

uitzicht nooduitgang buitenkant uitzicht nooduitgang binnenkant

Links ziet u de nooduitgang zoals hij gesloten was. Wel moet gezegd worden dat aan de KW-linie de nooduitgang er van buitenaf uitzag zoals u hier ziet. Het uitzicht van dunnen ijzeren profielen op elkaar gestapeld. Van de binnenkant ziet u hetzelfde gat. Het was de bedoeling dat men van bovenaan het gat de ijzeren profielen naar binnen schoof om ze zo in de sleuf dieper in het gat te laten schuiven. De sleuf waarin de profielen geschoven werden zit hoger dan aan de buitenkant het gat komt. Het gevolg is dat men van de buitenkant nooit de ijzeren profielen er kon uitduwen. Men zou de profielen namelijk van de buitenkant kunnen opheffen en dan verder naar binnenduwen wat onmogelijk was daar het gat aan de buitenkant iets minder hoog was.

Hieronder ziet u twee foto's van hoe de nooduitgang heden nog kan gezien worden bij de Molenbunker AV10 te Gijzenzele.

zijaanzicht bunker AV10 te Gijzenzele binnenzicht op nooduitgang

(Links buitenzicht op de nooduitgang van de Molenbunker Av10 te Gijzenzele die zelfs origineel waarschijnlijk nog een gedeelte bedekt zat onder de grond. Rechts binnenzicht op de opening naar de nooduitgang. Alle originele atributen zijn verdwenen.)

Er was wel nog een verschil met de nooduitgangen aan bruggenhoofd Gent en deze aan de KW-linie. De nooduitgangen waren bij Bruggenhoofd Gent namelijk aan de buitenkant niet vrij. De dikke betonwand was ter hoogte van de schacht in de betonnen wand, vervangen door een halfsteensmuurtje. Langs de buitenkant liep bij beide bunkers het ruwe gecementeerde bollencamouflagepatroon gewoon verder over dit muurtje. Als de nood het hoogst was, moesten de soldaten de ijzeren profielen verwijderen uit de sleuven, zodat het muurtje aan de achterkant uitkwamen. Deze profielen gaven ook bijkomende steun aan het halfsteense muurtje dat de bunker daar maar was van wand. Na het verwijderen van de profielen moesten zij met ofwel één van de ijzeren balkjes, ofwel met de kolf van hun geweer het halfsteense muurtje doorstoten naar buiten zodat zij de bunker konden verlaten. De beide nooduitgangen waren wat dit muurtje betreft, na mei 1940 nog intakt. Ook de nooduitgang is bij bunker AV10 te Gijzenzele nooit verwijderd tijdens de drie dagen van strijd, ondanks het meermaals wisselen van Belgische handen naar Duitse en omgekeerd. Het feit dat de nooduitgang heden vrij is, komt omdat hij vrijgemaakt is een aantal jaren geleden toen de bunker vrijgemaakt is voor een van de eerste herdenkingen van de strijd te Gijzenzele.

nooduitgang bunker A30 te Moortsele

Bij de bunker A30 te Moortsele is de halfsteense muur trouwens nog altijd aanwezig. Bij deze bunker zat er achter deze halfsteense muur origineel een gang die leidde naar de andere kant van het talud van de tramlijn die juist achter de bunker liep. Deze talud is echter enkele tientallen jaren later volledig afgelaagd waardoor de bunker A30 heden voor zeker een tweetal meter dieper in de grond zit dan hij origineel in mei 1940 deed. De kans bestaat dat achter het halfsteensmuurtje nog een gedeelte van de gang zit. De kans is echter veel groter dat het geheel van de gang en de resten erachter door de grondwerken ingestort zijn of zelfs bij het grondwerk, verwijderd zijn. Nog wat graaf en speurwerk voor geinteresseerden dus.

 

Enkele terugkomende specifieke details van de bunkertjes.

De Granaatwerpgaten.

doorsnede granaatwerpgat aan bruggenhoofd Gent

Omdat de bunkertjes op zich maar een zeer beperkt zicht hadden op de omliggende omgeving, heeft men ze voorzien van een extra verdedigingssysteem. Op de plaatsen waar men vreesde beslopen te kunnen worden door vijandelijke troepen ging men de bunkerbemanning te kans geven de vijand te bestoken met granaten. Hiervoor waren op deze plaatsen gaten voorzien, vrij kort bij de grond waar eventueel van binnenuit de bunker een handgranaat kon gedropt worden om zo de naderkomende, moeilijk zichtbare vijand toch te kunnen uitschakelen. (schets: Moskou-Archieven)

De granaattypes die geschikt waren voor deze toepassing waren de mills granaten waarvan u hieronder enkele foto's kunt zien.

mills granaat ontmantelde mills granaat

Over de ganse linie gekeken komen de granaatwerpgaten courant voor op een viertal mogelijke plaatsen.

De eerste en meest voorkomende lokatie van een granaatwerpgat is op de zijkant van een schietgat. Dit was om de vijand af te schrikken het schietgat te proberen benaderen vanop de zijkant. Dit zou kunnen gebeuren om te proberen granaten naar binnen te werpen via deze schietgaten. Op het vooraanzicht dat u hier ziet van de bunker A42, zit het granaatwerpgat onderaan links, vrij kort bij de vloer, van het meest rechtse schietgat.
binnenzicht mitrailleurkamer bunker A42 detail granaatwerpgat

Het granaatwerpgat is het vierkante gat bovenaan rechts boven het schietgat. Rechts ziet een detail van hetzelfde granaatwerpgat zoals gefotografeerd bij bunker A42 te Kwatrecht.

De tweede courante plaats voor granaatwerpgaten was in de buurt van het toegangssas. Zo ging men vaak op de zijkant of achterkant van de bunkerkamer het dichtst bij de toegang, een granaatwerpgat voorzien dat zijn lading liet rollen in de buurt van de toegang buiten, opnieuw met de bedoeling eventuele indringers uit te schakelen.

Het zijn opnieuw twee foto's van de bunker A42 te Kwatrecht. Het granaatwerpgat zit aan de binnenkant meteen links in de eerste mitrailleurkamer. Het komt uit, juist naast het trapje buiten.

 

De derde lokatie is wat met dezelfde functie. Soms ging men het granaatwerpgat van de eerste keer laten uitkomen aan de binnenkant van het toegangssas, in plaats van buiten de bunker. Het kwam in dat geval gewoon uit aan de andere kant van de gepantserde deur. U kunt dit duidelijk zien in het toegangssas van de bunker A40 te Kwatrecht. Dit duidt er toch op dat men de gepantserde deur in staat zag het effect van een handgranaat tegen te houden voor de eigenlijke bunkerbemanning aan de andere kant van deze deur.

 

binnenzicht toegangssas A40 te Kwatrecht
De vierde lokatie waar granaatwerpgaten courant worden teruggevonden is van de mitrailleurkamer naar de kanonkamer toe bij kanonbunkers voor het opstellen van mobiele 47mm kanonnen. Men achtte allicht de kans groter dat de kanonkamer in vijandelijke handen zou vallen zodat men de kans voorzag eventuele bezetters vanuit de andere kamer toch nog te kunnen uitschakelen. Dit systeem is wel niet overal toegepast. Zo is de bunker A44 te Kwatrecht niet voorzien van dit bijkomende granaatwerpgat.

Links kijkt u naar het toegangstrapje van de ingang van de mitrailleurkamer van Be8. Het granaatwerpgat zit juist rechts boven de foto. Let ook even op hoe hoog deze bunkerkamer is. Rechts ziet u de kanonkamer van deze zelfde bunker. U ziet het granaatwerpgat toekomen in de bunker onderaan rechts. Deze foto is getrokken naar het schietgat toe van de kanonkamer.

De Ventillatieschachten ter verluchting van de mitrailleurkamers.

ventilatieschachten bunkers bruggenhoofd Gent
Niet te verwarren met de granaatwerpgaten zijn de ventillatieschachten die men kan zien bij de bunkers voor mitrailleurs. Men herkent ze aan de buitenkant aan de twee ingebetoneerde roosters bovenaan de schietgaten. Onderaan ziet u twee bijkomende uitloopgaten, wat gelijkaardig van uitzicht van de granaatwerpgaten, alleen zijn ze kleiner. Aan de binnenkant zijn het de ronde gaten, links en rechts aan de bovenkant van de schietgaten. (schets: Moskou-archieven)
binnenzicht mitrailleurkamer bunker A42

Aan de buitenkant zitten de ventillatiegaten bovenaan links en rechts, bij elk van de schietgaten. Aan de binnenkant zijn het de ronde gaten bovenaan links en rechts van het schietgat. Hetgene wel opmerkelijk is, is dat men opnieuw reeds had voorzien dat de bunkertjes niet mochten kunnen bestookt worden met granaten via de ventillatieschachten. Zo kan u zien op de schets bovenaan, dat mocht u er in slagen het roostertje bovenaan te verwijderen en toch een granaat door dit ventillatiegat naar binnen weten te duwen, deze granaat jammer genoeg gewoon via de onderste gaten, opnieuw voor uw eigen voeten zou vallen.

Een vraag die ik mijzelf al heb gesteld is, mochten deze ventillatiegaten gebruikt worden als granaatwerpgaten? Men vindt namelijk bij alle bunkers wel deze ventillatieschachten terug rondom de schietgaten maar zeker niet de granaatwerpgaten.

De Kabeldoorgangen.

Bij de meeste bunkertjes kan men telkens nog voorziene kabeldoorgangen terugvinden. Het gaat hem dan over een buisgat van 5cm met daaronder een gelijkaardig gat van 10cm, beiden vrij loodrecht door de muur van de bunker heen. De fijnste kabeldoorgang is normaal voorzien voor telefonie. Het grootste gat was voorzien voor eventueel elektriciteit binnen te brengen. Of deze systemen ooit veel gediend hebben op de linie is zwaar te betwijfelen.

De originele kabeldoorgangen opnieuw zichtbaar bij de bunker A42 te Kwatrecht. U ziet ze binnengaan juist achter de bovenste trap. Ze gaan gewoon loodrecht door de wand die hier ongeveer 1 meter dik is. Zij kwamen juist binnen onder de originele Etagères aan de muren. Hiermee ziet u ook duidelijk hoeveel de vloer van de mitrailleurkamer eigenlijk onder het maaiveld zit.

Wat het telefonienetwerk betreft, zou dit willen betekenen hebben dat dit enkel de mogelijkheid bood voor een systeem van telefonie die de bunkers allen met aparte telefoniekabels van de ene naar de andere verbond. Zulks systeem is sowieso zeer zwak voor sabotage. Dit zou betekenen dat de telefoniedraden praktisch bloot over het terrein zouden lopen of slechts zeer ondiep ingegraven moeten gezeten hebben. Waar de kabels bovenkwamen om in de bunkers binnen te gaan kwamen zij gegarandeerd bloot te liggen aan het oppervlak wat zeker een zeer zwak punt opleverde voor sabotage.

Wat de stroomdraden betreft, is het nog beperkter qua uitleg. Er is op de ganse linie maar één bunker waarvan er sprake is dat hij ooit geëlektrificeerd zou geweest zijn. Dit betreft dan de zware bunker Mu9, vlak naast de Hundelgemse- steenweg te Munte. Het is de heden volledig dichtgemetste
bunker op het schijnwerpergat van de schijnwerper na. Of deze bunker ooit echt elektriciteitsvoorzieningen heeft gehad wordt door de ene bevestigd, door de andere ontkent. Op het plannetje hierboven ziet u in elk geval dat de kabelvoorzieningen achteraan rechts voorzien waren, in de buurt van de manuele ventillator. Aan de binnenkant is deze plek natuurlijk juist een rotzooi zodat ik er nog niet verder heb kunnen in zoeken of er ergens nog restanten of sporen terug te vinden zijn van de originele kabeldoorgang. Let wel op wat u in deze bunker uitricht daar hij ooit bezet is geweest door junkies. Let dus op voor onverwachte gebruikte naalden. (Schets: Moskou-archieven)
mogelijkse lokatie vroegere elektriciteitskast in bunker Mu9

Het is wel een feit dat men achteraan op de muur restanten terugvindt van iets dat ooit een elektriciteitskast met eventueel een teller zou kunnen geweest zijn (foto linksboven). Er is echter totaal niets meer terug te vinden van eventuele stroomdraden langs de muren. Het enige wat wel nog te zien is zijn zeer beperkt, hier en daar haakjes in de muren en langs het plafond wat eventueel toch zou kunnen wijzen op origineel een stroomdraad die van achteraan de kamer naar de voorkant van het gat voor de schijnwerper werd geleid (foto rechtsboven). Waarom deze draden dan ooit allen van kop tot teen zouden verwijderd zijn, mochten ze ooit al bestaan hebben, is wel een raadsel. Het lijkt dus toch dat deze aanwezigheid van elektriciteit altijd een open vraag en mysterie zal blijven bij deze bunker. Mocht er elektriciteit geweest zijn in deze bunker, dan zou deze bunker wel de enige kunnen geweest zijn op de linie voorzien van een elektrische schijnwerper in plaats van één op gas en eventueel ook een ventillator op elektriciteit in plaats van een manuele. Nog ruimte voor enig discussiewerk dus.

Tablet T achteraan de kamers voor de opstelling van een Maximmitrailleur.

Alle mitrailleurkamers van Bruggenhoofd Gent waren standaard voorzien voor de opstelling van een zware Maximmitrailleur. Bij deze wapens hoorde standaard een patroonlader om losse kogels in de specifieke kogelbanden te persen. Rechts ziet u nog een foto van een dergelijk toestel zoals het nog kan bekeken worden in het militair museum in Brussel.

Om dit praktisch uitvoerbaar te maken waren alle mitrailleurkamers van bruggenhoofd Gent achteraan de kamer, meestel recht achter het schietgat voorzien van een telkens weerkerend klein houten tafeltje. Dit staat in militair jargon gekend als een "Tablet T". Er zijn echter aan gans bruggenhoofd Gent nog bitter weinig bunkertjes waar dit specifieke tafeltje nog intakt aanwezig is.

kogelpers voor het vullen van patroonbanden Maxim mitrailleur
origineel plant Tablet T

Links een origineel plannetje van een Tablet T zoals gevonden in de Moskou-archieven. Rechts een nog intakte tablet in een bunker van Bruggenhoofd Gent.

Muurhaken voor het ophangen van materiaal in de bunkers.

In de mitrailleurbunkers zijn tevens ook steeds de zware haken aanwezig die ingebetonneerd zitten in de achterwand of zijwand. Deze dienden voor het ophangen van allerlei materiaal zoals de kapotjassen, geweren, koppelriemen, graafgereedschap,...

Dit waren voor wat er moest aangehangen worden eigenlijk zeer sterk overgedimensioneerde haken. In elke mitrailleurkamer waren er normaal 6 van dergelijke haken aanwezig. Bij een zeer beperkt aantal bunkers zoals bunker D23 (bij de eerste gebouwde bunkers op de linie) zijn er maar 4 van dergelijke haken aangebracht.

Hieronder het originele plannetje zoals teruggevonden in de Moskou-archieven en enkele nog aanwezige haken zoals teruggevonden in een bunkertje van Bruggenhoofd Gent.

origineel plannetje muurhaken

 

Etageres of stapelrekken in de bunkerkamers van Bruggenhoofd Gent.

binnenzicht bunkertje B32

Vrij courant vindt men ze nog terug in de bunkertjes. Er zijn er nochthans vrij veel waar ze, net als de rest van het metaal, afgebrand zijn. In alle mitrailleurkamers vond men origineel 3,5 lopende meter etageres of rekken terug per mitrailleurkamer.

Deze rekken dienden origineel voor het opbergen en stapelen van allerlei materiaal die in de bunkers aanwezig was. Dit kon gaan van munitiekisten tot ontsmettings-middel.

Hieronder nog enkele foto's van bunkers met vrij intakte etageres. Wel ben ik nog nergens bunkertjes tegengekomen waar ook de originele eikenhouten legplanken nog aanwezig waren.

etageres in bunkers bruggenhoofd Gent
Er zijn opnieuw toch wel enkele afwijkingen in de realiteit met de originele plannen. Zo vindt men op plannen vaak zelfs dubbele etageres terug bij de bunkers voor een mobiel 47mm kanon. Deze bunkers blijken net zoals de bunkers voor mobiel veldgeschut 75mm in de realiteit nooit voorzien te zijn geweest van Etageres in de kanonkamers. Vermoedelijk heeft men er van afgezien omdat ze te sterk de bewegingsruimte zouden gaan beperken in een dergelijke ruimte met inbegrip van een mobiel 47mm kanon. Uitzonderingen blijken de bunkers te zijn tegen directe doorbraak Deze hadden wel etageres, hetzij beperkt. U kunt nog de restanten zien van de afgebrande etageres boven het ventillatiegat achteraan de kanonkamer in de bunker Mu9. (foto links). Daarnaast ziet u een binnenzicht van de kanonkamer van Mu5 en Se3, Mu5 was geschikt voor een mobiel 47mm kanon en heeft net zoals de kanonkamer van Se3 (voor 75mm veldgeschut) geen etageres..

restanten etageres achteraan kanonkamer Mu9

 

Haak voor sluiten van het camouflageluik aan het schietgat.

Aan de bovenkant van elk schietgat, of het nu voor mitrailleur of voor voor een kanon was, zat een metalen oog ingebetonneerd. Dit oog had als enige functie het vastleggen van de ketting die verbonden zat met de camouflageluiken. Hierdoor kon men dan ook enkel de luiken voor de schietgaten openen door eerst aan de binnenkant van de bunker, de ketting los te maken. Er was trouwens in alle bunkers een metalen staaf aanwezig (waarvan ik tot op heden wel nog geen voorbeeld heb kunnen terugvinden), waarmee men het luik van de binnenkant uit kon openduwen na het losmaken van de ketting. Normaal gebeurde dit manueel maar in volle strijd kon dit openen van eventueel nog niet geopende schietgaten een veel te gevaarlijke situatie opleveren als dit aan de buitenkant van het abri moest gebeuren. Sluiten door middel van deze staaf was wel in de meeste gevallen niet mogelijk. In dit geval waren bij gevaar de luiken eenmaal open, open tot men ze eventueel weer aan de buitenkant kon afsluiten.

Links ziet u een schets van een camouflageluik met duidelijk zichtbaar de ketting die er aan verbonden was. (Schets: Moskou-archieven). Rechts een foto van een schietgat met zeer duidelijk het ijzeren oog bovenaan. Bij het stukje over de Etageres kunt u duidelijk zien dat ook bij de schietgaten voor kanonnen, deze ogen aanwezig waren.

haak voor sluiten camouflageluik

 

Plafondhaakje voor ophangen bunkerverlichting (olielamp)

plafondhaakje bunkers bruggenhoofd Gent
Centraal aan het plafond vindt men meestal een gelast plaatje op de originele verzinkte plafondplaten. Hierin zat een gaatje met een haakje er doorheen. Dit was origineel voor de bevestiging van bunkerverlichting. Dit was in realiteit beperkt tot een olie- of petroleumlampje. Dit werd in geval van strijd verhangen omdat anders door dit licht het risico zou ontstaan dat men in het donker de schijn

het lampje zou kunnen waarnemen aan de binnenkant van de bunker. Hierdoor zou in het duister de lokatie van de schietgaten te fel verraden worden. De lampen werden in die gevallen dan ook meestal links, vrij kort tegen de voormuur gehangen, weg uit het zicht van het schietgat. (Schets: Moskou-Archieven)

Hieronder ziet een origineel haakje zoals nog teruggevonden in één van de bunkertjes. Daarnaast ziet u een vrij alternatief bevestigd haakje. Er is gewoon een gaatje geboord in de dwarsligger waarna het haakje hierin gedraaid werd. Merkwaardig dat deze bevestiging toch werd goedgekeurd door het militaire aparaat.

plafondhaakje

 

Het tussenluik bij de tweeverdiepsbunkers.

detail luik tweeverdiepsbunkers
Slechts vier bunkers aan Bruggenhoofd Gent waren tweeverdiepsbunkers. Bij deze bunkers vond men deze structuur om van het onderste verdiep naar het bovenste te geraken. Op de benedenverdieping was een metalen gegalvaniseerde trap tegen de muur bevestigd. Dan kwam men aan een metalen vierkantige opening in het plafond. Origineel was dit afgesloten met een houten dekselplaat. De bovenkant had men twee ijzeren staven in de muur bevestigd voor het vergemakkelijken van het bovenkomen door het gat.
Het gat is echter niet echt voor ruime mensen gemaakt. Het is zeer smal om boven te komen. Hieronder ziet u enkele foto's zoals gefotografeerd in het enige op dit gebied nog intakte bunkertje op de linie, B46 te Kwatrecht.
detail binnenzicht Bunker B46 te Kwatrecht

 

Bergplaats voor munitie bij de zware bunkers voor 75mm geschut.

Se2

Enkel bij de drie bunkers op de linie die uitgerust waren voor het opstellen van 75mm veldgeschut, was in elk van de kanonkamers een aparte uitsparing voorzien voor het opbergen van een voorraad bijhorende munitie. Bij de bunkers voor mobiele 47mm kanonnen of zelfs bij de vast opgestelde 47mm kanonnen in de bunkers tegen directe doorbraak, was hiervoor niets voorzien. De kanonkamers voor het vast opgestelde 47mm kanon hadden wel ten opzichte van deze voor een mobiel 47mm kanon, de beschikking over een aantal etageres achteraan de kanonkamer.

Links een fotootje van deze bergruimte in de bunker Se3 op de Tumulusberg te Semmerzake.

 

De manuele ventillator, enkel aanwezig bij de bunkers tegen directe doorbraak.

lokatie waar originele ventillator stond

6 bunkers aan bruggenhoofd Gent waren voorzien voor de opstelling van een vast opgesteld 47mm kanon. Deze bunkers waren eveneens voorzien van een manuele ventillator. Er zou eventueel één uitzondering kunnen geweest zijn. Mogelijks was Mu9 uitgerust met een elektische ventillator daar deze bunker mogelijks de beschikking heeft gehad over elektriciteit maar dit is nog altijd een bediscusieerbaar feit. Men herkent de vroegere aanwezigheid van een ventillatro aan de structuur zoals hiernaast, daar men dit in dat geval telkens kon terugvinden.

De eigenlijke werking was als volgt. Men zoog aan de buitenkant van de bunker verse buitenlucht aan (foto linksonder) . Deze lucht werd via een in beton gegoten buis van 40 cm door de buitenmuur naar binnengezogen.

aanzuiggat manuele ventillator schets manuele ventillator in bunkers
Via dit aanzuiggat dat origineel was afgesloten met een soort van fantasie metalen rooster dat in het beton bevestigd zat, kwam de lucht op die manier binnen achteraan de kamer zoals u kunt zien op de foto hieronder links. Daar was een betonnen sokkel waarop de eigenlijke manuele ventillator stond (zie eigen schets). Deze perste de lucht die men aanzoog langs de voet van de sokkel zelf verder door het doorlopende betonnen buizensysteem, hetwelke dan uiteindelijk uitkwam aan de achterkant van de kanonkamer (zie foto rechts onder.)

Op deze wijze ging men in feite de kanonkamer onder overdruk plaatsen. Hierdoor ging men de vervuilde en giftige lucht afkomstig van het afvoeren van het vast opgestelde kanon, naar buiten persen via het schietgat. Om dit effect van de ventillator nog te verbeteren ging men de bunker tussen de kanonkamer en de kamer ernaast ook nog eens extra voorzien van een tussendeur.

Vermoedelijk was het probleem van de luchtvervuiling bij deze bunkers het grootst. Men mag niet vergeten dat de bunkers voor de mobiele kanonnen allen achteraan voorzien waren van een vrij groot dubbel ijzeren hek dat toch veel betere ventillatie toeliet dan deze bunkers.

De Schijnwerper, eveneens alleen aanwezig bij de bunkers tegen directe doorbraak.

foto van Magonteaux schijnwerper

Naast de 6 manuele ventillators vindt men op bruggenhoofd Gent ook nog eens 6 bunkers terug die waren voorzien van een schijnwerper. Over de types van schijnwerpers bestaat opnieuw discussie omdat er toch een tweetal types waren die besproken werden in de originele dossiers. Zeker is dat er van het type hiernaast gebruikt zijn om te monteren in de bunkers van bruggenhoofd Gent. Het gaat hier om een schijnwerper op gas van de firma Magonteaux. (Foto: Moskou-archieven)

Opnieuw er en namelijk diezelfde discussie dat de kans bestaat dat Mu9 door het al dan niet aanwezig zijn van elektriciteit, mogelijks een elektrische schijnwerper heeft gehad.

Aan de buitenkant van de bunker zit het schijnwerpergat opnieuw, net zoals de schietgaten verborgen achter een vals raam of een deur. Het is het kleinere vierkante gat zoals men gemakkelijk nog kan zien volledig rechts aan de voorkant van de zware bunker Mu9 te Munte. (zie beide foto's hieronder, foto rechts collectie A. Ombecq)

Aan de binnenkant van de bunker heeft men eveneens zoals bij de ventillator een soort van sokkel. Op deze sokkel stond in vredestijd de ventillator. Het gat aan de binnenkant was afgesloten met een metalen schuif waarvan de geleidingsplaatjes nog kan zien zitten. Als men op een bepaald moment de schijnwerper wenste te gebruiken om de weg waarop hij gericht stond te verlichten, werd de schijnwerper in gang gestoken, de ijzeren schuif opzij getrokken waarna de schijnwerper in de sleuf naar voor werd geduwd. Daarna werd de ijzeren schuif opnieuw dicht geduwd zodat er opnieuw toch geen projectielen konden binnenvliegen langs de opening voor de schijnwerper. Net zoals de manuele ventillators zijn heden geen restanten meer te vinden van de originele schijnwerpers.

 

Grenspaaltjes, Defense national.

Bij sommige bunkertjes vindt men ze sporadisch nog terug. In vele gevallen zijn ze reeds verdwenen of liggen ze soms in het inkomssas van het nog afgesloten bunkertje. De grenspaaltjes van Defense National (DN). Zelfs van deze paaltjes bestond een gedetailleerd plan hoe ze moesten ontworpen worden. Deze paaltjes werden gezet op de grenzen van het domein dat origineel werd onteigend door het leger. Eigenlijk waren dit in vredestijd reeds verraders van de aanwezigheid van bunkertjes.

Bij elk bunkertje stonden er voldoende om te kunnen uitmaken tot waar de eigendom van defensie liep. Het aantal per bunkertje varieert meestal van 2 tot 5. Er zijn echter ook bunkertjes die deze paaltjes nooit hebben gehad omdat ze werden opgericht op reeds militair domein of op terreinen die ook tot staatsdomein gerekend werden zoals bijvoorbeeld gronden van de NMBS. Voorbeelden van bunkertjes die er geen hadden zijn de bunkertjes in de spoorwegtaluds te Melle (B42, B43 en B44).

Hieronder het originele plannetje van deze grenspaaltjes (Bron: Moskou-archieven) en van een intakt paaltje DN nr 5

plannetje origineel grenspaaltje Defense National

 

Overzicht van kleiner materiaal en bezetting van een standaard bunker aan bruggenhoofd Gent.

Onderstaande opsomming hoort bij de bunker D13. Dit is éénkamers mitrailleurbunker gelegen achter het klooster te Munte. U mag niet vergeten dat alles was hieronder vermeld wordt, zou moeten voorzien worden voor een dergelijke bunker. Toen bruggenhoofd Gent in gebruik werd genomen was het Belgisch leger al menige dag aan het terugtrekken onder het Duitse geweld. Er was al heel wat materiaal en bewapening onderweg verloren gegaan. Alle bunkers werden bezet met de eigen wapens die de verschillende compagnieën bijhadden. In realiteit waren de voorzieningen vaak veel kleiner dan wat hieronder beschreven wordt.

Personeel

  • 1 sergeant, overste van de onderstand.
  • 1 korporaal, stukoverste.
  • 1 soldaat, richter-schutter.
  • 1 soldaat, lader.
  • 1 loerder. Deze moet voortdurend het terrein bewaken. Het personeel van de onderstand verwittigen van het kleinste voorval. Voortdurend in verbinding blijven met de onderstand.

Bewapening

  • 2 mitrailleurs Bolt met MIH inrichting.
  • 4 geweren.

Munitie

  • 4000 patronen voor de mitrailleur op band en 2000 patronen voor de vervangmitrailleur.
  • 2 kisten met 12 granaten met aansteker.
  • 240 patronen voor geweren.

Allerlei materieel

  • 10 witte seinvuurpeilen.
  • 4 zakjes zand
  • 1 beerbak
  • 1 lantaarn
  • 2 oliekannen
  • 10 liter petroleum
  • 10 filtreerdozen
  • 1 bank voor de schutter
  • 1 stijve stang
  • 8 flessen spuitwater