|
Beschrijving van bruggenhoofd Gent.
Gedetailleerde beschrijving van de bunkers en hun bewapening.
Hieronder vindt u nadere uitleg over hoe een Maximmitrailleur werd opgesteld in de bunkers van Bruggenhoofd Gent.
 |
Opstelling van de Maximmitrailleur in een mitrailleurbunker.
Alle mitrailleurbunkers waren standaard voorzien voor het opstellen van de Maximmitrailleur.
Voor het kunnen opstellen van een Maximmitrailleur waren bepaalde zaken noodzakelijk. Zo moest er zeker in elke mitrailleurbunker een speciaal soort stoel geplaatst zijn voor het schietgat, chardome genaamd. In functie van het type van mitrailleur dat opstelbaar moest zijn, waren er twee verschillende types van chardomes op deze linie in gebruik.
Hieronder ziet u twee originele schetsen van het schietgat voor de opstelling van een mitrailleur zoals teruggevonden in de Moskou-archieven. |
|
| Naast dit chardome, was het ook noodzakelijk dat er in het schietgat een draadstaaf, diameter 40mm, was voorzien. Op deze draadstang zaten dan een drietal moeren. |
| Daarna kon men over deze draadstang en steunend op het chardome een speciale plaat schuiven. Deze plaat diende als steun voor de eigenlijke Maximmitrailleur op te plaatsen. (schets: Moskou-Archieven) |
| De schuinte van de plaat werd dan bijgeregeld door middel van de twee aanwezige moeren. Aan de achterkant schuift de plaat op de stoel of chardome. Deze is voorzien van eindeloopshaakjes zodat de plaat niet van het chardome kon vallen. |
 |
(de foto hierboven is van een bunker op de KW-linie. Hier waren de chardomes op het beton gevezen. Bij bruggenhoofd Gent zijn ze ingegoten in het beton. Dit is ook de reden dat men de chardomes gemakkelijker terugvindt op bruggenhoofd Gent, en niet bij de KW-linie. Let er ook even op dat bij de KW-linie niet altijd die eindeloopshaakjes geplaatst waren zodat de plaat wel het risico liep van het chardome geduwd te worden.))
Bij deze opstelling hoorde ook steeds een speciaal stoeltje zoals u kunt zien op de foto hierboven. Dit was in hoogte verzetbaar voor de schutter van de mitrailleur.
|
|
 |
 |
Interessant om nog te vermelden is het R-merkteken dat men bij sommige bunkers nog vrij goed kan terugvinden op de rechter zijmuur. Dit is een merkteken om de mitrailleur zeer precies te kunnen instellen op een bepaald doel. De uitleg die er bijhoorde is in het algemeen voor een leek onbegrijpbaar, maar ik geef hem u toch eens mee mocht u geïnteresseerd zijn:
Een loodrechte merkstreep wordt op de rechter zijmuur van de schuilplaats getekend (zwarte streep van 10 cm lang boven de letter R). Zij wordt zodanig getrokken dat de hoek gevormd door de schootslijn en de richtlijn door de kijker van de opzetgoniometer, het stuk waterpas zijnde, een rechte hoek is. De as van het schietgat bevindt zich dus altijd in de richting van 1600 - met betrekking tot de merkstreep. |
|
| Het is met betrekking tot deze merkstreep dat in het stukbulletin de merkhoeken ingeschreven werden overeenstemmende met de doelen aangeduid op de telemetrische schets. De mitrailleur werd op de verschillende doelen gericht bij middel van de vizierkorrel en de werkgegevens opgenomen op de opzetgoniometer werden op het stukbulletin overgebracht, ze rangschikkende volgens de rechter-middelste of linkerstand van de draaiplaat van de metalen stoel of chardome. |
 |
 |
(Mitrailleurgroep met Maximmitrailleur. Foto: Replica) |
(Maximmitrailleur: Foto: Collectie de Muntenaar) |
| Nadat de aannemers de chardomes mee gemonteerd hadden met de bouw van de bunkers zijn er toch een aantal chardomes aangepast moeten worden omdat ze niet exact genoeg geplaatst bleken te zijn. Er dienden aanpassingen te gebeuren bij volgende bunkers: A46, Av3, Av16, Be3, C16 en S6. Bij enkele bunkers bleken de metalen platen die op het chardome en de stang geplaatst werden, te ontbreken. Dit was zo voor A42 (1 plaat ontbreekt) en C18 (beiden ontbreken). |
|
|
|
|