Beschrijving Bruggenhoofd Gent.
De bouw van Bruggenhoofd Gent als onderdeel van de Belgische fortificatiepolitiek.
De Bouw van Bruggenhoofd Gent was maar een klein onderdeel van de ganse fortificatiepolitiek die plaats had over het ganse Belgische grondgebied. U krijgt hier een chronologisch overzicht hoe deze fortificatie verliep voor Belgie vanaf eind jaren '20 tot de hel losbarstte in mei 1940.
Door een geleidelijk opnieuw aangroeiende dreiging van Duitsland werd aan Belgische kant aan de hand van militaire commissies in de periodes tussen 1926 en 1927 besloten de forten rond Luik, Namen en Antwerpen te moderniseren. De aanpassingen waren in eerste instantie vooral bedoeld om het verbeteren van de leefomstandigheden in de forten. Ook waren de forten totaal niet bestand tegen oorlogsgassen. De vast opgestelde artillerie en communicatiesystemen waren sterk verouderd.Ook moesten de onderlinge verbindingen tussen de forten zoveel mogelijk afgesloten worden. Dit alles paste goed in de economische crisis die zich ook duidelijk in Belgie liet voelen. Er was veel werkloosheid en er was nood aan grote bouwprojecten. Zo werd in deze periode ook begonnen met het graven van het Albertkanaal tussen Luik en Antwerpen.
In 1928 wordt voor de eerste maal het idee opgeworpen voor de bouw van Bruggenhoofd Gent als nieuw Reduit National. In deze plannen is nog geen sprake van een bunkerlinie maar een reeks van grote forten met daarbij een aantal overstromingsgebieden.
In 1929 startte de modernisering van de Luikse forten en nog twee forten op de linker oever.
In december 1929 besloot de Franse regering tot de bouw van de Maginotlinie, dit met het oog op de ontruiming van het Duitse Rijnland het jaar nadien.
In 1930 volgde de modernisering van de Naamse forten. Ook werd er aanbevolen nog 4 nieuwe forten te bouwen zo een 5 a 8 kilometer meer oostwaarts van Luik. Dit zouden de bijkomende forten van Neufchâteau, Battice, Tancrémont (Pepinster) en Sougné-Remouchamps worden.(Het laatste fort werd uiteindelijk nooit gebouwd).
Eind 1931 zijn er reeds vergezette plannen over de bouw van de eerder voorgestelde forten van Bruggenhoofd Gent. Meer details over deze plannen vindt u op deze aparte link.
Op 1 april 1932 startte de bouw van het gigantische en als oninneembare fort beschouwde Eben-Emael. Dit zou de opening van Lixhe dienen af te grendelen. Dit was ook bij de Duitse opmars in Wereldoorlog I, reeds een zwak punt gebleken.
Nog in hetzelfde jaar startte men met de bouw van 3 van de 4 voorgestelde nieuwe forten meer oostwaarts van Luik. Er werd eveneens 20 miljoen Belgische frank uitgetrokken voor de onteigeningen en de bouw van bunkers van Bruggenhoofd Gent. Op dit moment was dus wel definitief de beslissing genomen voor de bouw van een bunkerlinie en niet een aantal grote forten. Dit bedrag werd onttrokken uit een totaal voorzien bedrag van 759 miljoen voor de fortificaties op Belgisch grondgebied. De Bunkergordel Bruggenhoofd Gent zou uiteindelijk moeten dienen als een laatste zeker te houden verdedigingslinie tegen een vijandelijke inval (Reduit National).
In 1933 werd een bijkomende bunkergordel gebouwd rond de stad Luik. Deze bunkers moesten dan de reeds bestaande grotere forten met elkaar onderling gaan verbinden.
Op 26 januari 1934 verbrak Duitsland zijn lidmaatschap aan de Volkerenbond. Ook werden eerdere ontwapeningsakkoorden opgezegd. Deels als reactie hierop werd in Belgie de 10e Linie, die gevestigd was te Aarlen, omgevormd tot een soort elitekorps. Dit elitekorps werd de Ardense Jagers genoemd. In deze periode werden ook de eenheden Grenswielrijders gevormd te Luik en Limburg.
Op 17 februari 1934 begon voor het Belgische koningshuis een rumoerige periode. Op deze datum overleed plotseling koning Albert I. Hij lag tevens aan de oorsprong van het bestaande Frans-Belgische bondgenootschap om elkaar militair bij te staan. Dit omvatte de mogelijkheid om troepen in elkaars grensgebieden toe te laten. Door dit onverwachte overlijden kwam vroeger dan verwacht Leopold III aan de macht.
Op 7 maart 1934 gaf Hitler de opdracht de veiligheidszone tussen Duitsland en zijn directe buurlanden, het Rijnland, opnieuw militair te gaan bezetten met een indrukwekkende Wehrmacht van 300.000 man. Indien Frankrijk wilde overgaan tot een herbezetting van het Rijnland, zou het verplicht zijn eveneens over te gaan tot een algemene mobilisatie. Dit achtte Frankrijk onmogelijk, amper zes weken voor de verkiezingen. Frankrijk besloot met de middelen die het had zijn eigen grenzen te versterken en keek uit naar een reactie van Engeland. De Engelsen zagen de Duitse troepenbewegingen aan als een ver-van-hun-bedshow en lieten uiteindelijk Duitsland oogluikend begaan. Deels door deze feiten gaf het Belgische parlement in april 1934 een grote som geld vrij voor het uitbouwen en organiseren van het militaire systeem. Er werd geld voorzien voor:
|
Belgische Grenswielrijders - (foto: Replica) |
|
- Het installeren van de Ardense Jagers en de Grenswielrijders nabij de Frans-Duitse grenzen.
- Het algemeen versterken van de grenzen.
- De oprichting van een nieuw 14e Linieregiment.
- Het oprichten van 6 reserve infanteriedivisies.
- Zorgen voor bijkomende artillerie-eenheden.
|
|
In 1934 voorzag het plan in het bouwen van een dekkings- en weerstandsstelling die zou lopen van Antwerpen tot aan de Franse grens toe. Dit omvatte dus ook grotendeels wat later de fameuse KW-linie zou worden, van Franse kant beter gekend als de Dijlestelling.
Ten zuiden van Gent startte de bouw van een verdedigingslinie van Gent en de Bovenschelde, Bruggenhoofd Gent. Het was in die tijd nog beter bekend onder zijn Franse naam Tête de Pont de Gand. De originele plannen voor de bouw van de forten waren intern op zoveel tegenstand gestoten omdat de bouw ervan ook een grote waardevermindering op de gronden met zich zou meebrengen. Dit nog merkelijk meer dan bij het onteigenen omwille van de bouw van kleinere bunkers. Daarom viel de uiteindelijke keuze op een bunkergordel. Het doel van Bruggenhoofd Gent was naast Reduit National in eerste instantie de verdediging van Gent en zo onrechtstreeks, maar veel belangrijker, de bescherming van Antwerpen. De Bouw ervan ging van start in oktober 1934 en werd in eerste instantie uitbesteed aan zes verschillende bouwfirma’s.

(Herwerkte kaart Bruggenhoofd Gent met alle bouwprojecten van de bouwfirma's A tot F)
In een tweede fase vond men dat hier en daar de verdedigingslinie iets te zwak was. Er werden nog een aantal nieuwe bijkomende projecten toegevoegd, vooral op de achterlinie van het bruggenhoofd. Ook werd te Moortsele de zware bunker A30 gebouwd langs de spoorlijn Gent-Geraardsbergen. Dit project werd uitbesteed aan de bouwfirma G.

(Het volledige Bruggenhoofd Gent, inclusief bouwproject G)
De bunkergordel ter verdediging van Gent lag uiteindelijk verspreid over het grondgebieden van twintig verschillende gemeentes, namelijk Kwatrecht, Melle, Gijzenzele, Gontrode, Oosterzele, Scheldewindeke, Landskouter, Moortsele, Lemberge, Bottelare, Munte, Baaigem, Vurste, Schelderode, Melsen, Gavere, Semmerzake, Eke, Nazareth en Astene. De gordel verbond de Schelde te Kwatrecht met de Schelde te Semmerzake, om dan verder te lopen van de Schelde te Eke tot aan de Leie te Astene. De volledige bouw was afgewerkt eind 1935.
Sinds het jaar 1933 werd de dreiging die afstraalde van Duitsland steeds groter. Zo gaf Hitler op 16 maart 1935 een toespraak waarin hij liet weten dat Duitsland opnieuw overging op het invoeren van een verplichte dienstplicht van 1 jaar. Hierdoor kreeg Duitsland op slag weer een leger van 500.000 soldaten. Dit betekende dus een herbewapening van Duitsland wat dan ook een regelrechte aanfluiting was van de maatregelen die Duitsland opgelegd had gekregen meteen na de nederlaag van de Eerste Wereldoorlog.
Op 25 maart 1936 werd een gemeenschappelijke Belgisch-Franse commissie opgericht die de werkelijke militaire situatie ging bekijken in geval van een mogelijk Duitse inval. Men kwam er tot onderstaande besluiten:
- De meest waarschijnlijke aanvalskant zou komen doorheen Nederlands Limburg. Daarom drong de afwerking van het Albertkanaal zich op.
- Er was dringend de bouw van een dekkingsstelling tussen Aarlen en de nog niet gerenoveerde Antwerpse forten nodig (de KW-linie). Wel was er ondertussen het reeds afgewerkte stuk van het Albertkanaal met langs de oevers vele bunkers, de Maas met versterkte fortengordels rond Luik en Namen. In Vlaanderen was er een nationaal bolwerk gevormd door de lijn kanaal Gent-Terneuzen, de bunkergordel Bruggenhoofd Gent en de Bovenschelde.
- De dienstplicht in Belgie werd opgedreven tot 12 maanden voor de soldaten en tot 18 maanden voor de cavalerie.
Op 14 oktober 1936 zei Belgie zijn Frans-Belgische overeenkomst op. Dit was het begin van een nieuwe Belgische onafhankelijkheidspolitiek. Deze was mede het gevolg van de dreiging die uitging van Duitsland aan het herbezette Rührgebied en de onmacht die moest blijken uit de lakse houding van Frankrijk en Engeland. Op 30 januari 1937 verklaarde Hitler deze Belgische onafhankelijkheid te zullen respecteren. Op 24 april 1937 aanvaardden de Britten en de Fransen gemeenschappelijk schoorvoetend de Belgische nieuwe politiek. Ze beloven hierbij wel militaire hulp in geval van militaire agressie.
Hierdoor kwam Belgie terug in zijn toestand van voor de Eerste Wereldoorlog en keerde terug naar een soort van neutraliteit. Dit had tevens ook tot gevolg dat geen enkele Franse soldaat de Belgische grens mocht overschrijden tot op het ogenblik dat Hitlers troepen Belgie echt zouden binnentrekken.
In 1937 start ook de bouw van een bunkerlinie met bijhorende antitankhindernissen gericht op Frankrijk. Dit om de toestand van Belgische neutraliteit naar de buitenwereld geloofwaardiger te maken. Deze linie werd in in de loop van de winter 1938-1939 afgewerkt. Dit is de bijkomende nooit gebruikte linie tussen Waver en Ninove.
Op 27 april 1939 maakte de Belgische militaire staf zijn voorstellen bekend in verband met de organisatie van de verdedigingslinie tussen Antwerpen en Namen, de KW-linie genaamd naar de twee uiterste punten Koningshooikt en Waver. Het betrof hier een bunkerlinie naar het model van bruggenhoofd Gent die een continue antitankhindernis tussen Lier en Waver moest kunnen onder vuur nemen. Deze antitankhindernis bestond afhankelijk van het terrein ter plaatse uit antitankmuren en grachten, overstromingsgebieden, rivieren of andere bredere waterlopen en aaneengesloten cointetelementen (ook gekend als Belgische poorten). Het leger zou naar die lijn moeten kunnen terugvallen in geval van tegenspoed aan de Albertkanaal- en Maasstelling. Het leger werd op 29 augustus belast met het opstellen van de plannen om deze regio in de diepte te versterken. Dit zou de eigenlijke hoofdstelling worden en ze was pas eind 1939 volledig werd voltooid.
Eind 1939 werden nog eens dertien kazematten gebouwd met tankkoepels voor kanonnen en mitrailleurs in de zeedijk aan de Belgische kust. Deze kazematten zouden allen na de bezetting van Belgie opgaan in de latere Atlantich Wall aan onze Belgische kust. (Ze waren dus origineel Belgisch)
|