Koninklijke Buskruitfabriek Cooppal te Wetteren.

Citadelpark Gent

Buskruitfabriek Cooppal Wetteren

Vliegvelden WO I Regio Gent

WO I Munitiepark Kwatrecht

De Dodendraad

De Hollandstellung - Duitse WO I bunkerlinie

Reichsschüle Flandern - SS-School Kwatrecht

Duitse Atlantic Wall Radarpost - Goldammer

WOI en II Munitiedepot De Ghellinck Zwijnaarde

Duitse gangen onder centrum Gent WOII

Schuilplaatsen voor havenarbeiders Gentse kanaalzone uit de koude oorlog

Het Fort van Eben Emael

KW-linie

WO I - Kwatrecht - Melle

18 daagse veldtocht gekoppeld aan TPG

Neergestorte B17 te Kwatrecht 19-09-1944

De bevrijding WO II van de regio rond TPG

Toestand Belgisch leger ten tijde van mei 1940

Gesneuveldenlijsten:

Contact en onbeantwoorde vragen

Media-aandacht

Copyright

Links

Ontstaansgeschiedenis Koninklijke Buskruitfabriek Cooppal te Wetteren.
Jan Cooppal Wetteren

Het domein waarover dit stukje Wetterse geschiedenis handelt, is gelegen op het grondgebied van Overschelde. Het terrein stond vroeger in het Wetterse bekend als de buskruitfabriek Cooppal. Later veranderde de naam van de firma in Omnichem. Dit werd ondertussen opgenomen in de Japanse chemische groep Ajinomoto.

De oudste gekende geschriften die spreken over het kasteel "Vallois", het kasteel horende bij het domein, dateren uit 1652. Het betrof de verkoop van het kasteel en de bijhorend gronden. Het domein zou in de daaropvolgende jaren nog enkele malen van eigenaar wisselen om in 1778 over te gaan op de Antwerpse koopman Jan-Frans Cooppal (tekening links) voor de som van 1733 pond, 6 schellingen en 8 grooten.

Hij kocht het domein en bijhorende kasteel omdat hij er een buskruitfabriek wou oprichten. Eerder was in Gent reeds de toelating dergelijke activiteiten te starten op Gents grondgebied, geweigerd. De lokatie op Wetteren was ideaal omdat het een vrij afgelegen gebied betrof met weinig directe bewoning in de omtrek. De Buskruitfabriek starte zijn activiteiten in 1779 met 4 poermolens. Het bedrijf voerde reeds van in het begin buskruit uit naar Duinkerken in Frankrijk via de haven van Oostende. Nog later werd er buskruit geproduceerd om te transporteren naar Amerika. (originele affiche, Collectie D. De Mol)

poudrerie royal Cooppal

In 1785 volgde er een grote bestelling van de Oostenrijkse regering. Tussen 1787 en 1791 volgden nog gelijkaardige grote Oostenrijkse bestellingen, vooral te wijten aan de Brabantse omwenteling en de voorbereidingen van een naderende oorlog met Frankrijk.

In 1792 wordt de Oostenrijkse-Franse oorlog beslist in het voordeel van Frankrijk en de fabriek wordt gedeeltelijk vernield bij verschillende Franse invallen. In 1796 sluit de fabriek tijdelijk de deuren.

In 1806 overlijdt de stichter van de fabriek en hij wordt opgevolgd door zijn zoon, Pieter Frans Cooppal. Op 16 november 1815 krijgt deze samen met zijn vennoot Phillippus Jozephus Vermoeien, van het op dat moment nieuw gestichte Koninkrijk der Nederlanden, de toelating de fabriek opnieuw op te starten. De Nederlanders werden vanaf dat moment dan ook meteen de grootste klant.

In 1838 koopt de ondertussen 76 jarige Pieter Frans Cooppal zijn vennoot uit en wordt alleen eigenaar van de buskruitfabriek. Na zijn dood in 1842 komt de ganse fabriek in handen van zijn enige dochter, Mimi Cooppal en haar echtgenoot Theodoor Teichman. Zijn dochter draagt het bestuur van de firma over aan de heer Van Cromphaut. Onder zijn bestuur kent de firma een enorme bloei.

kasteel Vallois
foto van kasteel met op voorgrond gedempte scheldearm
Enkele oudere foto's van het kasteel Vallois. Opmerkelijk is de foto links onder waarop nog duidelijk de afgesloten oude Scheldearm te zien is. Deze werd later volledig gedempt. (Foto's: Allen replica behalve links onder - collectie D. De Mol)

De fabriek had weldra wereldfaam en in 1847 kreeg ze van Leopold I de titel "Koninklijke" toegekend. De hoofdproductie bestond toen uit de aanmaak van Buskruit en Ether.

In de periode 1853 tot 1856 werd heel wat buskruit uitgevoerd naar Engeland. Dit was de periode van de fameuse Krimoorlog. Om de productie te kunnen volgen werd de productie-uitrusting in die periode gemoderniseerd. Onder andere werden op dat moment de paarden die de poermolens aandreven vervangen door stoommachines. In 1857 stelde de fabriek ongeveer 250 mensen te werk.

In 1926 ontstond de productie van jachtpatronen. In 1931 werd dit nogmaals uitgebreid met de productie van veiligheidslonten. Van 1933 tot 1939 vervaardigde men vrij veel verpakkingsmateriaal maar gelijktijdig werd opnieuw volop overgeschakeld op de productie van TNT.

koer van de buskruitfabriek te Wetteren laden van het poerschip
Links: zicht op de binnenkoer van de fabriek. (Foto: Replica) - Rechts: Het laden van het Poerschip. Origineel werden de vaatjes met buskruit met kleine schepen verladen om ze allicht zo te tranporteren tot bij grotere schepen. Deze foto dateert uit 1890. Begin 1900 werd dit gedeelte van de Schelde gedempt en werd de Schelde er plaatselijk rechtgetrokken achter de terreinen van de fabriek. (Foto: Collectie D. De Mol)
werkhuizen langs het water
Zicht op de werkhuizen. Het water op de voorgrond is niet de Schelde maar één van de sloten aan de achterkant van het terrein. (Beide foto's De Graeve en Zoon)
Poermolens 1905 Daniel De Mol
Twee oude foto's van de eigenlijke Poermolens. Rechts dateert uit 1905 (Foto: collectie Daniel De Mol), links is allicht nog iets ouder (Foto: Het Nieuwsblad)
personeel buskruitfabriek anno 1880
Een groepsfoto van het personeel van de fabriek in 1880. (Foto: Collectie D. De Mol)
Dat de productie van buskruit niet zonder gevaren was mag toch blijken uit enkele oude artikels die terug te vinden zijn. Zo ging in 1880, circa 35 ton buskruit de lucht in met vrij rampzalige gevolgen. 13 werkhuizen werden vernield en er vielen tien doden te betreuren. Rechts een foto van een aantal door de explosie vernielde gebouwen. (Foto: Het Nieuwsblad)
explosie buskruitfabriek 1880 Wetteren

Na de ramp in 1880 werd ook beslist een gedeelte van de productie te verhuizen naar een nieuwe tweede fabriek in Kaulille (Limburg). Ook in 1901 deed zich nog eens een zware explosie voor, gelukkig met minder gevolgen. (Foto's: National Illustré)

In de jaren '60 veranderde de "Poudreries Réunies de Belgiques" (PNB) van naam en werd Omnichem. Eind jaren '80 werd het afgescheiden van Recticel en verkocht aan het Japanse Ajinomoto. De productie van buskruit was toen al geruime tijd gestopt. De laatste aan buskruit gelinkte productie was deze van jachtpatronen (cartouches). Deze stopte eind jaren '80. Zelfs in die periode werd het gebruikte kruit al niet meer op de site zelf geproduceerd maar aangekocht bij derden.

Wel mag ook zeker wel vermeld worden dat de buskruitfabriek, zeker in het Wetterse, wel meer heeft verwezenlijkt dan enkel de productie van buskruit. Reeds in 1837 werd er via de fabriek een spaarkas opgericht voor de arbeiders. In 1891 konden de werknemers bij hun bedrijf lenen voor het bouwen van hun woning aan een toen zeer gunstige intrest van 4%. Vanaf 1894 kwam er een pensioenkas en werden er jaarlijks extra premies uitbetaald. De directeur van de fabriek werd ooit korte tijd burgemeester van Wetteren (Constantin Van Cromphaut). Ook lag de buskruitfabriek aan de basis van het oprichten van een weeshuis voor kinderen waarvan de vaders waren omgekomen in het bedrijf van Cooppal. Later werden door het bedrijf deze gebouwen omgevormd tot het Scheppersinstituut aan de Cooppallaan.

 

Het belang van de buskruitfabriek op militair gebied, mocht ook blijken uit de interesse die de Duitse bezetten toonde in de infrastructuur. Direct na de bezetting van Wetteren in mei 1940, werd de site gebruikt als Duitse militair gebied.

Ook bleek bij de bevrijding van Wetteren in september 1944, de buskruitfabriek één van de laatste Duitse bolwerken in onze regio die de Duitse bezetter toch niet zonder slag of stoot wou prijsgegeven.

Duitse veldkeuken op weg naar buskruitfabriek mei 1940

Duitse veldkeukens op weg naar de buskruitfabriek - Foto: Replica

Bronnen:

  • Wettherania 1882-1982: Daniel De Mol.
  • Wikipedia - Koninklijke buskruitfabriek Cooppal.
  • De Poerfabriek van Wetteren: Het Nieuwsblad 18 november 2008 - M. Poelman..
Enkele restanten van de oude buskruitfabriek, heden nog aanwezig op de originele terreinen.

De mogelijkheid van het nemen van onderstaande foto's kwam er via een vlotte medewerking van Mr. Tony Haesen, de huidige site-verantwoordelijke van de fabriek Omnichem-Ajinomoto, waarvoor dank.

De structuren die het meest in het oog springen, zelfs zichtbaar vanaf de buitenkant van het terrein, zijn de opslagbunkers. Het zijn deze structuren die er voor zorgden dat ik de toelating heb aangevraagd het terrein eens te kunnen bezoeken. Het woord bunkers is in dit geval echter allicht wat verkeerd geplaatst daar het zeker geen bunkers zijn zoals veelal teruggevonden op de rest van deze website.

Achter de omheining ziet men een gelijkaardige structuur liggen. Het betreft een heuvel in het terrein. Op de rand van de heuvel ziet men in dit geval een gemetste baksteken boogvorm. Dit is één van de twee toegangen tot deze opslagplaats.

Tot op heden is mij zelfs niet 100% duidelijk of de twee gelijkaardige structuren die hieronder besproken worden wel dezelfde zijn die men kan zien vanaf de rand van de weg, mogelijks wel, mogelijks niet.

Er werd mij aangeraden laarzen te voorzien daar het terrein van de oude buskruitfabriek heden niet meer gebruikt wordt voor industriële activiteiten. De restanten liggen verdeeld in een beboste zone achter het huidige industriële terrein.

Op de achtergrond duiken twee heuvels op in het terrein. De rechter heuvel is de opslagplaatst die het langst is gebruikt. Deze deed dienst voor munitie tot ongeveer eind jaren '80. De productie was toen reeds lang beperkt tot jachtpatronen (cartouches). De linker opslagplaats was toen al zeker 10 jaar niet meer in gebruik.

Rechts nog een blik op de rechter opslagplaats. Opnieuw ziet men links van de heuvel zo een gemetste boogvormige toegang tot de opslagplaats. Vooraan nog de restanten van een omheining die nog apart voorzien was, heden is de draadversperring verdwenen.

Hiernaast een detail van de toegang tot de meest rechtse opslagplaats. De structuur is volledig anders dan men zou vermoeden. Het betreft in feite niets anders dan een bakstenen gebouwtje dat omgeven is door een talud van grond aan de vier zijden. In deze talud zijn aan beide kanten doorgangen voorzien.

De opslagplaats op zichzelf is niets meer dan een bakstenen versterkte structuur met een vrij eenvoudig dak in metalen golfplaten. De eenvoudige theorie die rond deze structuren hangt, is dat bij een explosie alle druk moet wegkunnen naar boven toe. De bermen en versterkte muren moeten het wegvliegen van puin in horizontale richting beperken. Het dak mocht er dus in nood afvliegen. Het talud moest wegvliegend puin tegenhouden.

toegang opslagbunker Cooppal
voorkant opslagplaats buskruitfabriek
Bovenaan heeft u zicht op de voorkant van de opslagplaats met centraal in de voorgevel een zware gepantserde deur. Deze deuren zitten jammer genoeg allemaal volledig vastgeroest. De voorkant van de bergplaats is beschermd door een overstekende luifel van het dak. Dit dak is echter ondertussen in zeer slechte staat. Daar onder ziet u nog een foto van de linker en respectievelijk rechter zijkant van dit bakstenen structuurtje.

Bovenaan links heeft u zicht op de restanten waar ooit een schijnwerper zat, gericht op de toegangsdeur. De lamp zelf is verdwenen.

Bovenaan rechts een detail van het veiligheidsbordje dat boven de gepantserde deur hing. Hetgene op het bordje nog leesbaar is, is de tekst: "Verpakt kruit", "20.000 kgr" en "6 man".

De kans dat de deur nog wil openen is klein daar ze allicht al meer dan twintig jaar niet meer geopend is geweest. Deze opslagplaats zou het laatst gediend hebben voor de opslag van jachtpatronen.

Typisch voor dit soort opslag is dat hij zo ver mogelijk verwijderd was van de rest van de productie.

gepantserde deur

Hierboven twee foto's van het gammele dak met een vrij grote oversteek aan de voorkant.

De foto hiernaast toont nog een interessant weetje. Op het talud stonden deze betonnen palen met ijzeren staven erin. Op deze palen was een dikke metalen draad bevestigd. Dit was een bliksemafleider die rondom elk van de opslagstructuren apart was voorzien.

restanten bliksemafleider op talud rond opslagplaats Cooppal
Nog interessant om te vermelden is dat er in het omhullend talud nog een kleinere beperkte opslagplaats was voorzien. Deze was bereikbaar via één van de twee doorsteken van buiten het talud naar de opslagplaats zelf. In het toegangsgangetje was namelijk een bijkomend deurgat voorzien. De lange smalle opslagplaats die allicht origineel nog eens onderverdeeld was in een aantal opeenvolgende ruimtes gescheiden door mogelijks deels bakstenen muren en houten wanden. Deze opslagplaats had een boogvormig gewelf. Toen er nog buskruit werd geproduceerd, werden in deze bijkomende structuur naast de eigenlijke buskruitopslag, de ontstekingen en lonten opgeslagen. Dit gebeurde verplicht altijd gescheiden van de eigenlijke explosieven.
Hierna volgen nog enkele foto's van de tweede en gelijkaardige opslagplaats. Deze is echter nog meer vervallen dan de meest rechtse. De structuur is ook al een tiental jaar eerder in ongebruik geraakt. Beide structuren waren origineel volledig identiek.
vervallen opslagplaats buskruitfabriek Cooppal Wetteren
Links heeft u nog een detail van de toegang naar de tweede en in veel slechtere staat verkerende tweede opslagplaats. Het is via deze toegangetjes (wel telkens maar in één van de twee toegangen), dat de extra opslagplaats voor de ontstekers en lonten toegankelijk waren. Rechts de totaal versperde toegangsdeur van deze bakstenen opslagstructuur.
Zicht op de linker- en rechter zijkant van deze structuur.

Aan de andere kant van hetzelfde terrein vindt men nog een aantal vervallen structuren terug. Telkens volgens hetzelfde principe gebouwd, namelijk een bakstenen structuur omgeven met grondbermen.

Op de foto's hieronder ziet u de oude werkhuizen.

restanten oude werkhuizen Cooppal

Juist achter deze werkhuizen lag het originele gebouw waar de goederen werden verpakt. U ziet er links een foto van zoals het er heden nog bijstaat in het bos. Rechts nog een foto uit betere tijden van hetzelfde gebouwtje. (Rechter foto: Replica)

inpakhuis buskruitfabriek wetteren

Hoe u best uw waardevol erfgoed niet beschermt.

Toen de productie van munitie definitief gestopt werd (eind jaren '80), schonk het toenmalige Omnichem zijn volledig collectie oude (koperen) productiemachines voor munitie, aan de gemeente Wetteren. Deze zouden voor dit uniek waardevol archeologisch erfgoed, een definitieve tentoonstellingsplaats zoeken. Omdat niet meteen de ruimte beschikbaar was om deze machines uit te stallen voor het publiek, werden ze tijdelijk opgeslagen in een loods die toendertijd gebruikt werd door de gemeente Wetteren langs de kades van Wetteren (waar heden het nieuwe politiebureel en de brandweer gelegen zijn). Wat wel eens meer gebeurt bij dergelijke beloftes, is dat er van het vinden van een definitieve tentoonstellingsplaats voor het erfgoed, in de jaren nadien niets terecht kwam. Erger nog, toen enkele jaren later voor de bouw van de reeds vernoemde nieuwe brandweer- en politiekazerne, de fameuze loods moest wijken, is men in Wetteren plots elk spoor van het waardevolle erfgoed kwijtgeraakt. Sindsdien zijn alle machines vermist en niemand schijnt nog te weten waar ze gebleven zijn. Misschien moeten we het bijschrijven bij de Wetterse mysteries. Men zoekt hier ook al jaren naar een verloren paneel van een Gents schilderijtje.

Routebeschrijving om het terrein terug te vinden.

Het terrein waar deze structuren zich heden nog bevinden maakt heden allemaal deel uit van het chemisch bedrijf Omnichem-Ajinomoto, gelegen langs de Cooppallaan te Wetteren.

De fotoreportage die u hierboven kunt zien, is gefotografeerd met medewerking van de firma Omnichem-Ajinomoto, waarvoor dank . Houdt er rekening mee dat dit een chemisch bedrijf is dat onderworpen is aan strenge veiligheidsregels om de terreinen te mogen betreden. Respecteer dan ook de regels en tracht de site niet te betreden zonder toelating van de firma.