Duitse militaire vliegvelden uit WO I in de directe omgeving van Gent

Citadelpark Gent

Buskruitfabriek Cooppal Wetteren

Vliegvelden WO I Regio Gent

WO I Munitiepark Kwatrecht

De Dodendraad

De Hollandstellung - Duitse WO I bunkerlinie

Reichsschüle Flandern - SS-School Kwatrecht

Duitse Atlantic Wall Radarpost - Goldammer

WOI en II Munitiedepot De Ghellinck Zwijnaarde

Duitse gangen onder centrum Gent WOII

Schuilplaatsen voor havenarbeiders Gentse kanaalzone uit de koude oorlog

Het Fort van Eben Emael

KW-linie

WO I - Kwatrecht - Melle

18 daagse veldtocht gekoppeld aan TPG

Neergestorte B17 te Kwatrecht 19-09-1944

De bevrijding WO II van de regio rond TPG

Toestand Belgisch leger ten tijde van mei 1940

Gesneuveldenlijsten:

Contact en onbeantwoorde vragen

Media-aandacht

Copyright

Links

Korte geschiedenis van de Duitse militaire WO I luchthavens in de directe omgeving van Gent.

Algemene geschiedenis van deze vliegvelden tijdens WO I.
  • Toen het front in WO I bleek vast te lopen en uitdraaide op een loopgravenoorlog in de Westhoek, liet de Duitse legerleiding reeds zijn oog vallen op enkele mogelijke sites om te gebruiken als vliegvelden. Zo kwam men al vrij snel tot het besluit dat Sint Denijs Westrem op een ideale afstand lag van het front in de Westhoek. Het vliegveld van Sint Denijs Westrem ging eind 1914 officieel in gebruik als Duits WO I vliegveld.
  • Bij het opstarten van de luchthaven waren er twee officieren en 69 manschappen ondergebracht. Op het einde van het gebruik van de luchthaven tijdens WO I waren er ongeveer 1000 Duitse soldaten gestationeerd.

 

Duits verkenningsvliegtuig uit 1917
origineel Duits verkenningsvliegtuig uit 1917 - (Foto: Replica)
  • De functie van deze luchthaven was in het begin het uitzenden van verkenningsvliegtuigen boven de frontlijnen voor fotografische registraties. Verder was het een verdeelcentrum van materiaal en munitie voor het Westelijke front.
  • Op het terrein verrezen 7 grote loodsen waarvan er twee groot genoeg waren voor het stationeren van Zeppelins, alhoewel die hier nooit gestockeerd zijn geweest. De twee grote loodsen dienden allicht voor het opbergen van grote observatieballons. Ze werden echter vrij snel een doelwit voor Britse bommenwerpers waardoor alle plannen voor Zeppelins meteen verhuisden naar de iets later opgerichtte luchthaven te Gontrode.
Duits observatievliegtuig 1916 Duitse jachtvlieger
Een Duits observatievliegtuig uit 1916. (Foto: Replica)

Duitse jachtvlieger uit dezelfde periode. (Foto: Replica)

  • In 1914 bouwden de Duitsers ook op het grondgebied van Gontrode en Lemberge een volledig uitgebouwde militaire luchthaven. Het vliegveld was een aanvulling van het hoofdvliegveld van Sint Denijs Westrem. De hoofdtaak van dit vliegveld was eveneens via dit vliegveld het Westelijke front te kunnen bestrijken. Op dat moment konden zowel Sint Denijs Westrem als Gontrode gebruikt worden om de geallieerde stellingen aan te vallen en te bestoken. Ook Groot-Brittannie was één van de rechtstreekse doelwitten.
overzicht van Duitse vliegvelden op Belgisch grondgebied in de directe streek van Gontrode
  • In het voorjaar van 1915 werd er op het vliegveld te Gontrode een Zeppelinveld aangelegd. Enerzijds werd hiervoor Gontrode gekozen omdat St Denijs Westrem enerzijds hiervoor te klein was en anderzijds lag het bebouwde centrum van Gontrode verder van het vliegveld verwijderd. Ook werd het vliegveld van Sint Denijs Westrem te vaak gebombardeerd om er Zeppelins te kunnen stockeren. Gontrode moest daarom de uitvalsbasis worden voor aanvallen en verkenningsvluchten met Zeppelins boven het Westelijke front.
  • Te Lemberge, in de omgeving van de windmolen, werd meestal een grote kabelballon opgelaten. Deze kreeg in de volksmond de bijnaam "t Verken". Deze was een baken, in de beginperiode voor de zeppelins, later voor de piloten om de luchthaven vanuit de lucht gemakkelijk te kunnen terugvinden op hun terugtocht. Mogelijks was de kleinere loods, meer zuidelijk, deze voor het opbergen van de kabelballon.
het verken te Gontrode
  • Op het terrein te Gontrode werd een kolosale loods opgericht voor het opbergen van de Zeppelins, in de volksmond kreeg de loods de bijnamen "Het Kot" of "De Tent". De afmetingen die men kan vinden in bestaande naslagwerken zijn wel nogal sterk afwijkend. Ze gaan van 180 meter lang en een breedte die varieert van 40 meter tot 86 meter. De hoogte die men kan terugvinden varieert van 15 tot 49 meter. In de zijkanten waren op twee hoogtes telkens 15 langwerpige ramen voorzien. In eerste instantie was de loods voorzien voor het plaatsen van drie zeppelins. Later waren het vooral vliegtuigen. Voor de bouw van de loods hebben de Duitsers zelfs de spoorwegrails van de door de oorlog niet meer gebruikte lijn Oostende-Brussel gerecupereerd. De spoorlijnen die te Gontrode op het terrein aangelegd waren sloten aan op de eigelijke reeds toen bestaande spoorlijn die praktisch parallel liep met Geraardsbergsesteenweg. Deze spoorlijnen moesten vooral dienen voor de bevoorrading van allerhande militaire zaken. Zo werd het waterstofgas voor de zeppelins in grote stalen flessen aangevoerd, evenals munitie, proviand,...
  • De eerste verhalen over Zeppelins te Gontrode duiken op op datum van 23 februari 1915. Plaatselijke bevolking zag 's morgens om 6u30 voor het eerst een luchtschip dat al over Oosterzele, Houtem en Balegem in de richting van Brussel vloog.
  • Op 26 februari 1915 landde een eerste Zeppelin op het grondgebied van Gontrode. Het was de L8 (productienummer LZ33, LZ slaat op landmacht, L sloeg op ten dienste van de Marine). De Zeppelin landde te Gontrode na een afgebroken raid boven West-Vlaanderen wegens teveel tegenwind. De luchtschepen vlogen vooral 's nachts. Pas toen het luchtschip boven de loods vlogen werden de grote zoeklichten in gang gestoken.
  • Het luchtschip vertrok op 4 maart opnieuw voor een raid op het graafschap Essex. Hij daalde echter ten westen van Oostende om zich opnieuw te kunnen oriënteren op zijn vlucht. Hierbij werd hij door Belgische soldaten opgemerkt en vrij sterk beschoten. Hij onderbrak daarom zijn raid en sloeg op de vlucht richting Düsseldorf. Hij was echter te zwaar geraakt en verloor zoveel gas dat hij in de buurt van Wommersom (bij Tienen) neerstorte. Er bleef enkel schroot over.
Zeppeling LZ30 (zelfde types als ooit in Gontrode)

Rechtsboven een foto van de LZ30 (een zeppelin van hetzelfde type als de LZ35 die ooit te Gontrode landde. Links een foto van een iets ouder type, de LZ12 uit 1915. Interessant en meer in detail op deze foto te zien, is de lokatie waar de mitrailleurschutter zich bevond bij een dergelijke Zeppelin. Bij LZ12 stond deze volledig vooraan, bovenop de ballon. Bij de foto hiernaast ziet u een dergelijke mitrailleurpost achteraan.

Hieronder een overzichtslijst van alle Duitse Zeppelins ooit gebouwd volgens hun type. Merk op dat de Zeppelins zoals de LZ33 en LZ35 die vastgekoppeld zijn geweest aan de toenmalige luchthaven van Gontrode wel 198 meter lang waren. De lengte van 180 meter van de hall zal dan allicht ook eerder onderschat zijn dan overschat. (Foto's en tabel: Zeppelin-Weltfahrten)

Mitrailleurpost op Zeppelin
  • Na het vergaan van het eerste luchtschip dat Gontrode werd toegewezen, veranderde de Duitse bezetter van tactiek. Men ging de Zeppelins geen vaste standplaats aanbieden. Ze trokken voortdurend rond. Hierdoor konden geallieerde vliegtuigen bij bombardementen nooit op voorhand weten of er een Zeppelin in de loodsen stond of niet. Indien er geen Zeppelin aanwezig was kon een bombardement hoogstens leiden tot wat gaten in het dak en de betonstructuur maar bleef de schade in het algemeen vrij beperkt. Indien er wel een Zeppelin aanwezig was, leidde dit gegarandeerd tot een inferno.
  • Na 4 maart landde te Gontrode nog enkel de LZ35. De eerder aangekondigde L9 had die dag te horen gekregen te moeten doorvliegen naar een ander onderkomen. De LZ35 werd gebruikt voor het uitvoeren van bombardementen boven het Westelijke front. Hij voerde in elk geval op 20 maart 1915 vanuit Gontrode een aanval uit op Parijs en Poperinghe. Bij de laatste aanval dropte hij 2420 kg bommen boven het front.
  • Tijdens de nacht van 12 op 13 april 1915, vertrok de LZ35 voor een raid op Saint-Omer. Deze vlucht werd echter op direct bevel van de Duitse keizer afgebroken omdat er net op die dag een "Entente" onder leiding van de Britse koningin (en dus een familielid van de Duitse Keizer) aan de gang was. Nadat het diende rechtsomkeerd te maken, kreeg het echter problemen met het ruwe weer en het luchtschip slaagde er niet meer in zijn thuishaven Gontrode te bereiken. In uiterst slecht weer moest het een noodlanding maken ter hoogte van Aalterbrug. Hij is nooit teruggekomen van deze plaats daar hij enige tijd later totaal vernield werd door een een volgende storm.
  • Hoewel de grote loods groot genoeg was voor het stockeren van drie zeppelins te gelijker tijd is dit nooit gebeurd. Er heeft nooit meer dan één zeppelin gelijktijdig ingestaan. Toen dus ook de tweede vrij courant aanwezige Zeppelin te Gontrode, de LZ35 werd neergehaald, werd dit ook meteen het einde van het stationeren van zeppelins te Gontrode. Men ging enkel nog zeppelins stockeren in loodsen die niet meer in één stuk bereikbaar waren om te bombarderen door geallieerde bommenwerpers. Enkel in nood mochten zeppelins nog te Gontrode landen.
  • Op 18 april 1915 vliegt om 17u30 een geallieerde bommenwerper over Gontrode. Overal hevig kanon en mitrailleurvuur afkomstig van Duits luchtafweergeschut. De bommenwerper weet twee brandbommen af te werpen op Gontrode. Een bom valt juist naast de loods, de andere treft de loods in het dak. Het dak wordt hevig beschadigd. De loods was dus wel leeg daar de LZ35 enkele dagen voordien was vergaan. Het Geallieerde vliegtuig weet te ontkomen via Landskouter in de richting van Wetteren. Er volgt Duits gejuich wanneer men meent het vliegtuig te zien duiken en neerstortten. Iets later duikt het vliegtuig echter opnieuw op boven Bavegem. Hij weet tussen een vuurregen van Duitse kanonnen en mitrailleurs in westelijke richting te ontsnappen.
  • Ondanks de vele verhalen over de Zeppelinbasis die Gontrode ooit moet geweest zijn, is het aantal Zeppelins die ooit te Gontrode opstegen en landden dus zeer beperkt. Er zijn er maar twee waarvan effectief kan bevestigd worden dat ze hier ooit aanwezig waren, de L8 en de LZ35. Er zal later nog een Zeppelin neerstorten in Sint-Amandsberg, de LZ37. Deze was mogelijks op weg naar Gontrode voor een tussenlanding toen hij werd opgemerkt door de Britse piloot van een eendekker. Deze wist de Zeppelin met fatale gevolgen te raken met een afgedropte bom met de fatale gekende gevolgen voor het centrum van Sint Amandsberg. De getroffen Zeppelin was trouwens wel degelijk voorzien van mitrailleurs, maar deze bleken omwille van het uiterst koude weer, niet bezet toen het vliegtuig de Zeppelin toevallig in het luchtruim vond. Het mag duidelijk zijn dat de Duitse bemanning van de Zeppelin totaal verrast zijn geweest door de plotse aanwezigheid van deze Britse jachtvlieger.
  • De functie van Gontrode zou dan ook bij deze uitgespeeld zijn als Zeppelinbasis. De functie van de vliegveldstructuur zou al snel veranderen in een uitvalsbasis van bombardementsvluchten met Duitse bommerwerpers.
  • In 1916 bouwde het Duitse leger een kazerne bestaande uit houten barakken op het terrein te Sint Denijs Westrem. Daarna volgde nog een spoorweg, een haven voor binnenschepen aan de Leie en een nog bestaande grote verbindingsweg.
  • Om de geallieerde troepen te misleiden werd op het grondgebied van De Pinte nog een nepvliegveld aangelegd met houten vliegtuigen.
  • In 1917 werden de vliegvelden van Sint Denijs Westrem en Gontrode overgenomen door het Kampfgeschwader der Obersten Heeresleitung 3 (KAGOHL 3). Hierdoor werden 36 bommenwerpervliegtuigen van het type Gotha IV ter beschikking gesteld van deze 2 vliegvelden.
  • Dat alle coördinatie niet altijd even feilloos verliep, bewijst deze foto van een Duitse Fokker die bij een mislukte landing in 1917 te Gontrode neerstorte op een hoeve (Hoeve De Smet).
  • De dagen nadien werd de hoeve samen met het wrak van het vliegtuig bewaakt door Duitse soldaten tot na de opruiming van het wrak. (Foto: verzameling Maurice De Pelsmaecker)
Gotha iV bommenwerpers
Gotha IV bommenwerpers (Foto: Collectie J. De Vos)
  • Eind mei 1917 startte men met dagelijkse bombardementsvluchten vanaf St Denijs Westrem en Gontrode met Gotha IV vliegtuigen op Engeland. Dagelijks zag men in de streek het schouwspel van een dertigtal van deze bommenwerpers, in ongeordende formatie, optornend tegen de hevige Westenwind, richting Engeland. Deze dagvluchten werden reeds korte tijd nadien vervangen door nachtvluchten.
loods Gontrode vliegtuig voor loodsen te Gontrode
vliegtuigen gestockeerd voor loods te Gontrode - (Foto: Collectie J. De Vos)
het opbergen van de vliegtuigen in de loods - (Foto: Collectie J. De Vos)
vliegtuig in de loods te Gontrode binnenzicht grote loods te Gontrode
onderhoud en reparaties aan de vliegtuigen gestockeerd in de grote loods te Gontrode - (Foto: Replica)
Een foto van de binnenkant van de grote loods. U ziet hoe kolossaal groot de loods is aan de persoon die beneden in de loods rondloopt. - (Foto: Replica)
  • Rond deze periode werden nog eens twee nieuwe hulpvliegvelden opgericht, namelijk Mariakerke en Oostakker.
  • In juli 1917 landden te Sint Denijs Westrem de eerste van een zwaarder type bommenwerpers. Rond deze periode werden de Gotha bommenwerpers aangevuld met een zestal zware vijfmotorige bommenwerpers van het type Staaken IV en een twintigtal kleinere tweezitters. Deze reuzevliegtuigen waren van het type R12/15 en hadden een bemanning tot 8 personen. Ze konden tot 3.5 ton bommen vervoeren. Verder waren ze standaard bewapend met 7 mitrailleurs. In eerste instantie werden deze vliegtuigen gebruikt vanaf de vliegvelden van Sint Denijs Westrem en Gontrode. Kort daarna begon speciaal voor dit type vliegtuigen de bouw van het vliegveld te Scheldewindeke. De 20 bijkomende tweezitters dienden als verbindingsvliegtuigen of voor de opleiding van piloten en navigatoren.
Ulanen beschieten geallieerd vliegtuig in 1917 te Melle Gontrode
  • De zware bommenwerpers waren van het type R12/15 dat eerder van Duitse kant reeds gebruikt werd aan het Oostfront. Door de aanwezigheid van deze bommenwerpers werd de luchthaven met de regelmaat van de klok zelf het doelwit van Britse luchtaanvallen. (Hierboven: Duitse Ulanen beschieten een geallieerd vliegtuig boven Gontrode in 1917 - Schets: Replica)
Staaken IV zware bommenwerper
Duitse Staaken IV zware bommenwerper te Scheldewindeke. (Foto: Collectie J. De Vos)
  • Er werd vanaf Balegem een afsplitsing gelegd op het bestaande spoorwegnet in de richting van de luchthaven van Scheldewindeke. Tot op dat moment waren op alle beschikbare vliegvelden de vertrek- en landingsbanen gemaakt door assen en sintels die werden vlak gerold met grote rollen getrokken door paarden.
  • Te Scheldewindeke wordt in tegenstelling met het vorige reeds gebouwde luchthavens voor de loods een gebetonneerd plein aangelegd, tevens wordt een gebetonneerde start- en landingsbaan aangelegd van 1000 meter. Men mag niet vergeten dat een volgeladen zwaargewicht bommenwerper tot 13 ton woog. De kleinere Gotha's wogen volgeladen maximaal 4 ton.
  • Op 22 augustus 1917 werd door Duitse soldaten, de molen te Lemberge neergehaald omdat hij het zicht op de landingsbanen te Gontrode te sterk afnam en er te veel risico op ongelukken was voor landende en opstijgende vliegtuigen. (Foto: Replica)
  • In de nacht van 28 op 29 september 1917 namen voor het eerst twee reuzebommenwerpers deel aan een nachtelijke bombardementsvlucht op Londen. Zij hebben toen echter hun bommen vroeger afgeworpen omdat zijn niet tot in Londen geraakten. De nacht nadien vlogen er drie van dergelijke bommenwerpers mee op Londen die wel degelijk hun doel wisten te bombarderen.
  • De grote loods te Gontrode was meermaals het doelwit van geallieerde bombardementen. (Dit verklaard ook waarschijnlijk de reden van de bouw van de twee zo goed als onder te grond verborgen bunkers als schuilplaats voor de soldaten bij dergelijke aanvallen.) Bij deze aanvallen deelde de omgeving vaak mee in de klappen. De bombardementen waren zeker nog geen preciesiebombardementen te noemen. Zo werd op 30 september 1917 het schooltje van Lemberge getroffen door een misworpen bom die gelukkig niet ontplofte.
  • Toen de geallieerden hun luchtaanvallen op de luchthaven van Gontrode opdreven werden steeds meer vliegtuigen gestockeerd op de luchthaven van Scheldewindeke. Het belang van de luchthaven van Gontrode werd steeds meer afgebouwd.
Duitse Staaken IV , nieuwere type (Foto: Collectie J. De Vos)
  • Op 23 december 1917 landt te Sint Denijs Westrem het eerste type van de nieuwere versie van de zware Staaken bommenwerper. Het type is gemakkelijk te herkennen aan het kraaiennest bovenop de vleugels. Het was dus de bedoeling dat de mitrailleurschutter bij dreigend gevaar omhoog klom tot bovenop de vleugels om aldaar de mitrailleur te bedienen.
  • Dit nieuwere model van vliegtuig zal echter pas in januari 1918 zijn eerste bombardementsvluchten maken op Calais. Bij zijn terugtocht van Calais kreeg het toestel echter af te rekenen met motorpech waardoor het genoodzaakt werd zo snel mogelijk te landen. Het vliegtuig landde op het vliegveld van Scheldewindeke dat zelfs op dat moment nog niet afgewerkt was om een dergelijke mastodont te kunnen ontvangen zoals het hoorde. Enkele dagen later vloog het herstelde vliegtuig verder naar Sint Denijs Westrem.
  • Op 6 maart 1918 verhuisden deze reuzen definitief naar het toen afgewerkte vliegveld van Scheldewindeke. Rond dezelfde periode verhuisden ook de toen nog in Gontrode gestationneerde bommenwerperescadrons naar Scheldewindeke waar zij hun vaste stek kregen. Gontrode werd meer en meer uitgerangeerd, eerst als Zeppelinbasis, daarna als vertrekpunt voor bommenwerpers.
  • Op 7 maart 1918 vertrekken vanaf Scheldewindeke de eerste 6 Reuzevliegtuigen voor een bombardementsvlucht op Londen. Slechts 3 van de 6 bereiken hun eigenlijke voorziene doel.
  • Op 9 mei 1918 vertrekken vanaf Scheldewindeke 4 Staaken Vliegtuigen met als doelwit de havenstad Dover. Toen de weersomstandigheden tijdens de vlucht sterk verslechtten, gaf men de opdracht niet Dover maar Duinkerke en Calais te bombarderen. Twee van de vier vliegtuigen hadden hun bommenvracht al afgegooid boven Duinkerke. De twee anderen vlogen nog even door tot boven Calais. Rond 1 uur in de ochtend vlogen de eerste twee vliegtuigen opnieuw boven Scheldewindeke maar harde mist maakte het onmogelijk te landen. Het eerste vliegtuig (de R32) zet ondanks aanmaningen te landen op Evere en niet te Scheldewindeke, zijn landing in. Hij zit echter voor de landing reeds veel te laag en raakt de toppen van de bomen voor de landingsbaan. Het toestel slaat te pletter. Er klinkt een enorme knal van een niet afgeworpen vliegtuigbom en door de nog aanwezige niet gebruikte benzine ontstaat meteen een vuurzee die het leven kost aan bijna alle inzittenden. Het tweede vliegtuig (de R39) weet op dezelfde plaats wel een geslaagde landing te maken en komt enkele meters voor een diepe gracht tot stilstand.
neergestorte Reuzevliegtuig R32

Neergestorte R32 - Foto Collectie J. De Vos

  • Een half uur later hingen ook de twee andere toestellen boven de luchthaven waar de mist nog dikker was komen te hangen. Zij kregen de opdracht door te vliegen naar de luchthaven te Gistel. De piloten zetten echter toch een blinde landing in op het vliegveld van Scheldewindeke. Eerst stort de R26 te pletter met een enorme vuurzee tot gevolg. Slechts één mecanicien overleeft de crash.
Staaken vliegtuig R26

Neergestorte R26 - Foto Collectie J. De Vos

  • De R29 tracht de luchthaven te benaderen van de andere kant. Zij raken echter net als de R32 de boomtoppen die ze niet meer kunnen ontwijken. De benzinetanks scheuren open en de piloot weet nog net op tijd de hoofdschakelaar van de elektriciteit uit te schakelen om een nieuwe massale ramp te vermijden. Het vliegtuig hing in stukken en brokken in te toppen van de bomen.
neergestort vliegtuig in toppen van de bomen

Neergestorte R29 in de boomtoppen - Foto: Collectie J. De Vos

  • Op 19 mei 1918 werd voor een laatste maal met vliegtuigen vanuit Scheldewindeke Londen gebombardeerd. Een Staaken vliegtuig dropt voor de derde maal tijdens WO I een bom van 1000 kg op de Britse hoofdstad.
  • Op 30 juli en nogmaals op 18 augustus worden de doelen verlegd naar de Franse havenstad Le Havre. Men slaagt erin met veel minder brandstofverslindende vliegtuigen te vliegen met een totaal vliegbereik tot 800 km (heen en terug gerekend).
Duitse driedekker op het Vliegveld van Mariakerke. De lokatie waar het vliegtuig hier werd gefotografeerd moet ongeveer overeenkomen met de huidige Oranjeboomstraat te Mariakerke. (Foto: Collectie G. en C. De Ceuninck.)
  • Op 8 augustus 1918 kwam te Oostakker bij de wijk Lourdes een meisje om. Het betrof één van de burgerslachtoffers van de vele geallieerde bombardementen op de Duitse luchthavens in het Gentse.
  • Op 2 oktober krijgt men te Scheldewindeke de opdracht de luchthaven te ontruimen en te verhuizen naar Morville, diep in het zuiden van de provincie Namen. Ze proberen nog in een hels tempo zoveel mogelijk materiaal te recuperen en te ontmantelen. Hetgeen niet meer tijdig kan gerecupereerd worden wordt gesaboteerd of vernield. Hetgene niet meer bruikbaar was en achtergelaten werd door de Duitsers, werd vrij snel gerecupereerd door plaatselijke landbouwers en omwonenden.
restanten van de Duitse loods op Scheldewindeke
Restanten van Duitse loods op Scheldewindeke. U kunt heel duidelijk zien dat reeds snel alle bruikbare materialen vlot gerecupereerd werden door de plaatselijke landbouwers.(Foto: Collectie J. De Vos)
  • Rond dezelfde periode in oktober 1918 werd algemeen de opdracht gegeven de Gentse luchthavens te ontmantelen en te verlaten.
  • Toen de Duitsers op het einde van de oorlog de installaties in Gontrode achterlieten, hebben zij hier eveneens de meeste structuren proberen vernielen, zoals onder andere de grote loods.
vernielde hall te Gontrode 1918
De in 1918 verlaten en vernielde grote hall te Gontrode. Vooraan nog achtergelaten munitie. (Foto: Replica)
Terugtrekkende Duitse artillerie te Moortsele november 1918
Duitse Artillerie dekt te Moortsele achter de tramlaan de Duitse aftocht vanuit Gontrode. Dit was wat ze noemden een "Vliegende Stelling". Zeer compact opgesteld langs de kant van de weg, zonder veel bijkomende voorzieningen. Meer detail over deze foto op deze link op deze website.
  • Na de geallieerde bevrijding werd in november 1918 de luchthaven nog beperkte tijd gebruikt door het Britse Royal Flying Corps. Nadat deze het vliegveld verlieten werd het nog een tijdje gebruikt door de Belgische tankschool. Deze gebruikten het vliegveld als oefenterrein. Het niet gebruikte gedeelte van het terrein kon gebruikt worden door sportvliegers.
  • In 1920 werd te Gontrode heel wat infrastructuur van het toenmalige vliegveld gesloopt. Het terrein had al elke activiteit als luchthaven verloren na het vertrek van de Duitsers.
  • In mei 1940 kenden zowel het WO I vliegveld van Gontrode als dat van Scheldewindeke nog éénmaal een zeer korte heropleving. Beiden echter zonder dat de terreinen opnieuw de bedoeling hadden definitief opnieuw als vliegveld gebruikt te worden. Te Gontrode landde een eskadron Duitse Messerschmits op het voormalige vliegveld. De piloot die de leiding had over het eskadron had in 14-18 ook op deze luchthaven dienst gedaan en kende de landingsplaats nog van toen.
  • Ook het vliegveld van Scheldewindeke kende tijdens diezelfde periode, op 21 mei om juist te zijn, een nog heel korte heropstanding als vliegplein. In de loop van die dag heeft een Heinkelbommenwerper een crashlanding gemaakt op het oude Duitse WO I vliegveld. De piloot is door de ter plaatse aanwezige Duitsers overgebracht naar Balegem voor verdere verzorging.
Blauw kasteel te Scheldewindeke
(Foto Blauw Kasteel te Scheldewindeke - Collectie J. Lattoir)

Voor de rest is dit vliegveld volledig opgegaan in de plaatselijke landbouw.

Tevens verdween samen met het vliegveld één van de meest herkenbare stukken van het vliegveld, het kasteel waar de Duitse leiding en de piloten verbleven, het "Blauw Kasteel". Dit kasteel werd ook afgebroken in 1957. De stallen en de dreef bestaan nog, al zijn de originele bomen van de dreef ook allen verdwenen.

  • Ook het vliegveld van Oostakker heeft geen verdere toekomst meer gekend na het vertrek van de Duitsers. (zie de aparte file hierover).
  • Tijdens de Duitse bezetting in de jaren '40 bleek de teruggekomen bezetter enkel nog interesse te hebben in het vliegveld van Sint Denijs Westrem. Er is nog heel kortstondig een poging ondernomen ook Mariakerke opnieuw in gebruik te stellen maar de definitieve heropstart van dit hulpvliegplein werd al evensnel afgebouwd dan het opnieuw was opgestart. Dit had allicht alles te maken met de uitbouw van de structuur van Sint Denijs Westrem.
  • Het vliegveld van St Denijs Westrem viel na de bezetting onder de bevoegdheid van de Duitse Luftwaffe. Daarnaast was er hier ook een opleidingscentrum voor nieuwe piloten. De manschappen werden naast de kazerne van Maaltebrugge ook gehuisvest in kastelen in de buurt zoals bv kasteel Hanus (huidige Maria Middelares).
  • Vanaf juni 1940 was ook de Seenotdienst hier gevestigd. Deze moest zich bekommeren over het uitwerpen van rubberbootjes in het kanaal voor neergehaalde piloten.
  • Vanaf 1941 viel de uitbouw van de luchthaven onder de bevoegdheid van Organisation Todt. Deze organisatie realiseerde hoofdzakelijk de constructie van bunkers en schuilkelders overal ten lande. Het vliegveld kreeg een verharde grasbaan en aan de randen van het vliegveld werden verharde betonstroken en parkeernissen aangelegd. Deze dienden om de vliegtuigen gespreid en verdekt op te stellen. Er werden ook nog een nieuwe controletoren, een officierenmess en drie hangars gebouwd. Ook werden er drie betonnen bunkers gebouwd waarvan er heden nog één exemplaar bestaat op de terreinen van Maria Middelares.
  • Ook werden opnieuw nepvliegvelden aangelegd in de directe omgeving om geallieerde bommenwerpers te misleiden. Hier en daar werden afweertorens opgericht en afweergeschut opgesteld.
  • In het gebouw van openbare werken te Gent werden vliegtuigmotoren hersteld en getest. De hoofdtaak van het vliegveld bleef echter dat het een lazaretvliegveld was voor het Bijlokehospitaal dat was omgevormd in een Duits militair Hospitaal. Het dichtstbijgelegen vliegveld gebruikt voor Duitse jachtvliegtuigen werd Wevelgem.
  • Samengaand met dit vliegveld werd ook het domein de Ghellinck te Zwijnaarde in gebruik genomen als opslagplaats voor munitie.
St Denijs Westrem 1944
Links ziet u een luchtfoto getrokken door spionagevliegtuigen boven de toenmalig Duitse luchthaven te Sint Denijs Westrem. U herkent duidelijk de helwitte lijnen van de gebetonneerde randstroken aan het vliegveld.(Foto: Bron onbekend). Rechts ziet u een foto van het vliegveld, toen nog in Duitse handen, getrokken in 1944 (Foto: Archief Delbaere-Karras)
  • Begin 1944 ontruimden de Duitsers voor een tweede maal in 30 jaar tijd het vliegveld. In september datzelfde jaar werd het vliegveld in gebruik genomen door de 131e Poolse Wing van de Royal Air Force. Er volgden nog enkele zware laatste Duitse stuiptrekkingen tegen dit in geallieerden handen overgegane vliegveld.
geallieerde vliegtuigen te St Denijs Westrem Duitse aanval op luchthaven St Denijs Westrem
Links ziet u een foto van de eerst gelande geallieerde vliegtuigen op het vliegveld in september 1944 (Foto: Archief Delbaere-Karras). Rechts ziet een foto van het vliegveld na een Duitse aanval op 1 januari 1945 (Foto: collectie Georges Antheunis)
  • Bij de Duitse aanval op 1 januari 1945, werd het vliegveld zwaar beschadigd. Nadat na de oorlog de RAF het vliegveld ontruimde werd het overgedragen aan de Belgische Regie der Luchtwegen. Dezen gebruikten het vliegveld tot januari 1985. Toen moest het vliegveld baan ruimen voor het beurzencentrum Flanders Expo.
foto vliegveld kort na WO II
Een foto van het vliegveld uit 1946. Onderaan ziet u reeds de aanvang van de werken voor de aanleg van de autostrade. (Foto: Collectie Dhanens)

Gebruikte bronnen voor foto's en teksten:

  • Het Vliegveld van Sint Denijs Westrem tijdens Wereldoorlog I en II door Georges Antheunis - Heemkring Scheldeveld - jaarboek XXXVI 2007.
  • Oosterzele tijdens de wereldoorlogen - J. De Vos en L. De Smet.
  • Een Eeuw Luchtvaart boven Gent - Deel 1: 1785 - 1939 - Piet Dhanens.
  • Zeppelin-Weltfahrten.
  • Er zijn ook teksten en foto's gebruikt voor deze internetbladzijde afkomstig van onderstaande 2 internetsites: