|
Beschrijving Bruggenhoofd Gent.
De bouw van Bruggenhoofd Gent als onderdeel van de Belgische fortificatiepolitiek.
De Bouw van Bruggenhoofd Gent is maar een klein onderdeel van de ganse fortificatiepolitiek die plaats had over het ganse Belgische grondgebied. U krijgt hier een chronologisch overzicht hoe deze fortificatie verliep voor Belgie vanaf eind jaren '20 tot de hel losbarstte in mei 1940.
De opbouw en structuur van het Belgische leger voor mei 1940.
- Standaard bestond het Belgische landleger op zich uit 12 Infanteriedivisies en 2 Divisies Ardense Jagers waarvan de eerste gemotoriseerd. Elke Divisie stond onder de leiding van een Generaal.
- Elk van deze 12 Infanteriedivisies bestond nog eens uit 3 Regimenten Infanterie. Een Regiment (ook wel Bataljon genaamd), is een legereenheid die volledig zelfstandig kon oppereren. Afhankelijk van het soort Regiment omvat dit tussen de 400 en 2000 soldaten. Het stond onder de leiding van een kolonel of een luitenant-kolonel.
- Elk Regiment bevatte op zijn beurt: 3 Compagnieën fuseliers, een 4e Compagnie zware wapens zoals mitrailleurs-mortieren en antitankkanonnen, een Compagnie artillerie bestaande uit 4 groepen van 3 batterijen met elk 4 stukken geschut. Een eskadron verkenners te fiets.
- Een Compagnie omvatte op zijn beurt zo een 100 a 150 soldaten, onder de leiding van een kapitein. Elke compagnie werd dan nog eens opgedeeld in een aantal pelotons, elk onder leiding van een luitenant of plaatsvervangend commandant, een sergeant. Een peloton bevatte op die manier tussen de 20 a 40 soldaten. Deze pelotons werden dan nog eens opgedeeld in kleinere eenheden van een tiental soldaten onder de leiding van een sergeant of korperaal. Deze kleinere eenheden worden ook wel eens Escouades genoemd.
- Zo had standaard elk Regiment Infanterie volgende wapens ter beschikking: 324 mitrailleurs (FM), 144 zware mitrailleurs (MI), 36 mortieren 76mm, 60 antitankkanonnen 47mm en 48 stukken zware Artillerie.
- Voor de Ardense Jagers bestond elke Divisie uit 3 Bataljons van 3 Compagnies Cyclisten. Deze cyclisten waren deels fuseliers en mitrailleurs. Elk bataljon beschikte daarnaast nog eens over 3 T15 tanks en 8 T13 tanks. De 1e Divisie was een elite-eenheid, de 2e Divisie was een reservedivisie opgebouwd tijdens de mobilisatie. Ze was een heel gedeelte minder gemotiveerd en getraind dan de eerste Divisie.
- Om de Divisies iets of wat gelijkwaardig aan elkaar te maken werd bij de eerste 6 Divisies telkens 1 Regiment vervangen door een Reserve Regiment. Hierdoor bestonden de eerste 6 Divisies telkens uit 2 Actieve Regimenten en 1 Reserve Regiment. De 7e tot 12e Divisie bestond telkens uit 1 Actief Regiment en 2 Reserve Regimenten.
|
 |
 |
Compagnie Belgische soldaten jaren '30 - (Foto: Collectie A. Ombecq) |
|
Compagnie Belgische soldaten Jaren '20 - (Foto: Replica) |
|
 |
 |
Peloton soldaten 6e Linie (Foto: Replica) |
|
Peloton Jagers te Voet (Foto: Replica) |
|
 |
 |
Escouade Belgische Geniesoldaten - (Foto: Replica) |
|
Escouade Belgische soldaten 6e Linie in 1937 (Foto: Replica) |
|
Vanaf 1934 werden hiernaast nog eens 6 tweede reservedivisies op de been gebracht.
- 6 Divisies Reservisten samengesteld uit oudere opnieuw opgeroepen soldaten tussen 29 en 32 jaar oud. Zij beschikten echter nauwelijks over moderne wapens. Er waren geen antitankkanonen 47mm of 76mm mortieren beschikbaar. Zij bezaten maar over 24 stuks zware Artillerie in plaats van de 48 bij de andere divisies.
- Enkel hun verkenningseenheden waren beter uitgerust. Deze bestonden telkens uit 3 Eskadrons waarvan 1 Eskadron mitrailleurs.
- Deze divisies zouden in eerste instantie gebruikt en ingezet worden in tweede lijn. Achter de linies voor bewakingsopdrachten, e.d... Dit was natuurlijk gemakkelijker gezegd dan gedaan. Eenmaal de strijd losbarstte, zaten vaak deze soldaten ongewild, in de voorlinie met hun veel minderwaardigere wapens.
Toen op 10 mei 1940 de hel losbarstte bezat Belgie een landleger van 600.000 soldaten op een totale bevolking van 8.000.000.
Detailopbouw van de verschillende Belgische Infanteriedivisies voor mei 1940.
Elke Divisie bestaat uit 3 Regimenten, een regiment artillerie en Genie. Ardense Jagers hadden geen aparte Artillerie, wel een Genieregiment.
- 1e Divisie = 3e-4e en 24e Linie, 1e Artillerie, 1e Bat Genie.
- 2e Divisie = 5e-6e en 28e Linie, 2e Artillerie, 12e Bat Genie.
- 3e Divisie = 1e-12e en 25e Linie, 3e Artillerie, 3e Bat Genie.
- 4e Divisie = 7e-11e en 15e Linie, 8e Artillerie, 4e Bat Genie.
- 5e Divisie = 1e-2e en 4e Jagers te Voet, 11e Artillerie, 5e Bat Genie.
- 6e Divisie = 1e Grenadiers, 1e Karabiniers, 9e Linie, 6e Artillerie, 7e Bat Genie.
- 7e Divisie = 2e Grenadiers, 2e Karabiniers, 18e Linie, 12e Artillerie, 6e Bat Genie.
- 8e Divisie = 13e-19e en 21e Linie, 5e Artillerie, 10e Bat Genie.
- 9e Divisie = 8e-16e en 17e Linie, 4e Artillerie, 9e Bat Genie.
- 10e Divisie = 3e-5e en 6e Jagers te Voet, 10e Artillerie, 8e Bat Genie
- 11e Divisie = 14e-20e en 29e Linie, 9e Artillerie, 11e Bat Genie.
- 12e Divisie = 2e-22e en 23e Linie, 7e Artillerie, 2e Bat Genie.
- 13e Divisie = 32e-33e en 34e Linie, 21e Artillerie, 14e Bat Genie.
- 14e Divisie = 35e-36e en 38e Linie, 22e Artillerie, 13e Bat Genie.
- 15e Divisie = 31e-42e en 43e Linie, 23e Artillerie, 16e Bat Genie.
- 16e Divisie = 37e-41e en 44e Linie, 24e Artillerie, 18e Bat Genie.
- 17e Divisie = 7e-8e en 9e Jagers te Voet, 25e Artillerie, 17e Bat Genie.
- 18e Divisie = 3e Grenadiers, 3e Karabiniers, 39e Linie, 26e Artillerie, 15e Bat Genie
- 1e Divisie Ardense Jagers = 1e-2e en 3e Ardense Jagers, 1e Comp. 19e Bat Genie.
- 2e Divisie Ardense Jagers = 4e-5e en 6e Ardense Jagers, 2e Comp. 19e Bat Genie.
De Cavalerie werd sinds 1937 afgebouwd en gemotoriseerd. Dit was volledig afgewerkt in maart 1938.
- Zij omvatte 2 Divisies met elk 3 gemotoriseerde Regimenten motoren met sidecar, 2 Regimenten cyclisten en een Regiment gemotoriseerde Artillerie.
- Zo had elk Regiment 4 T13-tanks en 6 T15-tanks tot zijn beschikking.
- Van deze 6 Regimenten waren er 3 actieve regimenten moto's en side-cars, 1 Actief Regiment Karabiniers en 1 Reserve, 1 Regiment van twee groepen van drie batterijen artillerie getrokken door tractoren, een batallion Genietroepen, een onderhoudsteam.
Detailopbouw van de verschillende Cavalerie-eenheden.
- 1e Divisie Cavallerie = 1e Regiment Gidsen, 2e en 3e Regiment Lansiers, 1e en 3e Regiment Karabiniers Cyclisten, 17e Regiment Artillerie en 25e Bat Genie.
- 2e Divisie Cavallerie = 1e Regiment Lansiers, 1e en 2e Regiment Jagers te Paard, 2e en 4e Regiment Karabiniers Cyclisten, 18e Regiment Artillerie, 26e Bat Genie.
- Brigade de Cavaliers Portés = 2e Regiment Gidsen en 4e Regiment Lansiers
Standaardwapens gebruikt door de 1e tot de 12e Divisie.
Kort voor de oorlog begon het Belgische leger te moderniseren. De nieuwe aangeworven standaardwapens staan hieronder.
Deze wapens waren bij het aanbreken van de oorlog nog niet ten volle geleverd zodat er toch ook nog heel wat verouderde wapens gebruikt moesten worden.
- Standaard geweer: Mauser 1935. Het was een enorm goed wapen en schoot heel precies. Wel moest het goed onderhouden worden. Het was gevoelig voor vervuiling met bv zand.
|
- Standaard mitrailleur (FM = Fusil mitrailleur, geladen met laders): Browning FM35. (foto: Replica) Dit was een heel degelijk wapen dat weinig klachten gaf om het te gebruiken.
|
- Zware mitrailleur (MI = geladen met kogelbanden) : Maxim Lourde. (Foto:Replica) Een zeer goed wapen, enige nadeel zijn gewicht om het telkens mee te zeulen bij verplaatsingen.
|
- Granaatlanceerders type DBT. Een wapen dat weinig klachten gaf over zijn werking.
|
- Mortieren: 76 mm mortieren: FRC. (foto's: Replica) Een zeer goed wapen, enige nadeel zijn gewicht om het telkens mee te zeulen bij verplaatsingen.
|
|
 |
- Antitankkanonnen: 4.7cm kanonnen. Het wapen was veruit de meerdere van zijn Duitse tegenganger, de 37 mm PAK en de Franse 25mm. Het was echter vrij zwaar om het telkens vlot te kunnen verplaatsen tijdens de strijd.
|
|
|
FRC-kanon van 47mm op luchtbanden. Foto Collectie Tankmuseum. |
|
Groepsfoto met op de voorgrond 2 FRC 4.7 cm kanonnen. Foto MRA-KML |
|
Verschillen in wapens gebruikt door de 6 Tweede Reservedivisies.
- De Mauser 1889, nog dezelfde geweren als gebruikt in Wereldoorlog I.
|
- De zware mitrailleurs. Dezen waren allen nog daterend uit WO I. Er waren nog 2 vrij courant gebruikte oudere types in gebruik bij de reserve-eenheden.
- Hotchkissmitrailleurs.
Dit type mitrailleur werd reeds binnen het Belgisch leger gebruikt voor WO I en was bij het uitbreken van WO II nog altijd courant in gebruik. |
De bovenste twee foto's dateren van voor WO I, de twee foto's eronder dateren van de periode tussen de twee Wereldoorlogen (Foto's: Replica)
- Zware Mitrailleur type Colt 1917-1918.
|
- De Belgische handmitrailleurs (FM) waren eveneens wapens van het type 1917-1927 die waren aangepast om dezelfde munitie te kunnen gebruiken dan de recentere mitrailleurs. Dit waren vaak de reeds oudere mitrailleurs van het Franse type Chauchat. ( foto's hieronder, Franse soldaten met Chauchat mitrailleurs, bron: Replica)
|
- Lebel Antitankgeweren. Dit waren effectief nog wapens ooit ontworpen om tanks te kunnen vernietigen. Deze dateerden nog letterlijk uit WO I. Deze bestonden in versies voor het afvuren van antitankprojectielen van 13 mm en 20 mm. Men hoopte er in mei 1940 nog iets te kunnen mee aanvangen. Deze waren geschikt voor de zwakke bepantseringen uit WO I maar alle Duitse tanks waren veel te zwaar gepantserd om van dergelijke wapens nog iets te hoeven vrezen.
|
 |
 |
Onderstaande gemotoriseerde voertuigen waren in ons landleger voorzien.
Belgische Tanks.
Renault FT-17 en FT-18 tanks.
- De oudste types van tanks die bij het Belgische leger nog in gebruik waren, dateerden nog uit WO I. Het betrof de Renault FT-17. Een uiterst kleine tank voor twee personen, bestand tegen kogelinslagen, lichte granaten en mijnen. Deze 4 tons tank was origineel ontworpen om te kunnen doordringen tot vijandelijke loopgraven, verdedigd door machinegeweren. Hij was zelf uitgerust als bewapening met een Hotchkissmitrailleur. (Beide foto's Replica)
|
- Van dit type tank bestond ook een iets recentere versie, de Renault FT-18. Deze tank was vergeleken met de FT-17 ongeveer 1 mijl/uur sneller en iets beter bepantserd. Het grootste verschil was dat hij in plaats van met een mitrailleur, bewapend was met een 37 mm kanon.(Beide foto's Replica)
|
 |
 |
- Bij het uitbreken van de oorlog in mei 1940 waren nog 75 tanks (door elkaar geteld van beide types) in gebruik bij de Infanterie.
Britse Vickers-Carden-Loyd T15-tanks
- Dit was de rechtstreekse vervanger van de Franse Renault FT-17. Dit was een 6-tons tank, volledig afgesloten aan de bovenkant en bewapend met een 13.2 mm Hotchkissmitrailleur. Deze werden toegevoegd aan de cavalerie-eenheden en aan de 1e Divisie van de Ardense Jagers.
- Het Belgische leger bezat 42 van dergelijke tanks. Ze waren als volgt verdeeld binnen het leger:
- 1e Cavallerie Divisie.
- 4 stuks bij de 1e Gidsen.
- 6 stuks bij de 2e Lanciers.
- 6 stuks bij de 3e Lanciers.
- 2e Cavallerie Divisie.
- 6 stuks bij de 1e Lanciers.
- 6 stuks bij de 2e Jagers te paard.
- 4 stuks bij de 1e Jagers te paard.
- 1e Divisie Ardense Jagers.
- 3 stuks bij de 1e Ardense Jagers.
- 3 stuks bij de 2e Ardense Jagers.
- 3 stuks bij de 3e Ardense Jagers.
- Tank rijschool te Borsbeek bij Antwerpen.
- (Beide foto's Replica)
|
 |
 |
Britse Vickers-Carden-Loyd T13-tanks
- Dit was de rechtstreekse vervanger van de Franse Renault FT-18. Deze tank was sterk gelijkend op de T15. Het was een 5 tons tank. Het chassis was niets anders dan een Vickers-Carden-Loyd artillerietrekker waarop een Belgisch 47 mm turret werd geplaatst. De hoofdwapening werd aangevuld met een Belgisch 7.65 mm FN 30 MG machinegeweer. De kwaliteit van dit kanon was niet te onderschatten. Er zijn vernielde Duitse pantsers gevonden waarbij de kogel de pantserwagen aan de ene kant binnendrong en aan de andere kant opnieuw verliet. Ook de gebruikte mitrailleur werd bij de betere bestaande types gerekend bij aanvang van de oorlog. Er waren binnen het Belgische leger 3 types van dit soort tank te onderscheiden.
T13 B1
- Van dit type waren er binnen het Belgische leger 30 stuks aanwezig. Het gemakkelijkste herkenningspunt van dit type van T13 is net zoals bij de andere types de militaire nummerplaat. Bij dit type zitten alle nummerplaten in de reeks 05XX.
- Dit type was in gebruik bij:
- 1e Divisie Ardense Jagers.
- Cavallerieregimenten.
- 1e Regiment Grenswielrijders.
Foto links: T13 B1 bij compagnie Ardense Jagers (Replica) - Foto rechts: T13 B1 bij groep Grenswielrijders (Replica)
|
 |
 |
T13 B2
- Van dit type waren er binnen het Belgische leger 20 stuks aanwezig. Het gemakkelijkste herkenningspunt van dit type van T13 is net zoals bij de andere types de militaire nummerplaat. Bij dit type zitten alle nummerplaten in de reeks 11XX.
- Dit type is een ombouw van de reeds aangekochte T13 artillerietrekkers die het Belgische leger reeds bezat. De ombouw gebeurde in 1936.
- Interessant als bijkomend herkenningspunt van type B1 en B2 ten opzichte van B3 is dat het type B3 zijn geschutskoepel zonder problemen kon draaien over 360°. Bij type B1 en B2, stond de loop standaard naar de achterkant van de machine gericht. Om de koepel volledig te kunnen ronddraaien, moest men specifiek zijplaten van de tankkoepel gaan neerleggen.
- Dit type was in gebruik bij:
- 1e Divisie Ardense Jagers.
- Cavallerieregimenten.
- 1e en 2e Regiment Grenswielrijders.
- Battalion Limburgse Grenswielrijders.
Foto links: T13 B2 Museumtank (Replica) - Foto rechts: T13 B2 achtergelaten tank tijdens meidagen '40 (Collectie P. Taghon)
|
 |
 |
T13 B3
- Van dit type waren er binnen het Belgische leger in totaal 150 stuks aanwezig. Deze tanks kwamen in gebruik vanaf 1937. Ze zijn vrij gemakkelijk te herkennen van de beide vorige types omdat in dit geval de tanks bovenaan veel meer afgesloten waren, ook de koepel met het 47 mm kanon. De militaire nummerplaten dragen allemaal nummers tussen 33XX en 35XX.
- Dit is het type T13 tank waar men nog het gemakkelijkst foto's van kan van terugvinden.
- Dit type was in gebruik bij:
- 2e Reg Ardense Jagers.
- 2e Regiment Grenswielrijders.
- Forttroepen vesting Namen.
- De verschillende Infanteriedivisies 1,2,3,4,7,8,9,10,11 met elk 12 stuks. Daar elk van deze divisies bestond uit 3 Linieregimenten bezaten zij elk 4 stuks.
- 1e,2e en 3e Lanciers.
- 1e en 2e Jagers te Paard.
- 1e Gidsen.
- 1e en 2e Regiment Grenswielrijders.
Foto links: T13 B3 tank voor mei 1940 (Replica) - Foto rechts: T13 B3 uitgeschakeld exemplaar te Kuringen (Replica)
|
 |
 |
- Dat deze tank en zijn bijhorend 47mm geschut zeker niet als inferieur aanzien werden qua kwaliteit, mag blijken uit de foto hiernaast waaruit blijkt dat Belgische T13 tanks werden overschilderd met Duitse insignes (de nummerplaten stonden er zelfs nog op) en overgenomen werden in de Duitse pantserdivisies. (Foto: Replica)
|
|
 |
Renault AGC1
- Daarnaast bezat ons land toen de oorlog uitbrak nog 8 Renault-tanks. Dit waren 16-tons tanks voorzien van een 4.7 cm kanon en een 13.2mm mitrailleur. Er waren er eigenlijk 12 besteld maar tegen de tijd dat de oorlog begon waren er nog maar 8 geleverd.
(Foto's: Replica) |
|
|
Belgische motor met sidecar van het type FN type 12 A-SM, 1000cc - Foto Replica |
|
Belgische motor zonder sidecar van het type Saroléa, type 37 T-6, 600cc - Foto Replica |
|
De Algemene Artillerie- en Genie-eenheden, niet gebonden aan andere reeds bestaande Divisies van andere eenheden. (l'Artillerie et le Genie des Corps d'armée et du Corps de Cavalerie)
Het grootste gedeelte van de Zware Artillerie was bij de aanvang van de oorlog sterk verouderd maar wel goed onderhouden. Het bestond grotendeels uit geschut dat nog stamde uit de Eerste Wereldoorlog. Dit waren dan hoofdzakelijk oude Franse, Britse en zelfs enkele Duitse kanonnen. Zo waren er in totaal een twintigtal verschillende types van courante artilleriestukken van allerhande kalibers van vuurmonden. De enige recentere artilleriestukken waren de 105mm obussen en de getrokken kanonnen van 120mm, beiden Belgische makelij.
Hieronder een overzicht van de gebruikte artillerie.
- kanonnen 7.5cm snelladers uit 1907 (Foto links: Replica - Foto rechts is een achtergelaten Belgische snellader te Kruiswege tijdens de 18 daagse veldtocht, collectie P. Taghon)
|
- kanonnen 7.5cm veldgeschut (4 foto's, allen Replica)
|
- kanonnen 105mm uit 1913 (Franse makelij, vermoedelijk zichtbaar op onderstaande foto (foto: Replica))
|
- Getrokken kanonnen 120mm (Foto's: Replica)
|
- Franse Obussen 155mm (Foto's boven en rechtsonder: Replica, linksonder: André Ombecq)
|
- Britse 6 ponders (Foto's: Replica)
|
- 220mm mortieren uit 1916 (Foto's Replica)
|
- Daarnaast beschikte het Belgische leger nog over 12 stuks zwaar spoorweggeschut, allen gerecupereerd op de Duitse bezetter tijdens WO I.
- Dit omvatte 6 kanonnen 170m. (Foto: Replica)
|
- 5 kanonnen 280 mm (foto's: Replica)
|
- 1 kanon 304 mm waarbij ons leger slechts de beschikking had over 124 bruikbare obussen. (Foto's: Replica)
|
- Origineel recupereerde ons land na WO I ook nog één van de negen exclusieve zware 380mm spoorwegkanonnen op de Duitse bezetter. Het zware artilleriestuk werd door de terugtrekkende Duitsers in der haast achtergelaten in de buurt van een Brussels station. Het zware artilleriestuk werd echter door het Belgische leger aan Frankrijk verkocht in 1920. Daar bleef het tot het in 1940, onbeschadigd weer in handen kwam van de toen terugkerende Duitse bezetter.
|
| Toen Belgie trouwens capituleerde op 28 mei 1940, viel bij de Duitse bezetter opnieuw hun oog op het nog aanwezige spoorweggeschut. Dit werd door de Duitse bezetter opnieuw gerecupereerd en ontmanteld. Zo kwam het uiteindelijk weer in de handen van zijn originele bezitters. (Ontmanteling door Duitse bezetter van 280mm spoorwegkanon in 1941 - Foto: Replica) |
Naast bovengenoemde kalibers doken hier en daar nog wel eens nog oudere en nog minder courante types van geschut op. Deze hoorden dan zeker niet meer tot de standaard wapens. Soms waren er zelfs zeer lokaal slechts nog enkele stuks van bepaalde types in gebruik. Dit soort oudere artillerie werd dan ook nog eens vaak aan de reservedivisies toegevoegd.
Een van de grootste problemen dat het Belgische leger dan ook kende bij zijn veldtocht, was de enorme diversiteit aan kalibers van geschut. Dit maakte de opdracht zeker niet gemakkelijker daar men de kanonnen steeds moest proberen te voorzien van nieuwe munitie. Het was dan ook steeds geen gemakkelijke opdracht de juiste munitie bij het juiste geschut te krijgen.
Hieronder ziet u nog enkele foto's van nog ouder geschut dat toch ook nog sporadisch bij troepen werd aangetroffen gedurende de achttiendaagse veldtocht. |
|
| Links: Nog oeroude Mortieren Van Deuren, nog gebruikt bij de verdediging van Gent tijdens de achttiendaagse veldtocht. Rechts: een oude artillerietrekker met een al even oud 150mm Houwitzer. Dit kanon is allicht nog gerecupereerd op de Duitsers na WO I als achtergebleven op het front. (Foto's: collectie Legermuseum) |
|
| Daarnaast was het leger ook vrij zwak uitgerust voor het verplaatsen van dit zwaar geschut. Zo waren er in het land te weinig paarden beschikbaar om alles vlot te kunnen verzetten bij middel van dollies. Er waren een beperkt aantal gemotoriseerde tractoren maar er was tevens ook gebrek aan brandstof. |
|
 |
|
|
Defilé van Utilitie B-tractors met hun FRC 4.7cm kanonnen - Foto MRA KML . Bovenaan rechts foto zelfde type trekker - Foto Replica |
|
Lichte Vickers-Carden Lloyd T13 tractor voor het trekken van Houwitsers Bofors 75 mm - Foto M. Dion. |
|
Buiten dit alles was het leger zeer slecht voorzien in materiaal om in onderling contact te blijven. De meeste beschikbare transmissiemiddelen waren zeer vaak defect. De veldtelefoons die werden gebruikt waren ronduit slecht van kwaliteit.
Algemene Artillerieregimenten
- 1e Corps Artillerie = 14e Regiment Artillerie en 21e Bat Genie.
- 2e Corps Artilleire = 16e Regiment Artillerie en 24e Bat Genie.
- 3e Corps Artillerie = 15e Regiment Artillerie en 23e Bat Genie.
- 4e Corps Artillerie = 13e Regiment Artillerie en 22e Bat Genie.
- 5e Corps Artillerie
- 6e Corps Artillerie
- 7e Corps Artillerie = 20e Regiment Artillerie en 3e Comp 19e Bat Genie.
- Corps Cavalerie = 19e Regiment Artillerie en 20 Bat Genie.
Eenheden voor luchtdoelgeschut (DTCA = Défence Terrestre contre Aéronefs)
Ook was er in het ganse land zeer weinig luchtdoelgeschut beschikbaar. Dit beperkte zich tot:
- 18 Batterijen van 6 stukken 40mm luchtdoelgeschut (3 foto's bovenaan, allen Replica)
- 24 groepen van 12 stuks 75-mm luchtdoelgeschut. (4 onderste foto's, allen Replica)
|
Daarnaast was nog eens voorzien voor de bescherming van de zich verplaatsende troepen:
- 12 stuks 90 mm luchtdoelgeschut (Foto rechts : Replica)
- 8 Batterijen van 6 stuks 40 mm luchtdoelgeschut.
|

|
 |
De Verschillende Eenheden.
- 1e en 2e Regiment de DTCA
De Belgische luchtmacht
Deze was eveneens sterk verouderd en weinig voorstellend als men ziet wat de Duitse Luftwaffe hier tegenoverstelde. Toen op 10 mei 1940 de hel losbarstte, bezat onze Belgische luchtmacht zo een 234 tal vliegtuigen. Er was een bijkomende bestelling van vliegtuigen gebeurd. Deze was echter te laat gebeurt waardoor de fabrieken allen reeds overboekt zaten met bestellingen uit buurlanden. In het totaal omvatte onze luchtmacht een 69 tal iets recentere vliegtuigen. De rest was wat men noemen kon, hopeloos verouderd.
Opbouw Luchtmacht.
- 1e, 2e en 3e Regiments d'Aéronautique.
Het grootste gedeelte van de luchtmacht bestond nog uit tweedekkers. De drie belangrijkste types vindt u hieronder kort beschreven:
De Fairey-Fox en Fairey-Hispano:
- Beiden vrij trage tweezit tweedekkers.
- Verkenningsvliegtuigen.
- Als bewapening 2 vaste mitrailleurs op de capot en 1 mitrailleur in een soort koepeltje gericht naar achteren.
|
 |
 |
 |
 |
Foto's bovenaan: Fairey Fox (beiden Replica), Onderaan: Fairey Hispano (Belgisch Legermuseum Brussel)
De Fairey-Firefly:
- Een eenzit tweedekker.
- Jachtvliegtuig.
- Twee mitrailleurs op de capot.
Deze drie types van verouderde vliegtuigen waren reeds goed voor een 170 van de originele 230 vliegtuigen die de Belgische luchtmacht omvatte in die tijd.. |
|
Foto's: Fairey Firefly (beiden Replica)
|
|
De rest van de vliegtuigen was iets moderner maar veel minder in aantal. Hieronder de verschillende types:
De Fairey-Battle:
- Een tweepersoons jachtvliegtuig of lichte bommenwerper.
- Ook uitgerust voor nachtvluchten.
- 1 mitrailleur op de capot en 1 mitrailleur gericht naar achteren.
- Bij het aanbreken van de oorlog 13 a 14 stuks.
|
De Fairey Battle, links is een volledig gerestaureerd vliegtuig tijdens de vlucht (beide foto's: Replica)
De Gloster Gladiator:
- Een eenpersoons tweedekker.
- Jachtvliegtuig.
- 4 vaste mitrailleurs naar voor gericht.
- Bij het aanbreken van de oorlog 13 stuks.
|
Foto's Gloster Gladiator (beiden Replica)
De Fiat CR42:
- Een eenpersoons jachtvliegtuig.
- 2 mitrailleurs op de capot.
- Bij het aanbreken van de oorlog 30 stuks.
|
Links een fraaie maquette van een Fiat CR42 vliegtuig. Rechts en oudere foto (Foto's Replica)
Het Hurrican jachtvliegtuig.
- Een eenpersoons jachtvliegtuig.
- 8 mitrailleurs in de vleugels.
- Bij het aanbreken van de oorlog bezat het Belgische leger 11 van dit type vliegtuigen. Dit waren de enige types van jachtvliegtuigen die het Belgische leger bezat die de Duitse aanvallers eventueel konden evenaren en zelfs overtreffen. Ongelukkig waren ze zeer klein in aantal om veel weerstand te kunnen bieden.
|
 |
 |
2 Foto's van het Hurricane jachtvliegtuig. Rechts is een Belgisch vliegtuig waarop de merktekens nog niet waren aangebracht. (Beide foto's Replica)
Het grootste gedeelte van de Belgische luchtvloot werd reeds op 10 mei 1940 op de grond vernield bij massale luchtbombardementen van Duitse bommenwerpers. Enkelen hebben nog geprobeerd door te vliegen richting Vlaanderen om daar nog enkele niet bestookte vliegvelden te bereiken. Dit was echter ook slechts uitstel van executie.
9 Fairey Battle jachtbommenwerpers hebben nog geprobeerd op 11 mei 1940 de bruggen van Vroenhoven en Veldwezelt, die onbeschadigd in handen van de Duitsers waren gevallen, te bombarderen. De aanval mislukte echter. Slechts 3 van de 9 kwamen heelhuids terug aan de grond.
Daarnaast omvatte ons leger nog een aantal speciale eenheden die hierboven nog niet beschreven werden.
De lichte Regimenten (Rijkswacht)
Daarnaast werden er onder de Rijkswacht 2 Lichte Regimenten opgericht. Daardoor waren er op slag 2400 rijkswachters minder beschikbaar, zodat de nog 8200 overblijvende Rijkswachters voor de openbare ordehandhaving moesten zorgen tijdens deze nare periode.
- 1e en 2e Lichte Regiment.
De Grenswielrijders
Dit waren eenheden die speciaal opgericht werden voor de grenzen met Duitsland te bewaken. Deze eenheden werden praktisch gelijktijdig opgericht met de oprichting van de speciale elite-eenheden van Ardense Jagers.
- 1e en 2e Regiment Grenswielrijders.
- Batallion Limburgse Grenswielrijders.
Speciale eenheden voor de bezetting van de opgerichte forten.
Dit waren hoofdzakelijk Artillerieregimenten en speciale opgeleide eenheden om te functioneren binnen de respectievelijke forten. (USF = Unités Spéciales des Fortresses)
- Regiment
Artillerie voor de Luikse Forten.
- Regiment Artillerie voor de Naamse Forten.
- 1e-2e-3e-4e en 5e Bat USF voor Antwerpse Forten.
- 6e Bat USF voor Naamse Forten.
- 7e Bat USF voor Luikse Forten.
Les Troupes d'Armée . (dit omvatte oa de echt zware kalibers van Artillerie)
- 1e-2e-3e en 4e Regiment d'Artillerie d'Armée.
- 5e Regiment d'Artillerie d'Armée met 4 vast opgestelde Batterijen en 7 Batterijen spoorweggeschut.
- 31e-32e en 33e Bat de Genie d'Armée.
- Batallion pontonleggers.
- 1e-2e-3e-4e-8e-9e en 10e Regiment van de hulptroepen.
- Regiment spoorwegtroepen.
- Afdeling automatisatie in het leger.
- 1e-2e en 3e Medisch Corps (Corps Medicaux d'Armée)
De Marine.
Onze zeer beperkte Marine was in 1926 opgedoekt. In 1937 wordt er opnieuw een zeer beperkte Marine op poten gezet.
Deze omvatte:
- 6 torpedojagers.
- 30 mijnenvegers.
- enkele Ferryboten die gebruikt konden worden als mijnenleggers.
- Ook beschikte men nog over een 200-tal gerecupereerde Duitse mijnen uit 1918.
De Marine was zelf ingedeeld in:
Troepen bevoegd met organisatie.
- 25 Bataljons die instonden voor de bewaking van de spoorwegen, communicatienetwerken en militaire bouwwerken.
- 9 Bataljons met als opdracht bewaking van het territorium.
- 12 Centra ter verzameling van binnenkomende informatie (CRI = Centre de Renfort et d'instruction).
- 3 Centra voor recrutering (CRAB = Centres de Recrutements de l'armée Belge) en inrichting van de achterhoede (Services de l'arrièrre). Dit laatste omvatte hospitalen, opslagplaatsen, depots allerhande, bevoorrading,...
Algemeen Besluit.
Bij dit alles kan men praktisch gaan besluiten dat bijna één derde van het totale landleger bestond uit de extra opgerichte reserve-eenheden die moesten vechten met sterk verouderde wapens.
twee derden van alle beschikbare gevechtsvliegtuigen zijn totaal nutteloos en ongevaarlijk voor de Duitse Luftwaffe.
Als u meer details wil weten over de eigenlijke uitrusting en de kleding van de Belgische troepen ten tijde van mei 1940, raad ik u aan eens een kijkje te nemen op abbl1940.
|
|
|