|
Beschrijving Bruggenhoofd Gent.
De bouw van Bruggenhoofd Gent als onderdeel van de Belgische fortificatiepolitiek.
De Bouw van Bruggenhoofd Gent is maar een klein onderdeel van de ganse fortificatiepolitiek die plaats had over het ganse Belgische grondgebied. U krijgt hier een chronologisch overzicht hoe deze fortificatie verliep voor Belgie vanaf eind jaren '20 tot de hel losbarstte in mei 1940.
Opbouw Belgisch leger - situatie 1912.
- 3 Legerkorpsen van elk 2 infanteriedivisies
- 1 Cavaleriekorps van 2 divisies cavalerie
Opbouw Belgisch leger - situatie 1934.
- 3 Legerkorpsen van elk 2 infanteriedivisies
- 1 Cavaleriekorps van 2 divisies cavalerie
- oprichting Ardeense Jagers
- oprichting Grenseenheden
In geval van oorlog, kon België ongeveer 20 Infanteriedivisies en 10 cavaleriedivisies, in totaal goed voor +/- 650.000 soldaten op de been brengen.
De opbouw en structuur van het Belgische leger voor mei 1940.
- Standaard bestond het Belgische landleger op zich uit 12 Infanteriedivisies en 2 Divisies Ardense Jagers. Elke Divisie stond onder de leiding van een Generaal. Deze Divisies ging men dan onderling nog eens indelen in een groot geheel in de vorm van Korpsen. Meer detail, zie verder onderaan.
- Elk van deze 12 Infanteriedivisies bestond nog eens uit 3 Regimenten Infanterie. Een Regiment (ook wel Bataljon genaamd), is een legereenheid die volledig zelfstandig kon oppereren. Afhankelijk van het soort Regiment omvat dit tussen de 400 en 2500 soldaten. Het stond onder de leiding van een kolonel of een luitenant-kolonel.
- Elk Infanterieregiment bevatte op zijn beurt: 3 Compagnieën fuseliers, een 4e Compagnie zware wapens zoals mitrailleurs-mortieren en antitankkanonnen, een Compagnie artillerie bestaande uit 4 groepen van 3 batterijen met elk 4 stukken geschut. Een eskadron verkenners te fiets.
- Een Compagnie omvatte op zijn beurt zo een 100 a 150 soldaten, onder de leiding van een kapitein. Elke compagnie werd dan nog eens opgedeeld in een aantal pelotons, elk onder leiding van een luitenant of plaatsvervangend commandant, een sergeant. Een peloton bevatte op die manier tussen de 20 a 40 soldaten. Deze pelotons werden dan nog eens opgedeeld in kleinere eenheden van een tiental soldaten onder de leiding van een sergeant of korporaal. Deze kleinere eenheden worden ook wel eens Escouades genoemd.
- Zo had standaard elk Regiment Infanterie volgende wapens ter beschikking: 324 mitrailleurs (FM), 144 zware mitrailleurs (MI), 36 mortieren 76mm, 60 antitankkanonnen 47mm en 48 stukken zware Artillerie.
- Voor de 1e Divisie Ardeense Jagers bestond elke Divisie uit 3 Bataljons van 3 Compagnies Cyclisten. Deze cyclisten waren deels fuseliers en mitrailleurs. Elk bataljon beschikte daarnaast nog eens over 3 T15 tanks en 8 T13 tanks. De 1e Divisie was een elite-eenheid, de 2e Divisie was een reservedivisie opgebouwd tijdens de mobilisatie. Ze was een heel gedeelte minder gemotiveerd en getraind dan de eerste Divisie en bevatte ook opnieuw infanterieregimenten (voetvolk).
- Om de Divisies iets of wat gelijkwaardig aan elkaar te maken werd bij de eerste 6 Divisies telkens 1 Regiment vervangen door een Reserve Regiment. Hierdoor bestonden de eerste 6 Divisies telkens uit 2 Actieve Regimenten en 1 Reserve Regiment. De 7e tot 12e Divisie bestond telkens uit 1 Actief Regiment en 2 Reserve Regimenten.
|
 |
 |
Compagnie Belgische soldaten jaren '30 - (Foto: Collectie A. Ombecq) |
|
Compagnie Belgische soldaten Jaren '20 - (Foto: Replica) |
|
 |
 |
Peloton soldaten 6e Linie (Foto: Replica) |
|
Peloton Jagers te Voet (Foto: Replica) |
|
 |
 |
Escouade Belgische Geniesoldaten - (Foto: Replica) |
|
Escouade Belgische soldaten 6e Linie in 1937 (Foto: Replica) |
|
Vanaf 1934 werden hiernaast nog eens 6 tweede reservedivisies op de been gebracht.
- 6 Divisies Reservisten samengesteld uit oudere opnieuw opgeroepen soldaten tussen 29 en 32 jaar oud. Zij beschikten echter nauwelijks over moderne wapens. Er waren geen antitankkanonen 47mm of 76mm mortieren beschikbaar. Zij bezaten maar over 24 stuks zware Artillerie in plaats van de 48 bij de andere divisies.
- Enkel hun verkenningseenheden waren beter uitgerust. Deze bestonden telkens uit 3 Eskadrons waarvan 1 Eskadron mitrailleurs.
- Deze divisies zouden in eerste instantie gebruikt en ingezet worden in tweede lijn. Achter de linies voor bewakingsopdrachten, e.d... Dit was natuurlijk gemakkelijker gezegd dan gedaan. Eenmaal de strijd losbarstte, zaten vaak deze soldaten ongewild, in de voorlinie met hun veel minderwaardigere wapens.
Toen op 10 mei 1940 de hel losbarstte bezat Belgie een landleger van 600.000 soldaten op een totale bevolking van 8.000.000.
Eén derde van het totale landleger bestond uit de extra opgerichte reserve-eenheden die moesten vechten met sterk verouderde wapens.
twee derden van alle beschikbare gevechtsvliegtuigen waren totaal nutteloos en ongevaarlijk voor de Duitse Luftwaffe.
Ter info wil ik jullie voor meer details over de eigenlijke uitrusting en de kleding van de Belgische troepen ten tijde van mei 1940 doorverwijzen naar de website abbl1940 waar u hierover nog massa's bijkomende informatie kunt vinden.
|
|
|