Citadelpark Gent

Buskruitfabriek Cooppal Wetteren

Vliegvelden WO I Regio Gent

WO I Munitiepark Kwatrecht

De Dodendraad

De Hollandstellung - Duitse WO I bunkerlinie

Reichsschüle Flandern - SS-School Kwatrecht

Duitse Atlantic Wall Radarpost - Goldammer

WOI en II Munitiedepot De Ghellinck Zwijnaarde

Duitse gangen onder centrum Gent WOII

Schuilplaatsen voor havenarbeiders Gentse kanaalzone uit de koude oorlog

Het Fort van Eben Emael

KW-linie

WO I - Kwatrecht - Melle

18 daagse veldtocht gekoppeld aan TPG

Neergestorte B17 te Kwatrecht 19-09-1944

De bevrijding WO II van de regio rond TPG

Toestand Belgisch leger ten tijde van mei 1940

Gesneuveldenlijsten:

Contact en onbeantwoorde vragen

Media-aandacht

Copyright

Links


Beschrijving Bruggenhoofd Gent.

De bouw van Bruggenhoofd Gent als onderdeel van de Belgische fortificatiepolitiek.

De Bouw van Bruggenhoofd Gent is maar een klein onderdeel van de ganse fortificatiepolitiek die plaats had over het ganse Belgische grondgebied. U krijgt hier een chronologisch overzicht hoe deze fortificatie verliep voor Belgie vanaf eind jaren '20 tot de hel losbarstte in mei 1940.

Opbouw Belgisch leger - situatie 1912.

  • 3 Legerkorpsen van elk 2 infanteriedivisies
  • 1 Cavaleriekorps van 2 divisies cavalerie

Opbouw Belgisch leger - situatie 1934.

  • 3 Legerkorpsen van elk 2 infanteriedivisies
  • 1 Cavaleriekorps van 2 divisies cavalerie
  • oprichting Ardeense Jagers
  • oprichting Grenseenheden

In geval van oorlog, kon België ongeveer 20 Infanteriedivisies en 10 cavaleriedivisies, in totaal goed voor +/- 650.000 soldaten op de been brengen.

De opbouw en structuur van het Belgische leger voor mei 1940.

  • Standaard bestond het Belgische landleger op zich uit 12 Infanteriedivisies en 2 Divisies Ardeense Jagers. Elke Divisie stond onder de leiding van een Generaal-Majoor of Luitenant-Generaal. Deze Divisies ging men dan onderling nog eens indelen in een groter geheel in de vorm van Legerkorpsen onder leiding van een Luitenant-Generaal.
  • Elk van deze 12 Infanteriedivisies bestond nog eens uit 3 Regimenten Infanterie, een Artillerieregiment, een Bataljon transmissietroepen, een Bataljon Genietroepen en een Eskadron verkenners (Cyclisten).
  • Een Regiment, is een legereenheid die volledig zelfstandig kon opereren en stond onder de leiding van een Luitenant-Kolonel of een Kolonel.
  • Origineel waren er 12 Actieve Regimenten. Om tot meer Actieve regimenten te komen werden deze allen nog eens ontdubbeld zodat er in totaal 24 Actieve Regimenten ontstonden. Deze waren allen volwaardig uitgerust van materiaal zoals hieronder beschreven. In een nog latere fase werden er nog eens 12 Reserve Regimenten opgericht. Deze werden effectief uitgerust met wat op dat moment nog beschikbaar was aan wapentuig waardoor deze reserve eenheden wel degelijk serieus militair zwakker voor de dag kwamen.
  • Elk Infanterieregiment bestond uit 3 of 4 Bataljons. Een Actief infanterieregiment bestond uit 4 Bataljons, een Reserve Infantierieregiment uit 3. Een Bataljon stond onder de leiding van een kapitein-Commandant, Majoor of Luitenant-Kolonel. Elk bataljon was dan op zijn beurt opgedeeld in 3 Compagnieën fuseliers en 1 compagnie mitrailleurs, De Actieve Infanterieregimenten beschikten bijkomend nog over een 4e Compagnie zware wapens zoals mitrailleurs-mortieren en antitankkanonnen. Een Compagnie stond onder de leiding van een Luitenant, Kapitein of Kapitein-Commandant.
  • Elke compagnie werd dan nog eens opgedeeld in een aantal pelotons, elk onder leiding van een Adjudant, Onderluitenant of Luitenant. Een peloton werd dan nog eens ingedeeld in Secties of gevechtsgroepen onder leiding van een Sergeant. Elke Ploeg onder een Sectie bij Compagnie mitrailleurs, C47 of mortieren 76mm, werd de leiding per stuk toegekend aan een Korporaal
  • Zo had standaard elk Actief Regiment Infanterie volgende wapens ter beschikking: 48 zware mitrailleurs (MI), 8 mortieren 76mm, 12 antitankkanonnen 47mm en 48 stukken zware Artillerie.
  • Voor de 1e Divisie Ardeense Jagers bestond elke Divisie uit 3 Bataljons van 3 Compagnies Cyclisten. Deze cyclisten waren deels fuseliers en mitrailleurs. Elk bataljon beschikte daarnaast nog eens over 3 T15 tanks en 8 T13 tanks. De 1e Divisie was een elite-eenheid, de 2e Divisie was een reservedivisie opgebouwd tijdens de mobilisatie. Deze reservedivisie bevatte ook opnieuw infanterierieregimenten (voetvolk) wat bij de 1e Divisie niet het geval was.
  • Om de Divisies iets of wat gelijkwaardig aan elkaar te maken werd bij de eerste 6 Divisies telkens 1 Regiment vervangen door een Reserve Regiment. Hierdoor bestonden de eerste 6 Divisies telkens uit 2 Actieve Regimenten en 1 Reserve Regiment. De 7e tot 12e Divisie bestond telkens uit 1 Actief Regiment en 2 Reserve Regimenten.
Compagnie soldaten
Compagnie Belgische soldaten jaren '30 - (Foto: Collectie A. Ombecq)
Compagnie Belgische soldaten Jaren '20 - (Foto: Replica)
Peloton 6e Linie Peloton Jagers te Voet
Peloton soldaten 6e Linie (Foto: Replica)
Peloton Jagers te Voet (Foto: Replica)
Escouade Geniesoldaten Escouade 6e Linie 1937
Sectie Belgische Geniesoldaten - (Foto: Replica)
Peloton Belgische soldaten 6e Linie in 1937 (Foto: Replica)

Vanaf 1934 werden hiernaast nog eens 6 tweede reservedivisies op de been gebracht.

  • 6 Divisies Reservisten samengesteld uit oudere opnieuw opgeroepen soldaten tussen 29 en 32 jaar oud. Zij beschikten echter nauwelijks over moderne wapens. Er waren geen antitankkanonen 47mm of 76mm mortieren beschikbaar. Hun bijhorende artillerie beschikte maar over 24 stuks zware Artillerie in plaats van de 48 bij de andere divisies.
  • Enkel hun verkenningseenheden waren beter uitgerust. Deze bestonden telkens uit 3 Eskadrons Cyclisten waarvan 1 Eskadron mitrailleurs.
  • Deze divisies zouden in eerste instantie gebruikt en ingezet worden in tweede lijn. Achter de linies voor bewakingsopdrachten, e.d... Dit was natuurlijk gemakkelijker gezegd dan gedaan. Eenmaal de strijd losbarstte, zaten vaak deze soldaten ongewild, in de voorlinie met hun veel minderwaardigere wapens.

Toen op 10 mei 1940 de hel losbarstte bezat Belgie een landleger van 600.000 soldaten op een totale bevolking van 8.000.000.

Eén derde van het totale landleger bestond uit de extra opgerichte reserve-eenheden die moesten vechten met sterk verouderde wapens.

twee derden van alle beschikbare gevechtsvliegtuigen waren totaal nutteloos en ongevaarlijk voor de Duitse Luftwaffe.

Ter info wil ik jullie voor meer details over de eigenlijke uitrusting en de kleding van de Belgische troepen ten tijde van mei 1940 doorverwijzen naar de website abbl1940 waar u hierover nog massa's bijkomende informatie kunt vinden.

Home Terug naar bovenkant pagina Vorige Volgende