Chronologisch verloop van de 18 daagse veldtocht aan het bruggenhoofd Gent.
Aan Tête de Pont de Gand worden de laatste voorbereidingen getroffen om de Duitse troepen hun doorbraak te proberen verhinderen. De Ardense Jagers moeten ten allen tijde verhinderen dat de Duitse troepen het Bruggenhoofd te vroeg bereiken.
Zondag 19 mei 1940
18 daagse veldtocht Algemeen.
De laatste nog in verdediging zijnde Antwerpse forten staan op het punt zich over te geven net als nog een paar laatste verdedigingspunten van de KW-linie (ook Dijlestelling genaamd) die bij deze forten aansloten. De bocht van de Schelde te Antwerpen wordt door middel van massale aanvallen met Duitse Stuka's veroverd. Een verdere doorbraak wordt echter verhinderd door zware weerstand van Belgische Cavaleristen.
Te Luik valt het fort van Evegnee. Te Namen dit van Suarlee.
Op Frans grondgebied is de Duitse doorbraak naar de kust nog moeilijk te stoppen. Cambrai is reeds in Duitse handen.
Bruggenhoofd Gent Algemeen.
Ten zuiden van het bruggenhoofd Gent worden verschillende bruggen over de Schelde opgeblazen. Het betreft hier de bruggen te Eine, Berchem (Kluisbergen) en Avelgem. Enkel de brug te Oudenaarde wordt niet opgeblazen maar ze blijft opgetrokken staan en de kabels van de brug worden in elkaar verstrengeld zodat ze niet neergelaten kan worden.
Kwatrecht is zo goed als leeggelopen als de eerste Belgische troepen er aankomen.
Hierbij kort de volledige opstelling zoals de verdediging van het Nationaal Reduit, inclusief Bruggenhoofd Gent, zou moeten gebeuren.
- De Zeeschelde wordt verdedigd door het 16e Franse Legercorps met hun 60e en 68e Divisie.
- Het kanaal Gent Terneuzen wordt verdedigd door de 1e Divisie Cavalerie, de 2e Divisie Cavalerie ligt er in reserve.
- Het 5e Legercorps met de 6e en 17e Divisie neemt posities in tussen Sluiskil en Zelzate.
- Het 2e Legercorps met de 11e en 13e Divisie neemt de zone Zelzate tot Langerbrugge voor zijn rekening.
- Het 1e Legercorps met de 18e Divisie ligt opgesteld vanaf Langerbrugge aan het kanaal Gent-Terneuzen met daarnaast rechts in boogvorm tot Melle de 16e Divisie.
- In Gent werd de 1e Divisie in reserve geplaatst in de binnenstad van Gent.
- Het 6e legercorps met de 2e, 4e en 5e Divisie neemt plaats op het eigenlijke bruggenhoofd tussen Kwatrecht en Eke.
- De 2e Divisie neemt met zijn 5e Linie posities in tussen de Schelde te Kwatrecht en Gijzenzele, Vanaf Gijzenzele tot Betsberg neemt de 6e Linie over. De 28e Linie komt in reserve achter de 5e en 6e Linie.
- De 4e Divisie neemt stelling tussen Betsberg en Munte.
- Hun 15e Linie zal Betsberg bezetten en een gedeelte van de bunkers op Moortsele.
- De 7e Linie bezet dan de westkant van Moortsele tot Munte.
- De 11e Linie blijft als reserve voor de 15e en 7e Linie maar zal wel pelotons leveren voor het bezetten van de verschillende grote wachten of voorposten.
- De 5e Divisie, bestaande uit het 4e, 1e en 2e Regiment Jagers te Voet, bezet de zone Semmerzake-Munte.
- De 6e Divisie neemt stelling ten zuidoosten van de Schelde.
- Het 7e Legercorps met de 9e en 10e Divisie neemt stelling tussen Eke en Oudenaarde.
- De zone van de bovenschelde tot aan bruggenhoofd Gent wordt verdedigd door de 44e Britse Divisie.
- Achter deze linies blijven nog eens de 3e, 8e, 12e, 14e en 15e Divisie alsook de 1e en 2e Divisie Ardense Jagers in reserve achter.
 |
(Bron: Mai 1940, La bataille de Belgique - M. Fouillien en J. Bouhon) |
|
Elke compagnie beschikt gemiddeld over een achttal mitrailleurs ipv van de oorspronkelijk twaalf die er voorzien waren. In deze opstelling moet elke Divisie ongeveer een strook van 6 kilometer zien te verdedigen op een totale frontlijn van 70 kilometer.
Er moeten drie Grote Wachten of Voorposten worden opgesteld op het grondgebied van Oosterzele.
- Post 1 te Scheldewindeke dorp
- Post 2 te Scheldewindeke aan het kruispunt Pelgrim
- Post 3 te Oosterzele dorp.
Deze voorposten zullen telkens bemand worden door drie pelotons fuseliers en een T13-tank. In afwachting van de aankomst van deze pelotons wordt deze opdracht uitgevoerd door het verkenningspeloton van de 15e Linie.
2 bataljons van de 15e Linie bezetten eveneens de schuilplaatsen in eerste linie van de nevenvallei van de molenbeek te Moortsele bij het Grootbos (bunker A31 aan boerderij Hoek Ter Hulst en A32 aan toenmalige tramlijnovergang met dezelfde straat). Zij worden hierbij versterkt door 5 antitankkanonnen 47mm.
De 7e Linie sluit aan bij de 15e Linie vanaf kasteel Rattepas.
De artillerie van de 8e artillerie zal zowel de 7e als de 15e Linie moeten steunen. Twee stuks artillerie worden ook geleid naar bunker A30 (grote bunker te Moortsele, dicht bij de spoorweg), hier wordt ook een grote voorraad aan munitie voorzien.
De beschikbare groepen Artillerie d'Armée worden verdeeld over het bruggenhoofd. 2 groepen kanonnen van 150mm en 155mm worden opgesteld ten Noorden van Gent. 4 andere groepen worden opgesteld ten zuiden van Gent. Daarnaast worden als steun bij de vorige 6 groepen nog 5 batterijen spoorweggeschut mee opgesteld.
Het luchtdoelgeschut 75mm is grotendeels achtergebleven in verloren linies rond de KW-linie. Vele kanonnen werden daar ter plaatse vernield om te vermijden dat ze in Duitse handen zouden vallen. Ook is er nog weinig 40mm luchtdoelgeschut.
Er zijn nog zeer beperkt wat Belgische verkenningsvliegtuigen beschikbaar om het front uit de lucht in de gaten te houden. Deze zijn opgesteld op het vliegveld van Ursel en Zwevezele. |
|
 te Brugge.jpg) |
(Belgische 40 mm Bofors, achtergelaten te Brugge, foto: Replica)
Van Duitse kant nadert de 208e Duitse Divisie vrij snel de troepen in de buurt van het kanaal Gent-Terneuzen. De echte zware strijd zal daar pas echt uitbarsten eenmaal Tête de Pont de Gand verlaten wordt, namelijk op 23 mei 1940.
00:00
Aan de Dender. Ondanks de hevige verdedigingsacties van de Ardense Jagers kunnen zij niet verhinderen dat hier en daar Duitse bruggenhoofden gevormd kunnen worden aan de overzijde van de Dender. De Duitse troepen houden zich klaar om met rubberboten de rivier proberen over te steken.
04:00
Gijzenzele. Het 3e Bataljon van de 6e Linie komt aan. Elke compagnie fuseliers bestond ongeveer nog uit 150 man, de 12e Compagnie telde nog zo een honderd man. Zo kwam men voor het 3e Bataljon van de 6e Linie aan een totaal van ongeveer 600 soldaten. Ter versterking wordt te Gijzenzele de eveneens reeds uitgedunde 13e Compagnie aan de 6e Linie toegevoegd. Deze omvatte nog 14 extra mitrailleurs en een peloton C47 kanonnen (waarvan er één defect was).
Voor deze sector werden de mitrailleurs als volgt verdeeld:
- Av11 schaapstalbunker voor halvemaanbos: 2 MI.
- Av10 molenbunker: 2 MI.
- A38, D17 en D18 links van het dorp: 5 MI en 1 FM
- A36 en A37: 2 bunkers rechts van 11e Compagnie: 4 MI
- C16: commandobunker 3e Bat 6e Linie: 1 MI en 1 FM
Gent. De 3e en 24e Linie (beiden deel uitmakend van de 1e Divisie) zijn aangekomen te Gent als vervanging van de eerder reeds doorgetrokken 44e Linie. Er werd meteen onrust gezaaid bij de Gentse bevolking daar er bij de 3e Linie ontzettend veel Gentenaars dienden en deze niet meer bij de binnentrekkende troepen bleken te zitten. De compagnies waren dan ook ver van volledig en reeds zwaar uitgedund.
05:00
Melsen. Het 2e Bataljon van de 7e Linie, dat op dat moment de achterliniebunkers bezet, krijgt opdracht deze te verlaten en zich richting Bottelare te begeven.
05:30
Aan de Dender. De Ardense Jagers krijgen een volgende tegenslag te verwerken. De leiding van de Britse 3rd Infantery neemt de beslissing terug te trekken tot achter de Schelde. Hierdoor verliest de 1e Divisie Ardense jagers zijn dekking op de rechter flank en wordt hun verdedigingsopdracht nog eens veel vermoeilijkt.

Duitse troepen die in de buurt van Aalst de Dender oversteken met rubberboten naast een door de Belgische genietroepen opgeblazen brug. (Foto archief Cegesoma)
06:00
Kwatrecht. Bij het eerste ochtendgloren bereiken de eerste troepen van de 5e Linie de ondersector Kwatrecht om er het 11e Linieregiment af te lossen.
Bij hun aankomst is slechts één bunker volledig in orde qua uitrusting, dat is de bunker S8 die dwars staat op de steenweg Aalst-Gent. Deze was onder andere voorzien van zijn vast kanon 47mm en munitie. De rest van de nodige bewapening voor de bunkers is nog in Gent en dus niet aanwezig. De soldaten krijgen opdracht de hangsloten aan de bunkers te forceren en open te breken. De bunkers worden bewapend met de eigen automatische wapens van de troepen. Er zijn nog praktisch nergens loopgraven gegraven, geen veldwerk, slechts hier en daar een enkele put voor geknielde schutters. Geen opruiming van schootsvelden, geen antitankgrachten of hindernissen voor de stellingen. Meestal is er slechts één enkele prikkeldraad met tal van openingen om boeren en vee door te laten.
Op de Kwatrechtsteenweg wordt het lijmkotje in brand gestoken. Dit is een brandstofdepot voor het Belgisch leger. Het gaat hier om een voorzorgsmaatregel, zodat dit depot niet in vijandelijke handen zou vallen.
| Lemberge en Bottelare. De 7e en 11e Linie zijn schutterskuilen aan het graven om beide lokaliteiten te organiseren als antitanknesten met als bedoeling elke vorm van Duits gemotoriseerd vervoer tegen te houden. Een grote hoeveelheid springstof werd te Lemberge door de genie aangebracht onder het kruispunt van de latere van Gansberghelaan met de Landskoutersesteenweg. |
|
|
Munte tot Semmerzake. Waalse eenheden van de 5e Infanteriedivisie nemen om en rond de bunkers van Munte tot Semmerzake hun stellingen in. Er komt bij de lokale bevolking een algemene uittocht. Er wordt algemeen rondverteld dat er zich zware gevechten zullen voordoen bij de verdediging van de Schelde.
Gent. Er ontstaat paniek bij de bevolking omdat zij zien dat heel wat bruggen ondermijnd zijn. Op verschillende plaatsen betrekken Belgische troepen stellingen. De 3e en 24e Linie, beiden een onderdeel van het 1e Infanteriedivisie, betrekken stellingen te Gent. De 24e Linie betrok de stellingen ten zuiden van de stad. De 3e Linie neemt het noorden voor zijn rekening.
| Er werden her en der machinegeweren en lichte kanonnen opgesteld. Straten werden opengebroken en schutterskuilen gegraven. Heel wat huizen, vooral langs waterwegen gelegen, werden omgebouwd tot kleine vestingen. De vensters en deuren werden versterkt met zandzakken. Tussen de huizen onderling werden vaak tussenmuren ruw weggehakt om ze onderling te verbinden. |
|
 |
Maximmitrailleur opgesteld als luchtdoelgeschut - Foto: Replica
07:00
Landskouter. Het 2e Bataljon arriveert en stelt zich te paard op, op de weg Oosterzele-Gontrode, ter hoogte van de Betsberg.

(Belgische Cavalerie - Bron: Replica)
Gijzenzele. Het 3e Bataljon stelt zich in tegenhelling, van een 200 meter ten noorden van het halvemaanbos tot bunker AV10 (de zogenaamde "molenbunker"), gelegen een 300 meter ten zuiden van de oude molen te Gijzenzele. Deze compagnie krijgt als opdracht een anti-tankopstelling te vormen en deze kost wat kost te verdedigen.
|
| Foto van een verdekt opgesteld mobiel 47mm- kanon, bron: Replica. |
|
08:00
Gijzenzele. De eerste verkenningen zijn beëindigd. De voorziene reeds gedane werken zijn miniem buiten de bestaande betonnen bunkers en het prikkeldraadnet. Er wordt massaal bij boeren in de directe omtrek gereedschap opgeëist, o.a. spaden, schoppen, houwelen, rieken, bijlen, zagen en ander landbouwgerief. Eerst ruimt men het schootsveld want de gewassen staan in het algemeen reeds een 80cm hoog en belemmeren dus sterk het zicht. In tweede instantie begint men putten en grachten te graven.
09:00
Wieze. Het dorp ligt onder zwaar Belgisch artillerievuur.
10:00
Aan de Dender. Er zijn hevige Duitse artilleriebeschietingen op de stellingen van de Ardense Jagers, juist achter de Dender. Elk ogenblik kan een massale aanval ingezet worden om over de Dender proberen te geraken, vooral te Denderbelle.
De Duitse artillerie probeert vanop een afstand van zo een vijftal kilometer de belgische mitrailleurnesten te raken die zich genesteld hebben op de toppen van de dijken. Dit zijn zeer moeilijk te raken doelwitten daar iets te kort gevuurde granaten verdwijnen in de Dender en de iets te ver geschoten granaten uiteindelijk weinig hinder geven aan de soldaten die op de toppen van de dijken ingegraven liggen.
Plots verlegt de artillerie zijn doel naar iets meer achteraan de Belgische linies achter de Dender. Er volgt een eerste aanval van Duitse soldaten met rubberboten om over de weiden in de richting van de Dender te lopen.
| De Duitsers verslikken zich in de weiden en sompige grachten die deze weiden doorkruisen. Er vallen talloze slachtoffers in het Belgische mitrailleurvuur. Doch de Duitsers weten zich te verschuilen achter de dijk aan de overkant. Elk Duits hoofd dat boven de dijk wordt uitgestoken lokt meteen een Belgisch mitrailleursalvo uit. Uit het risico eigen troepen te treffen is de Duitse artillerie gestopt met vuren. |
|
 |
Schets van Duitse troepen die proberen een rivier over te steken terwijl ze belaagd worden door vijandelijk mitrailleurvuur (Schets: Replica) |
|
|
Munte. De eerste Jagers te Voet beginnen binnen te lopen op hun posities, totaal uitgeput.
Het 3e Bataljon van de 4e Divisie Chasseurs neemt stelling in de bunkers vanaf B23 (achterliniebunker in Makkegembos) tot B27 (grotere bunker op achterlinie in Munte langs de rechterkant van de Hundelgemsesteenweg)
De 4e Jagers te voet betrekken de bunkers van Munte. Het 3e Bataljon krijgt versterking van de 13e Compagnie, in het bezit van nog veertien mitrailleurs en een peloton C47- kanonnen (drie stuks).
Gijzenzele. Alle bunkers worden bezet met mitrailleurs van de 13e Compagnie.
Voor de stellingen te Kwatrecht en Gijzenzele werden in totaal vier voorposten opgezet en bewaakt. Elk van deze posten moest er voor zorgen op voorhand de opkomende Duitsers te kunnen waarnemen en indien mogelijk hun doortocht daar reeds proberen te verhinderen. Het ging in dit geval om twee posten te Oosterzele en twee te Westrem. Te Oosterzele was dit enerzijds "de Vinkemolen" (post 1, aan het kruispunt van de reigerstraat met de Geraardsbergsesteenweg en de Groenweg) en anderzijds "de wijk het Anker" (Post 2, aan het kruispunt Reigerstraat met Bavegemstraat en Moortelbosstraat). Te Westrem was dit "het Strop" (Post 1, kruispunt van Massemsesteenweg met Brusselsesteenweg en Keiberg) en de nieuwe spoorlijn te Westrem. Elk van deze posten werd extra versterkt met een T13-tank.
De Voorposten te Oosterzele worden als volgt bezet:
- Post 1 door twee gevechtsgroepen van het Eskadron Wielrijders.
- Post 2 door de resten van het Peloton Verkenners van de 6e Linie.
11:00
Gijzenzele. De bunkerstelling is volledig bezet. In de namiddag worden de bunkers voorzien van munitie, water en proviand. De huizen worden voorzien van schietgaten. Hier en daar worden tussenmuren in huizen verwijderd om onderlinge contacten tussen de verschillende Belgische stellingen mogelijk te maken.
12:00
Aan de Dender. De Duitse druk op de stellingen van de Ardense Jagers wordt onhoudbaar. Elk moment kan een massale aanval uitbreken. De Ardense Jagers wachten de stoot van de Duitse troepen over de Dender niet af. Op dit uur trekken zij plots terug om zo onnodig veel slachtoffers te vermijden. De Duitse troepen kunnen hierdoor met hun rubberboten de Dender oversteken en meteen wordt gestart met de bouw van een noodbrug te Wieze. De Ardense Jagers proberen heelhuids weg te komen en spoeden zich naar hun volgende te verdedigen grenslijn. Dit wordt een lijn gevormd door de Molenbeek tussen Ottergem en Schellebelle waar deze in de Schelde uitmondt. De opdracht voor de Ardense Jagers luidt die stelling te behouden tot 20 uur.
Aalst. Het wordt een bijna onmogelijke opdracht Aalst te blijven verdedigen. De 3e Ardense Jagers blijven de vijand opwachten. Enkele verdekt opgestelde kanonnen tussen vaak brandende huizen weten nog enkele Duitse tanks en pantservoertuigen uit te schakelen.
Enkele Belgische soldaten wachten bij een Belgische T13 tank met een defect rijwerk en vernield vizier af tot de eerste Duitsers via de brug onder de spoorweg te voorschijn komen. Men keek via de openstaande loop tot men de vijand te zien kreeg door de loop van zijn 47mm kanon. De eerste Duitse pantserwagen kreeg dan ook een voltreffer te verduren, waarna de achtergebleven Belgische soldaten het hazenpad kozen. |
|
|
14:00
Melsen. Pas rond dit uur kan het 2e Bataljon van de 7e Linie de twee bunkers, door hen bezet in Melsen, overlaten aan de laatste daar aankomende jagers te voet. Ondanks de vermoeidheid neemt de divisie de voorzorg wachtposten op te stellen, o.a. te Scheldewindeke op het kruispunt "Het Heet", en te Baaigem aan de herberg "het Hert". Ook in de buurt van Semmerzake worden posten uitgezet.
14:30
Sint Lievens Houtem. De eerste berichten komen binnen dat te Sint-Lievens-Houtem vier Duitse tanks vorderen. Veiligheidshalve worden twee verkenningspatrouilles uitgestuurd ten oosten van de weg Oosterzele-Wetteren, echter zonder resultaat.
15:00
Kwatrecht. Tot dit uur kregen de soldaten van de 5e Linie de tijd om hun stellingen in te richten en het hoogdringendste veldwerk te verrichten. Dit was mogelijk omdat de Ardense Jagers tot dan bescherming konden bieden tijdens de werkzaamheden. De Bunkers die werden ingericht als commandobunkers waren C17 (de schaapstal-bunker) en vermoedelijk AV16 (tegen spoorweg, heden aan de achterkant van een chemische fabriek). Er worden na het vertrek van de Ardense jagers, voorposten uitgestuurd om niet opnieuw verrast te worden zoals in Humbeek.
 |
Verdekt opgesteld 47mm kanon in loopgraaf (Foto: collectie legermuseum) |
|
|
| Er is een front te verdelen van 1200 a 1400 meter tussen Gijzenzele en de Schelde. Drie sterk uitgedunde bataljons van de 5e Linie bezetten deze zone. Deze worden in lijnen opgesteld, een eerste lijn waar telkens twee fuselierscompagnieën opgesteld worden en een 2e lijn met nog eens één compagnie. Hiertussen worden nog eens van het 4e Bataljon drie mortierpelotons, drie pelotons C47mm-kanonnen en drie pelotons mitrailleurs, opgesteld. Tussen de bunkers B46 en D23 wordt een compagnie mitrailleurs opgesteld ter verdediging van de Schelde. |
|
Er is algemeen gebrek aan bewapening, munitie, radiomateriaal en voedsel.
15:00
Aalst. De Duitsers bevinden zich op dit moment op ongeveer een 4 kilometer voor de stad Aalst.
15:45
Zwijnaarde. Dicht bij het commandohoofdkwartier, wordt in de Heirweg 73 een duivenhok opgeëist. Er worden telkens twee duiven meegegeven naar de opgestelde voorposten zodat deze in contact kunnen blijven met het commando.
16:40
Het 4e geniebataljon krijgt opdracht tot aanleggen van anti-tank mijnenvelden. Dit gebeurt niet enkel langs de grootste hoofdwegen maar ook langs parallelle tweederangswegen. Er zouden later aan Duitse kant verschillende doden vallen en materiaal verloren gaan door deze mijnenvelden.

Kaartje met de door de 4e Genie aangelegde mijnenvelden tijdens de achttiendaagse veldtocht in de regio van Oosterzele - kaartje Collectie de Muntenaar.
17:00
Dendermonde. De stad is volledig in Duitse handen en wordt vrij van geallieerde troepen verklaard. De stad zou volgens inwoners het laatst verdedigd geweest zijn door Franse troepen.
Aan de Molenbeek. Ondertussen rukt reeds het Duitse Infanterieregiment 192 onder leiding van Oberst. Wolff, verder op via de weg van Dendermonde naar Wetteren. In de buurt van de Molenbeek (Wichelen aan het huidige waterzuiveringstation op de Dendermondsesteenweg) stoten zij op hevig verweer van Ardense Jagers, opgesteld achter de beek. De Duitse groep bestond uit drie gepantserde verkenningsvoertuigen, bewapend met machinegeweren, motorrijders en fietsers. Er wordt een Duitse verkenningswagen met mitrailleur buiten strijd gesteld. De brug over diezelfde Molenbeek op de Dendermondsesteenweg wordt opgeblazen voor de ogen van de eerste Duitsers en de twee resterende pantserwagens, die op dat moment op enkele honderden meters waren genaderd. Terwijl de rest van de Ardense Jagers zich probeert veilig terug te trekken weet een groepje, bestaande uit de sergeanten Dony en Poncin en twee soldaten Cuvellier en Bellin zich in een schutterskuil op te stellen. Met zijn vieren weten zij de Duitsers meer dan een uur tegen te houden. Mitrailleurkogels en granaatscherven bestempelen echter hun lot, de twee soldaten komen om, de twee sergeanten blijven zwaar verwond achter. Ze zorgen er uiteindelijk wel voor dat de Duitsers verder oprukken voorlopig uitstellen tot de dag nadien.
Er worden her en der belangrijke verkeersslagaders opgeblazen om de Duitse opmars af te remmen. Dit gebeurt te Impe, Bambrugge en op de Geraardsbergsesteenweg te Oombergen. Te Erondegem wordt de brug over de Molenbeek op de grote steenweg opgeblazen.
Wanzele. Het 3e Bataljon van het 192e Regiment probeert ondertussen via derderangswegen parallel met de steenweg op te rukken doorheen de dorpskom van Wanzele. De Belgen sturen een T13-tank en enkele motorrijders naar de dorpskom om de Duitsers te verdrijven. De Belgen slagen erin een bevoorradingswagen op te blazen, waarna zij met hevig machinegeweervuur de dorpskom weten te ontruimen van Duitsers. Aan Duitse kant vallen er acht doden en twintig gewonden.
18:00
De Duitse 192 Infanteriedivisie is eveneens te Wieze de Dender overgestoken. Ze zet nu haar tocht richting Bruggenhoofd Gent verder.
19:00
De Ardense Jagers krijgen opdracht zich opnieuw terug te trekken tot op de lijn gevormd door de Oostgrens van Wetteren, Massemen, Westrem en Oosterzele. Deze lijn moet ten allen tijde behouden blijven tot 23 uur. Tevens krijgen de drie Regimenten Ardense Jagers hun posities door die zij na hun terugtocht door het bruggenhoofd zullen innemen op de westelijke Schelde-oever. Dit geeft hen tevens de mogelijkheid te hergroeperen en te herorganiseren.
20:00
Gijzenzele. Een gevechtseenheid van de 9e Compagnie stelt zich op aan de bunker van het Klein Bos, (AV11) en de andere aan de rand van het gebied dat wordt verdedigd door de 5e Linie. Twee gevechtsgroepen van het Eskadron Wielrijders moeten zich opstellen in de buurt van de twee voorposten maar stellen zich verkeerdelijk op in de buurt van de Meerstraat.
Foto van een groep Belgische Wielrijders. Archief Cegesoma. |
|
|
Kwatrecht - Gijzenzele. De scheidingslijn tussen de 5e en de 6e Linie loopt vanaf de Schoolstraat over de Langestraat, Bosstraat zo naar de Geraardsbergsesteenweg te Gontrode. De Bunkers A38 (in de Schoolstraat) en D17 (in de Langestraat) werden bemand door de 5e Linie. Te Gijzenzele zit in eerste lijn het 3e Bataljon van de 6e Linie, te Kwatrecht eveneens het 3e Bataljon van de 5e Linie. In steun in 2e lijn bevindt zich het 28e Linieregiment.
Aan de Molenbeek. De Duitsers proberen het terrein tot aan de Molenbeek, beginnend vanaf Ottergem, Erondegem tot Schellebelle en Wichelen (nu bezet door Ardense Jagers) in handen te krijgen.
De Duitse troepen krijgen de volgende opdrachten van hun oversten.
- Verkenningsgroep 25 moet via Westrem naar de Scheldebruggen te Zwijnaarde en Eke proberen doorbreken om zo naar Deinze zien te geraken via het afleidingskanaal langs de Leie.
- Infanterieregiment 192 moet via Wichelen, Lede en Erpe over Westrem doorstoten naar Gent.
De Ardense Jagers wachten de definitieve Duitse aanval op de stellingen aan de Molenbeek niet af. Ze trekken zich opnieuw stillaan terug in de richting van Bruggenhoofd Gent. Ze stellen zich nog een laatste maal op achter de Maalbosbeek in Wetteren om die positie te behouden tot 23 uur. Dan mag immers Bruggenhoofd Gent vrijgegeven worden.
20:30
Wieze. De Duitse noodbrug aan de Dender is klaar voor gebruik. Massaal begint de overtocht van zwaarder Duits materiaal over de Dender.
Oosterzele. Er komt een gemotoriseerde patrouille van de 2e cavalleriedivisie binnen bij de 15e Linie. Ze kunnen op het laatste nippertje verwittigd worden voor het gevaar van de aanwezige mijnen. De Duitsers zijn op dat moment aangekomen te Burst. In de verte klinkt zwaar artilleriegebulder uit oostelijke richting. Tevens ziet men rook van benzinedepots die in de vlammen opgaan langs het kanaal Gent-Terneuzen.
Moortsele. Veiligheidshalve zet de commandant aan de bunker aan het bosje van Rattepas, een achthonderd meter verder, ook nog een kleine post uit.
21:00
Wieze. Het IIIe Duitse Artillerie Regiment 156 trekt de Dender over, zij zullen verder trekken in de richting van Lede om zo via Oordegem Bruggenhoofd Gent te benaderen.
Munte. De 2e Compagnie van het 5e Geniebataljon moet nog snel de vele dikke bomen omzagen die het schootsveld van de zware bunker Mu9 belemmeren aan de Hundelgemsesteenweg.
Moortsele. Er worden mijnen gelegd onder de hoofdwegen in de directe omgeving onder andere op de Ruspoel en de steile kasseiweg van de Asselkouter te Munte.
Gijzenzele. Er wordt een gevechtseenheid van de 9e compagnie uitgestuurd ter bescherming van de schaapstalbunker Av11 voor het Halvemaanbos. Een tweede compagnie wordt links van Gijzenzele gepositioneerd om de verbinding te bewaren met de 5e Linie in de zone Kwatrecht. Van de 6e Linie blijft 1/3 gedurende de nacht aan het werk, 1/3 hield de wacht bij de stellingen en 1/3 rust uit bij de stellingen.
22:00
Aan de Molenbeek. De Duitse Verkenningseenheid 25 is ondertussen volledig doorgestoten tot de grens gevormd door de Molenbeek, genoemd de linie Halfbunder, Erondegem, Ottergem. Te Ottergem geraakt een Duitse bevelhebber levensgevaarlijk gewond in een hevig Belgisch spervuur. Hij overlijdt de dag nadien in het hospitaal te Tielt.
Lede. Er ontstaat een vrij hevig gevecht tussen Belgische motorrijders aan de westkant van Lede met de Verkenningseenheid 25. Er wordt door de Belgen teruggetrokken, maar ze weten één Duitse gevangene mee te nemen.
Deze beide acties leiden ertoe dat de Duitse verkenningseenheid AA25 voorlopig voor die dag hun optocht uitstellen tot de de dag nadien.
23:00
Lede. Aankomst van het IIIe Duitse Artillerie Regiment.
Moortsele. Bij de 15e Linie beginnen Ardense Jagers binnen te lopen die hun laatste vertragingsopdracht hebben voltooid, de vijand staat dus bijna voor hun neus. De Jagers hebben hun opdracht volbracht daar zij bruggenhoofd Gent niet mochten vrij geven tot dit uur. Zij beginnen nu ten volle aan hun terugtocht.
Aan Duitse zijde is het Commando elk spoor van hun Infanteriedivisie 192 kwijt. Men ontvangt sinds geruime tijd geen nieuwe resultaten meer.
|