Citadelpark Gent

Buskruitfabriek Cooppal Wetteren

Vliegvelden WO I Regio Gent

WO I Munitiepark Kwatrecht

De Dodendraad

De Hollandstellung - Duitse WO I bunkerlinie

Reichsschüle Flandern - SS-School Kwatrecht

Duitse Atlantic Wall Radarpost - Goldammer

WOI en II Munitiedepot De Ghellinck Zwijnaarde

Duitse gangen onder centrum Gent WOII

Publieke WOII Schuilplaatsen Groot Gent

Het Fort van Eben Emael

KW-linie

WO I - Kwatrecht - Melle

18 daagse veldtocht gekoppeld aan TPG

Neergestorte B17 te Kwatrecht 19-09-1944

De bevrijding WO II van de regio rond TPG

Details van de legers:

Gesneuveldenlijsten:

Contact en onbeantwoorde vragen

Media-aandacht

Copyright

Links


Chronologisch verloop van de 18 daagse veldtocht aan het bruggenhoofd Gent.

Aan Tête de Pont de Gand worden de laatste voorbereidingen getroffen om de Duitse troepen hun doorbraak te proberen verhinderen. De Ardeense Jagers moeten ten allen tijde verhinderen dat de Duitse troepen het Bruggenhoofd te vroeg bereiken.

Zondag 19 mei 1940

18 daagse veldtocht Algemeen.

Tijdens deze dag zou bij besprekingen op het hoogste niveau in Ieper als gevolg van de rampzalige situatie in Noord Frankrijk, de beslissing genomen worden over komende terugtrekkingen van de geallieerde troepen. Er wordt hier beslist dat het Belgische leger zijn front zal moeten uitbreiden en hierdoor een aantal heden beschikbare Britse troepen vrijgeven voor gebruik in andere zones waar de problemen groter zijn (lees Noord Frankrijk). De verdedigingslijn die moest opgegooid worden, zou gevestigd worden tussen de steden Atrecht (= Arras) en Albert. Op dit moment wordt in feite reeds beslist de Scheldestelling gedeeltelijk en Bruggenhoofd Gent volledig te verlaten in de komende dagen. De verdedigingslijn zou verlegd worden van de Scheldestelling naar de Leie en het afleidingskanaal (= Schipdonkkanaal). Hierdoor zou de versterkte stelling van Bruggenhoofd Gent opgeofferd worden voor een onversterkte stelling achter de Leie en bijhorende afleidingskanaal. Desnoods zou net zoals bij WOI teruggeplooid worden tot achter de Ijzer.

De laatste nog in verdediging zijnde Antwerpse forten staan op het punt zich over te geven net als nog een paar laatste verdedigingspunten van de KW-linie (ook Dijlestelling genaamd) die bij deze forten aansloten. De bocht van de Schelde te Antwerpen gaat door middel van massale aanvallen met Duitse Stuka's verloren. Een verdere doorbraak wordt echter verhinderd door zware weerstand van Belgische Cavaleristen.

Te Luik valt het fort van Evegnee, het laatste Luikse fort deel uitmakend van de oude fortengordel rond Luik. Te Namen valt het fort van Suarlee.

Links: het vrij recent veroverde fort van Evegnee - Rechts: het fort van Suarlee (Beide foto's: Replica)

Op Frans grondgebied is de Duitse doorbraak naar de kust nog moeilijk te stoppen. Cambrai is reeds in Duitse handen.

In Nederland vallen ook de laatste eilanden van Walcheren in Duitse handen.

Aan de Schelde - Antwerpen. Op deze dag slagen de Duitsers er in, in Antwerpen, een eerste zeer lange 8-tons noodbrug op pontons over de Schelde aan te leggen. Hierdoor konden Duitse troepen en voertuigen geleidelijk aan vlotter de overzijde van de Schelde bereiken, komende uit Nederland. De brug zou echter enkele uren later uit elkaar worden geslagen door een groter verschil tussen eb en vloed dan waar men op gerekend had. De brug zou hierdoor volledig dienen opnieuw aangelegd te worden en dit herstellen zou duren tot 22 mei 1940. Het vertraagde zeker ook de aanvoer van Duitste troepen in de richting van de Scheldestelling.

Links: Zicht op de eerste pontonbrug over de Schelde te Antwerpen. Rechts: De eindeloze opstopping die ontstond toen deze noodbrug het begaf. Massa's Duitse voertuigen bleven wachten in de stad Antwerpen tot een overtocht met deze voertuigen zou mogelijk worden. (Foto's: Boeken Mei 1940 - Peter Taghon)

Aan de Schelde - Kruibeke. Er zijn ook veel sneller dan de Belgen hadden gehoopt, Duitse troepen gesignaleerd te Kruibeke. Dit kwam omdat de Duitse troepen massaal gebruik maakten van de vrij onvolledig opgeblazen en nog vlot bruikbare voetgangerstunnel onder de Schelde.

De Belgen proberen door middel van de 4e Lansiers de schade nog in te perken door zelf aan de overzijde stelling te nemen tussen Kruibeke en Kallo. Gezien het allen infiltraties waren doorheen de voetgangerstunnel, waren het ook enkel Duitse infanteristen zonder veel zware middelen die aan de overzijde opdoken.

Kanaal Gent - Terneuzen. Van Duitse kant nadert het 208e Duitse IR, onderdeel van 79e Duitse ID, vrij snel de troepen in de buurt van het kanaal Gent-Terneuzen. De echte zware strijd zal daar pas echt uitbarsten eenmaal Tête de Pont de Gand verlaten wordt, namelijk vanaf 23 mei 1940.

Bruggenhoofd Gent Algemeen. Ten zuiden van het bruggenhoofd Gent worden verschillende bruggen over de Schelde opgeblazen. Het betreft hier de bruggen te Eine, Berchem (Kluisbergen) en Avelgem (Kerkhove). Enkel de brug te Oudenaarde wordt niet opgeblazen maar ze blijft opgetrokken staan en de kabels van de brug worden in elkaar verstrengeld zodat ze niet neergelaten kan worden.

Kwatrecht is zo goed als leeggelopen als de eerste Belgische troepen er aankomen.

Hierbij kort de volledige opstelling zoals de verdediging van het Nationaal Reduit, inclusief Bruggenhoofd Gent, zou moeten gebeuren.

  • De Zeeschelde wordt verdedigd door het 16e Franse Legerkorps met hun 60e en 68e Infanteriedivisie.
  • Het kanaal Gent Terneuzen wordt verdedigd door de 1e Divisie Cavalerie, de 2e Divisie Cavalerie ligt er in reserve.
  • Het 5e Legerkorps met de 6e en 17e Infanteriedivisie neemt posities in tussen Sluiskil en Zelzate.
  • Het 2e Legerkorps met de 11e en 13e Infanteriedivisie neemt de zone Zelzate tot Langerbrugge voor zijn rekening. De 11e ID zal pas aankomen om 5u in de ochtend na een zware voettocht. De 13e Infanteriedivisie komt pas in de namiddag toe op zijn posities. De 13e Infanteriedivisie kende al vrij grote verliezen.
  • De 17e Infanteriedivisie komt pas tussen 7 en 12 uur aan op zijn posities tussen Boekhoute en Bassevelde langs het kanaal Gent Terneuzen.
  • Het 1e Legerkorps met de 18e Infanteriedivisie ligt opgesteld vanaf Langerbrugge aan het kanaal Gent-Terneuzen tussen Destelbergen en Oostakker met daarnaast rechts in boogvorm tot Melle de 16e Infanteriedivisie. De 18e Infanteriedivisie had zijn terugtocht vanuit Antwerpen afgelegd in camions en was nog zo goed als intact. De 16e Infanteriedivisie was nog niet ingezet geweest, nog intact en diende nog geen verplaatsingen te maken. Beide eenheden waren echter eenheden van 2e reserve waardoor de gebruikte wapens navenant waren.
  • In Gent werd de 1e Infanteriedivisie in reserve geplaatst in de binnenstad van Gent. Deze eenheden verloren ook al vrij veel materiaal aan het Albertkanaal en aan het Bruggenhoofd Mechelen.
  • Het 6e legerkorps met de 2e, 4e en 5e Infanteriedivisie neemt plaats op het eigenlijke bruggenhoofd Gent tussen Kwatrecht en Eke.
    • De 2e Infanteriedivisie heeft ook heel wat materiaal verloren gezien de treinen die hun zwaarder materiaal dienden te vervoeren gedeeltelijk vernield werden door luchtaanvallen van de Duitse Luftwaffe bij doortrekken op TPG. Ook zijn bepaalde eenheden al toegekomen op hun stellingen met aanzienlijke verliezen en tijdens de tocht vermiste manschappen. De 5e Linie neemt zijn posities in tussen de Schelde te Kwatrecht en Gijzenzele, Vanaf Gijzenzele tot Betsberg neemt de 6e Linie over. De 28e Linie komt in reserve achter de 5e en 6e Linie. De troepen van deze eenheden zijn aanwezig op hun stellingen rond 3 uur in de nacht. Door hun aankomst kan ook hier een gedeelte van de 11e Linie (4e ID) zijn eigenlijk voorziene posities gaan innemen in reserve op de achterlijn nabij Bottelare.
    • De 4e Infanteriedivisie neemt stelling tussen Betsberg en Munte. Deze divisie is bij zijn terugtocht vanaf de KW-linie ontzettend veel wapens kwijt geraakt. Hun 15e Linie zal Betsberg bezetten en een gedeelte van de bunkers op Moortsele. De 7e Linie bezet dan de westkant van Moortsele tot Munte. De 11e Linie blijft als reserve voor de 15e en 7e Linie maar zal wel pelotons leveren voor het bezetten van de verschillende grote wachten of voorposten. Zij kunnen zich pas ten volle inrichten nadat 5e en 2e ID op hun stellingen waren toegekomen. Deze werden al tijdelijk door hen bezet tot zij deze zouden overnemen.
    • De 5e Infanteriedivisie bezet de zone Munte tot Semmerzake. Zij kenden al een zeer vermoeiende veldtocht sinds hun vertrek aan de KW-linie. Zij komen pas aan op hun stellingen rond 11 uur en zijn totaal uitgeput. Zij lossen hierbij een gedeelte van de 7e Linie af (4e ID) die voorlopig dit gedeelte van de linie mee bezette.
  • De 6e Infanteriedivisie neemt stelling ten zuidoosten van de Schelde.
  • Het 7e Legerkorps met de 9e en 10e Infanteriedivisie neemt stelling tussen Eke en Oudenaarde. Deze eenheden zijn reeds rond de ochtend volledig opgesteld en zijn nog fris te noemen omdat ze nog geen noemenswaardige strijd hadden gekend en zonder zware nachtmarchen tot hier waren geraakt.
    • Het grootste probleem op deze zone was de positie die men diende te verdedigen. In dit geval hadden de Duitsers namelijk het beste terrein. Zij konden gans de tijd gebruik maken van het hoger gelegen terrein dat uitkeek op een lager gelegen trage bocht van de Schelde waarachter de Belgen dienden de verdediging op te nemen tussen Eke en Oudenaarde.
  • De zone van de bovenschelde vanaf Oudenaarde tot kort voor de Franse grens werd verdedigd door de Britse 42e en 44e Infanteriedivisie.
  • Nabij de Franse grens namen de Fransen opnieuw zelf over.
  • Achter deze linies blijven nog eens de Belgische 3e, 8e, 12e, 14e en 15e Divisie alsook de 1e en 2e Divisie Ardeense Jagers in reserve achter.
(Bron: Mai 1940, La bataille de Belgique - M. Fouillien en J. Bouhon)

Elke compagnie beschikt gemiddeld over een achttal mitrailleurs in plaats van de oorspronkelijk twaalf die er voorzien waren. In deze opstelling moet elke Divisie ongeveer een strook van 6 kilometer zien te verdedigen op een totale frontlijn van 70 kilometer.

Bruggenhoofd Gent - Oosterzele. Er moeten drie Grote Wachten of Voorposten worden opgesteld op het grondgebied van Oosterzele. Weet dat in bestaande documenten vaak namen zeer verwarrend door elkaar worden gebruikt, heel vaak voor dezelfde locaties, wat het verhaal om te volgen zeker niet vergemakkelijkt.

  • Post 1 te Scheldewindeke dorp (aan het kerkplein)
  • Post 2 te Scheldewindeke aan het kruispunt de Pelgrim (ook soms aangeduid als de voorpost aan De Spiegel)
  • Post 3 te Oosterzele dorp. Dit was ter hoogte van de toenmalige Vinkemolen en wordt dan ook soms aangeduid als de voorpost aan de Vinkemolen of het kruispunt van Geraardsbergsesteenweg en Reigerstraat.

In eerste instantie worden deze voorposten ingenomen door telkens 1 Peloton Verkenners van de 15e Linie die hiervoor op elk van de posten wordt bijgestaan door een T13 tank horende bij het Eskadron Wielrijders van de 2e ID.

Eenmaal de 2e Infanteriedivisie zijn posten zal hebben bereikt en ingenomen, dienden deze posten overgenomen te worden door pelotons van de 11e Linie die bij de 4e Infanteriedivisie als reserve zouden komen te dienen nabij Bottelare.

Bruggenhoofd Gent - Massemen en Westrem. Ook hier waren nog 2 voorposten voorzien.

  • Post Westrem - Dorp
  • Post Massemen - Strop

Deze posten werden integraal bezet door pelotons van het Eskadron Cyclisten van de 2e ID en eveneens ondersteund door 1 van hun T13 tanks die opgesteld wordt nabij het Strop van Massemen..

2 bataljons van de 15e Linie bezetten eveneens de schuilplaatsen in eerste lijn van de nevenvallei van de Molenbeek te Moortsele bij het Grootbos (bunker A31 aan boerderij Hoek Ter Hulst en A32 aan toenmalige tramlijnovergang met dezelfde straat). Zij worden hierbij versterkt door 5 antitankkanonnen 47mm.

De commandopost en tevens ook de medische post van de 15e Linie bevindt zich te Bottelare bij het station.

De 7e Linie sluit aan bij de 15e Linie vanaf kasteel Rattepas.

Deze dag zal de 8e Artillerie zich globaal herschikken en opstellen ten zuiden van Merelbeke. Hun 10e Batterij wordt opgesteld nabij de Potaardeberg nabij de Gaversesteenweg te Merelbeke.

Hun 2e Groep komt in steun bij de 7e Linie en de 3e Groep bij de 15e Linie. De 1e en 4e Groep worden niet specifiek toegewezen maar in steun gezet waar nodig voor beide linieregimenten en zelfs voor de 5e en 6e Linie nabij Kwatrecht en Gijzenzele.

De 2e Artillerie zal ook deze ochtend toekomen als steun bij de 2e Infanteriedivisie.

Ook de 11e Artillerie zal doortrekken vanaf Aalst op de regio Semmerzake en in steun staan van de 5e Infanteriedivisie.

In de ochtend van deze dag zal ook een sectie van de 5e Batterij van de 8e Artillerie posities dienen in te nemen in de zware bunker A30 te Moortsele. Zij zullen gedurende de gevechten van 20 tot 22 mei 1940 om en bij de 400 granaten afvuren vanuit deze bunker. De objectieven werden hierbij doorgegeven van de infanterie in de frontposities en dit waren kruispunten, verplichte doortrekpunten van troepen, specifieke huizen,...

(Foto van de zware A30 te Moorstele - Denkschrift über die Belgische Landesbefestigung - 1941)

De artillerie-aanvallen vanuit deze zware bunker hebben ook tegenaanvallen veroorzaakt van vijandige artillerie waarbij toch een aantal zware treffers zijn teruggekomen. Bij dit vijandelijke artillerievuur werden tijdens de strijd twee artilleristen licht gekwets in de buurt van de bunker A30 door rondvliegende scherven.

De beschikbare groepen Legerartillerie worden verdeeld over het bruggenhoofd. 2 groepen kanonnen van 150mm en 155mm worden opgesteld ten Noorden van Gent. 4 andere groepen worden opgesteld ten zuiden van Gent.

Links: Belgisch 150 mm geschut (Foto Replica) - Rechts: Belgisch 155 mm geschut (Foto: Collectie André Ombecq)

Daarnaast worden als steun bij de vorige 6 groepen nog 5 batterijen spoorweggeschut mee opgesteld.

Belgisch 280 mm geschut (Foto: Replica)

Het luchtdoelgeschut 75mm is grotendeels achtergebleven in verloren linies rond de KW-linie. Vele kanonnen werden daar ter plaatse vernield om te vermijden dat ze in Duitse handen zouden vallen. Ook zijn er nog zeer weinig 40mm luchtdoelgeschut beschikbaar.

Er zijn nog zeer beperkt wat Belgische verkenningsvliegtuigen beschikbaar om het front uit de lucht in de gaten te houden. Deze zijn opgesteld op de vliegvelden van Ursel en Zwevezele die voorlopig nog buiten de actieve frontlijn waren gelegen en nog gespaard bleven van Duitse luchtaanvallen.

Belgische 40mm Bofors achtergelaten te Brugge

Belgische 40 mm Bofors, achtergelaten te Brugge (foto: Replica)

Zwijnaarde. Het commando van de 4e Infanteriedivisie is opgesteld in het kasteel de Hutsepot in Zwijnaarde. Vrij kortbij hiervan ligt de Heirweg nr 73 waar een duivenhok wordt opgeëist van een burger. Alle grote wachten van de 4e ID ontvangen van hieruit 2 postduiven om te kunnen gebruiken voor het overbrengen van berichten. De opdracht luidt tevens dat elk van deze eenheden op 21/10/1940 om 21u op dezelfde locatie elk 2 nieuwe duiven dient de komen afhalen.

De verschillende verdedigingslijnen gebruikt door de Ardeense Jagers bij hun vertragingsopdrachten op 19 mei 1940 vanaf de Dender tot TPG : Boek Mai 1940 - La Bataille de Belgique - M. Fouillien et J. Bouhon

00:00

Aan de Dender, Dendermonde tot Aalst. Ondanks de hevige verdedigingsacties van de Ardeense Jagers kunnen zij niet verhinderen dat hier en daar Duitse bruggenhoofden gevormd kunnen worden aan de overzijde van de Dender achter de dijken. De Duitse troepen houden zich klaar om met rubberboten de rivier proberen over te steken.

04:00

Scheldestelling - Gent. De 3e en 24e Linie (beiden deel uitmakend van de 1e ID) zijn aangekomen te Gent als vervanging van de eerder doorgetrokken 44e Linie. Er werd meteen onrust gezaaid bij de Gentse bevolking daar er bij de 3e Linie ontzettend veel Gentenaars dienden en deze niet meer bij de binnentrekkende troepen bleken te zitten. De compagnies waren dan ook ver van volledig en reeds zwaar uitgedund.

Bruggenhoofd Gent - Gijzenzele. De eerste troepen van de 6e Linie bereiken Gijzenzele. Zij waren te Gijzegem over de Dender gegaan om dan via Lede, Impe, Vlierzele, Oordegem en Bavegem door te trekken op Oosterzele (Gijzenzele). Het laatste stukje van de 3e nachtmars verliep over Hoog Bavegem naar de wijk het Anker te Oosterzele. Op die manier werd via de Reigerstraat, Kwaadbeekstraat en Gijzenzelestraat (aan bunker Av10 - de Molenbunker) Gijzenzele binnengetrokken.

Het 3e Bataljon van de 6e Linie komt als eerste aan. Elke compagnie fuseliers bestond ongeveer nog uit 150 man, de 12e Compagnie telde nog zo een honderd man. Zo kwam men voor het 3e Bataljon van de 6e Linie aan een totaal van ongeveer 600 soldaten. Ter versterking wordt te Gijzenzele de eveneens reeds uitgedunde 13e Compagnie aan de 6e Linie toegevoegd. Deze omvatte nog 14 extra mitrailleurs en een peloton C47 kanonnen (waarvan er één defect was). Globaal bestond de 6e Linie op dat moment nog uit 2 Infanteriebataljons en een Bataljon tuigen waarbij alle mortieren 76 mm ontbraken.

Qua materiaaltransport beschikten ze nog over 12 vrachtwagens, 13 motoren waarvan 3 met side-car, 48 fietsen, door paarden getrokken karren waarvan 14 mitrailleur-caissons, 8 caissons mortieren M76 (maar de mortieren zelf ontbraken) en 8 veldkeukens. Van de totale bewapening ontbraken 3 C47-tractée, alle 76 mm mortieren, 14 zware mitrailleurs, 25 lichte mitrailleurs (FM), 17 DBT granaatwerpers, 150 geweren en 65 pistolen. Munitie was er in het algemeen nog ruimschoots aanwezig behalve DBT granaten die al vrij massaal waren verschoten en 450 laders voor de lichtere Browning FM30 mitrailleur die ze onderweg waren kwijt geraakt..

Voor deze sector werden de mitrailleurs als volgt verdeeld:

  • A38, D17 en D18 links van het dorp: 5 MI en 1 FM
  • A36 en A37: 2 bunkers rechts van 11e Compagnie: 4 MI
  • C16: commandobunker 3e Bat 6e Linie: 1 MI en 1 FM

Heel raar is dat bij deze bunkerbezettingen steeds de bunker Av12 wordt vergeten die toch ook 1 van de 3 vooruitgeschoven bunkers was langs de Wettersesteenweg en zeker ook zwaar bevochten is geweest.

05:00

Bruggenhoofd Gent - Melsen. Het 2e Bataljon van de 7e Linie, dat op dat moment de achterliniebunkers bezet in Melsen, krijgt opdracht deze te verlaten en zich richting Bottelare te begeven. De bunkers worden als eersten overgedragen aan de Jagers te Voet van de 5e Infanteriedivisie die letterlijk bij mondjesmaat toestromen op hun nieuwe locaties. De laatste bunkers op Melsen zullen pas worden overgedragen om 14u.

Bruggenhoofd Gent - Muntekouter naar Baaigem toe. Hier ontvangen de al zwaar vermoeide troepen van de 4e Jagers te Voet zowel de verkeerde sleutels als de verkeerde militaire dossiers (stukbulletins) van bijhorende bunkers. Deze dossiers omvatten normaal per schietgat wel doelen te bevuren waren onder welke hoeken van de mitrailleur opgesteld achter het schietgat. Ook dienen nog heel wat schootsvelden geruimd te worden omdat er reeds te hoog opgeschoten gewassen het zicht belemmeren.

05:30

Aan de Dender, Dendermonde tot Aalst. Tot op dit moment was men er in Lede op het hoofdkwartier van de 1e Ardeense Jagers vrij gerust in dat men de huidige weerstand en vertragingsopdracht aan de Dender zeker nog een extra dag zou kunnen rekken. Helaas krijgen de Ardeense Jagers op dat moment een volgende tegenslag te verwerken waardoor ook dat plan utopie wordt. De leiding van de Britse 3rd Infantery neemt op dat moment reeds de beslissing terug te trekken tot achter de Schelde. Hierdoor verliest de 1e Divisie Ardeense jagers zijn dekking op de rechter flank en wordt hun verdedigingsopdracht nog eens vermoeilijkt. Via de bres die de Britten op die manier achterlaten trekt de Duitse 30e ID massaal door in de richting van de Schelde (zuidelijk van Bruggenhoofd Gent). De Ardeense Jagers dienen hierdoor bijkomend attent te blijven om zeker aan hun stellingen aan de Dender niet omsingeld te geraken.

Er worden van de Ardeense Jagers dan ook al maatregelen getroffen om geleidelijk aan de stellingen voor te bereiden op hun vertrek indien behoud onmogelijk wordt.

Al sinds de ochtend ondergaan de stellingen van de Ardeense Jagers het artilleriegeschut van het 156e Duitse Artillerie Regiment. Deze Duitse Artillerie is opgesteld te Denderbelle centrum achter de kerk, vrij kort achter de Dender. De Duitse artillerie hier opgesteld kan amper enkele honderden meters van de eerste stellingen van de Ardeense Jagers gelegen hebben.

Dit is een zeer fraaie fotoreportage van de Duitse 156e AR bij hun opstelling aan de kerk van Denderbelle. De ganse fotoreportage situeert zich trouwens rond de kerk van dit dorpje en de meeste foto's zijn zelfs tot op heden nog vrij vlot te plaatsen. De Streetview foto uit 2020 kijkt letterlijk op de opstelling waar de mortieren stonden opgesteld.

Bovenaan links een luchtfoto waarop vlot duidelijk wordt hoe kort deze artillerie, verstoken achter de kerk van Denderbelle stond opgesteld, amper 2 a 300 meter verwijderd van de Dender die diende overbrugd te worden. Allicht zaten daar ook al Ardeense Jagers opgesteld, vrij kortbij deze dijk om dit te verhinderen. Bovenaan rechts: detail van de locatie waar deze mortieren stonden opgesteld juist achteraan de kerk. Daaronder: 4 Foto's van deze mortieren tijdens het vuren op deze stellingen van de Ardeense Jagers (Foto's: Collectie Peter Taghon)

De commandopost van het 156e AR was op dat moment gevestigd in de kerk van Denderbelle. Hun leider, Gen.Oberst Von Küchler werd hier enkele keren, in het algemeen nog vrij goed herkenbaar met de huidige situatie gefotografeerd. (Oude Foto's: Collectie Peter Taghon)

06:00

Bruggenhoofd Gent - Kwatrecht. Bij het eerste ochtendgloren bereiken de eerste troepen van de 5e Linie de ondersector Kwatrecht om er het 11e Linieregiment af te lossen.

Bij hun aankomst is slechts één bunker volledig in orde qua uitrusting, dat is de bunker S8 die dwars staat op de steenweg Aalst-Gent. Deze was onder andere voorzien van zijn vast 47mm kanon en een aanzienlijke hoeveelheid bijhorende munitie.

De bunker S8 was zeker ook een pareltje op de linie qua camouflage en amper te onderscheiden van de gewone bebouwing. Wel stak hij uit de bebouwing uit waardoor hij heden nog op het huidige voetpad zou hebben gestaan, mocht hij nog bestaan hebben. (Foto: Replica)

De soldaten krijgen opdracht de hangsloten aan de bunkers te forceren en open te breken indien deze ondertussen nog niet open waren. De bunkers worden bewapend met de eigen automatische wapens van de troepen. Er zijn nog praktisch nergens loopgraven gegraven, geen veldwerk, slechts hier en daar een enkele put voor geknielde schutters. Geen opruiming van schootsvelden, geen antitankgrachten of hindernissen voor de stellingen. Meestal is er slechts één enkele prikkeldraad met tal van openingen om boeren en vee door te laten.

Op de Kwatrechtsteenweg wordt het lijmkotje in brand gestoken. Dit was een opslagplaats horende bij de toenmalige fabriek van De Backer - De Rudder. Er waren in die tijd grotere hoeveelheden brandstoffen opgeslagen waardoor het dus potentieel wel interessant kon zijn voor de Duitsers en dan ook preventief in brand werd gestoken.

In gans Kwatrecht werd de bevolking, in die mate dat ze dit nog niet uit eigen wil hadden gedaan, verplicht het dorp te verlaten. Slechts enkelen zouden deze opdracht weigeren uit te voeren waaronder enkele boeren die hun dieren niet onbewaakt achter willen laten. Ook de dorpspastoor, EH Callebaut, bleef te Kwatrecht gedurende de komende strijd. De ochtend dat de troepen van de 5e linie aankwamen te Kwatrecht, verkocht de plaatselijke bakker Eeckhout nog brood alvorens zelf ook het dorp te verlaten.

De Staf van de 5e Linie zou zich gevestigd hebben in de buurt van Kalverhaege, dichtbij de beek. Mogelijks was dit dus een een van de hoeves die daar heden nog te vinden zijn. De commandopost van het 2e Bataljon van de 5e Linie, vestigt zich te Melle op de Lindenhoek. De ganse verdere dag ziet men nog plaatselijke inwoners met pak en zak op fietsen, met kinderkarren en boerenkarren, vertrekken in de hoop veiligere oorden te bereiken.

Voor het aanleggen van vaste telefonieverbindingen ontbraken zowel de tijd als de middelen.

Bruggenhoofd Gent - Gijzenzele. De stellingen die de 6e Linie diende te bezetten waren op dat moment bewaakt door Grenswielrijders. Deze hadden al detailschetsen gemaakt van het terrein en waar stellingen waren voorzien. Deze schetsen werden bij overname van de stellingen door de 6e Linie overgedragen aan de bataljons-commandanten.

Voor de oorlog werden er van alle te bezetten bunkers stukbulletins gemaakt. Dit waren ossiers van alle bunkers per schietgat met telkens welke doelen konden worden beschoten vanuit de schietgaten met verdere details over de correcte vuurhoogtes en hoeken. Dit maakte dat de bunkers in feite zelfs blind konden vuren op bepaalde doelen. Helaas bereiken deze dossiers amper of nooit de troepen die de bunkers in de eigenlijke oorlogssituatie dienden te bezetten. Ook hier dus niet. Ook de originele sleutels van de hangsloten bij de bunkers die bij dezelfde dossiers zaten, bleken ook hier niet te vinden.

Voor de vooruitgeschoven bunkers tegen de Wetterstraat, dienden aan de overzijde van de weg anti-tankhindernissen te staan zoals aan de KW-linie. Helaas werden deze hier nooit geleverd en gebruikt op de lijn Waver-Ninove. De echte functie van deze vooruitgeschoven bunkers was in feite de verdediging van deze nooit geplaatste anti-tankhindernissen.

Bruggenhoofd Gent - Lemberge en Bottelare. De 7e en 11e Linie zijn schutterskuilen aan het graven om beide lokaliteiten te organiseren als antitank-weerstandsnesten met als bedoeling elke vorm van Duits gemotoriseerd vervoer tegen te houden.
Belgisch 75mm geschut met bedieners

Een grote hoeveelheid springstof werd reeds te Lemberge door de genie aangebracht onder het kruispunt van de Van Gansberghelaan met de Landskouterse- en Lembergsesteenweg. Rond hetzelfde moment zal allicht ook wel springstof aangebracht geweest zijn ter hoogte van het kruispuntje iets verderop langs eveneens de Van Gansberghelaan maar ditmaal met de Zonne- en de Steenstraat. Ook dit kruispunt zou later opgeblazen worden.

Bruggenhoofd Gent - Lemberge. Aankomst van de 2e Groep van de 2e Artillerie. De toegevoegde diensten en de bevoorradingsechelons vestigen zich in kasteel Leirens langs de Lembergsesteenweg te Merelbeke. Vanuit Lemberge zullen deze artilleristen enerzijds steun bieden aan de 6e Linie te Gijzenzele. Hun 3e Groep dient steun te geven aan de 5e Linie op Kwatrecht. Hun 1e en 4e Groep dienen dan opnieuw als globale steun waar nodig in de zone Gijzenzele - Kwatrecht. Deze laatste groepen worden opgesteld nabij de bossen rond Caritas te Merelbeke.

Bruggenhoofd Gent - Munte tot Semmerzake. Waalse eenheden van de 5e Infanteriedivisie (1e, 2e en 4e Regiment Jagers te Voet, 11e Artillerie, 5e Bat Genie, 5e Bat TTR en een Eskadron Wielrijders) nemen om en rond de bunkers van Munte tot Semmerzake hun stellingen in. Er komt bij de lokale bevolking een algemene uittocht. Er wordt algemeen rondverteld dat er zich zware gevechten zullen voordoen bij de verdediging van de Schelde.

Ook in de buurt van de Hundelgemsesteenweg gaan de 4e Jagers te Voet, ondanks hun vermoeidheid over tot het opzetten van noodzakelijke voorposten. Ze zetten voorposten uit op volgende locaties:

  • Post 1 - kruispunt van "Het Heet" (nabij Gaversesteenweg en Ruspoel)
  • Post 2 - aan de herberg "Het Hert" te Baaigem, zuidelijk van zware bunker Mu9 op de Hundelgemsesteenweg

Ook naar Semmerzake worden nog posten uitgezet maar voorlopig ontbreken de details hierover waar exact.

Gent. Er ontstaat paniek bij de bevolking omdat zij zien dat heel wat bruggen ondermijnd zijn. Op verschillende plaatsen betrekken Belgische troepen stellingen. De 3e en 24e Linie, beiden een onderdeel van het 1e Infanteriedivisie, betrekken stellingen te Gent. De 24e Linie betrok de stellingen ten zuiden van de stad. De 3e Linie nam het noorden voor zijn rekening.

Er werden her en der machinegeweren en lichte kanonnen opgesteld. Straten werden opengebroken en schutterskuilen gegraven. Heel wat huizen, vooral langs waterwegen gelegen, werden omgebouwd tot kleine vestingen. De vensters en deuren werden versterkt met zandzakken. Tussen de huizen onderling werden vaak tussenmuren ruw weggehakt om ze onderling te verbinden.
Maxim als luchtdoelgeschut

Maximmitrailleur opgesteld als luchtdoelgeschut - Foto: Replica

06:30

Bruggenhoofd Gent - Semmerzake. Aankomst van de 3e Groep van de 11e Artillerie te Semmerzake. Zij zullen als artilleriesteun komen bij de 4e Jagers te Voet.

07:00

Bruggenhoofd Gent - Landskouter. Het 2e Bataljon van de 6e Linie stelt zich onder andere deels te paard op, op de weg Oosterzele - Gontrode (Geraardsbergsesteenweg) ter hoogte van de Betsberg. De bijhorende hulppost wordt ingericht in de graanstokerij Van De Velde.

belgische cavallerie

(Belgische Cavalerie - Bron: Replica)

Bruggenhoofd Gent - Melle. Aankomst van de 28e Linie te Melle. De zone waar zij zich moeten opstellen is dat moment nog bezet door de 44e Linie en er ontstaat discussie over wie zich waar dient op te stellen. Het 1e Bataljon van de 28e Linie wordt nog verder achteruit gestuurd als Divisiereserve.

Bruggenhoofd Gent - Gijzenzele. Het 3e Bataljon van de 6e Linie stelt zich in tegenhelling op in de zone tussen de noordkant van het Halvemaanbos en de bunker Av10, de molenbunker.

c47 kanon verdekt opgesteld in bos

Deze compagnie krijgt als opdracht een anti-tankopstelling te vormen en deze kost wat kost te verdedigen. Ze krijgen de melding dat ze nog hulp zullen ontvangen om dit verder uit te werken.

Foto van een verdekt opgesteld mobiel 47mm- kanon. (Foto: Replica).

08:00

Bruggenhoofd Gent - Gijzenzele. De eerste verkenningen zijn beëindigd. De voorziene reeds gedane werken zijn miniem buiten de bestaande betonnen bunkers en het prikkeldraadnet. Er wordt massaal bij boeren in de directe omtrek gereedschap opgeëist, o.a. spaden, schoppen, houwelen, rieken, bijlen, zagen en ander landbouwgerief. Eerst ruimt men het schootsveld want de gewassen staan in het algemeen reeds een 80 cm hoog. Ze belemmeren dus sterk het zicht. In tweede instantie begint men putten en grachten te graven.

Bruggenhoofd Gent - Eke. De 1e Batterij van de 1e Artillerie stelt zich op langs de weg Gent - Oudenaarde aan km-paal 12.5.

09:00

Aan de Dender, Wieze. Het dorp ligt onder zwaar Belgisch artillerievuur.

Aan kanaal Gent-Terneuzen te Zelzate. De 1e Karabiniers dienen zorgvuldig de verdediging van de wegbrug over het kanaal op zich te nemen. Deze is op dat moment nog intact aanwezig.

Bruggenhoofd Gent - Kwatrecht. Pastoor Callebaut die is achtergebleven op Kwatrecht en het dorp weigert te verlaten, houdt nog de mis. Het is zondag en in de dienst zijn amper 10 mensen waaronder ook een aantal Belgische soldaten.

Bruggenhoofd Gent - Landskouter. Aankomst van het 3e Bataljon van de 28e Linie dat zich opstelt in 2e echolon achter de 6e Linie achter het dorp van Gijzenzele en westelijk van Betsbergbos. Hun 12e Compagnie dient met hun mitrailleurs de bunkers op de tussenlijn en allicht ook de achterlijn te bezetten.

Vroege voormiddag

Aan de Schelde tussen Gavere en Oudenaarde. Te Zingem gaat de laatste intacte brug over dit stuk van de Schelde de lucht in. In eerste instantie zijn de Britten hier niet zo tevreden mee omdat ze deze ook nodig hadden om hun laatste troepen nog aan de overzijde van de Schelde te krijgen en hoopten dat hiermee toch zou gewacht worden tot in de namiddag. In de regio werden ook verschillende bouwwerken en structuren vernield of in brand gestoken wanneer ze het zicht voor hun eigen troepen belemmerden of de mogelijkheid zouden bieden dat de Duitsers er zich zouden in verschansen. ook nog aanwezige binnenschepen werden aan de Belgische kant van de Schelde tot zinken gebracht om te verhinderen dat ze nog als noodbruggen gebruikt zouden worden.

Aan de Schelde tussen Oudenaarde en de Franse grens. Ook de verderop gelegen bruggen tot aan de Franse grens zullen rond dit moment onder Britse leiding en in de door hen te verdedigen zone worden opgeblazen.

Opgeblazen Scheldebrug te Escanaffles. De oude foto is genomen door troepen van het Duitse 489 IR die zeker ook ter plaatste zal geblokkeerd gestaan hebben en in strijd met Britten is komen te liggen. Ook deze brug zal origineel wel beperkt afwijkend gelegen hebben van waar heden de brug over de Schelde te vinden is. (Oude foto: Replica - Actuele foto: Google streetview)
Enkele foto's van het Duitse IR489 genomen aan de Schelde te Pecq. Hier is het terugvinden van de exacte locatie zeker niet meer zo evident omdat de Schelde zeker niet meer ligt waar ze nu nog te vinden is. We zitten op de Rue Albert 1er. Waar vroeger de Schelde liep ligt nu de Rue de la Croix Rouge. (Foto links boven: Replica - Rechts: Google Streetview). De oudere foto daaronder toont in dezeldfe buurt de reeds met rubberboten overgestoken Schelde ter hoogte van de Rue de Clergerie. Op de foto links vanaf de Rue du la Croix Rogue krijgt u het meest nog passende zicht. Rechts een een detail van de op de oude foto nu nog herkenbare gebouwen (2 actuele foto's: Google Streetview)

Dit zijn foto's van de opgeblazen brug bij Kerkhove bij Oudenaarde. We kijken hier op de Kaaistraat ter hoogte van het kruising met Ten Hove. Op beide foto's zien we de boogbrug in de Schelde liggen. Let op de woningen die bovenaan sterk mee beschadigd zijn door het opblazen van de brug. Deze huizen kan je ook op de onderste oude foto mooi nog zien staan op de rechter kant. (Oude foto links onder: Boek Mei 1940 - Peter Taghon - Actuele foto: Google streetview)

10:00

Aan de Dender, zone Aalst tot Geraardsbergen. De 3e en de 50e Britse Infanteriedivisie trekken zich ten zuiden van Aalst terug in de richting van de Scheldestelling. Dit was een aangekondigd en zeker niet interessant scenario voor de Ardeense Jagers. Hierdoor komt zuidelijk vanaf Aalst een strook van 14 km onbewaakt te liggen tegen mogelijkse Duitse doorbraken over de Dender.

Aan de Dender, zone Wieze. De Belgische Artilleriebeschietingen in deze sector, nemren nog toe rond dit moment.

Aan de Dender - Denderbelle. Er zijn hevige Duitse artilleriebeschietingen op de stellingen van de Ardeense Jagers, juist achter de Dender.Elk ogenblik kan een massale Duitse aanval ingezet worden om over de Dender proberen te geraken. Vooral de stellingen van de 2e Ardeense Jagers te Gijzegem en Mespelare liggen onder vuur. Direct achter de weilanden aflopend naar de dijk aan de Dender liggen Duitse soldaten klaar met rubber boten om deze dijk proberen te bestormen en zo de Dender dan met die rubberboten proberen te kruisen.

Te Denderbelle, westelijk van de kerk, maken Duitse troepen zich klaar om de aanval aan te zetten op de Dender een 100 tal meters verder. Een Duitse schutter tracht zicht te krijgen op allicht aanwezige Ardeense Jagers aan de overzijde van de Dender. (Foto links: Collectie Peter Taghon). Rechts de foto van het hoekhuis dat nog zeer goed herkenbaar is.
Bovenstaande foto is nogmaals op dezelfde locatie. Oberst Von Küchler probeert de situatie in te schatten met zijn verrekijker aan de iets verderop lopende Dender. Op de foto daarnaast Mr Peter Taghon in 1985 bij het toen nog bestaande muurtje en woning in de rol van de Duitse commandant. Hiernaast het huidige uitzicht zonder muurtje en woning. Beiden zijn gesloopt en verdwenen. (Oude foto's: Collectie Peter Taghon)

De Duitse artillerie probeert de belgische mitrailleurnesten te raken die zich genesteld hebben op de toppen van de dijken. Dit zijn echter zeer moeilijk te raken doelwitten daar iets te kort gevuurde granaten verdwijnen in de Dender en de iets te ver geschoten granaten uiteindelijk weinig hinder geven aan de soldaten die op de toppen van de dijken ingegraven liggen.

Plots verlegt de artillerie zijn doel naar iets meer achteraan de Belgische linies achter de Dender. Er volgt een eerste aanval van Duitse soldaten met rubberboten om over de weiden in de richting van de Dender te lopen.

Ook deze foto zou ergens nabij Denderbelle genomen moeten zijn. Het toont de Duitse troepen die met rubberboten proberen de Dender te bereiken om hem dan zo snel mogelijk over te steken. (Foto: Replica)

De Duitsers verslikken zich echter in de weiden en zompige grachten die deze weiden doorkruisen. Er vallen talloze slachtoffers in het Belgische mitrailleurvuur dat zelfs blijkt te komen uit mitrailleurnesten die vooraf van Duitse kant totaal niet gespot waren. Duitse infanteristen springen over de grachten maar deze blijken bijkomend ook nog eens veel dieper en slijkeriger te zijn dan origineel gedacht. Als dan ook gelijktijdig de beschieting van deze weilanden met mortieren sterk toeneemt, leidt dit er toe dat de Duitsers niets anders kunnen doen dan zich terug te trekken of verdekt te blijven zitten juist achter de dijken tegen de Dender waar het mitrailleurvuur hen ook niet meer weet te treffen. Elk Duits hoofd dat boven de dijk wordt uitgestoken lokt meteen Belgisch mitrailleur- en geweervuur uit. Om geen eigen troepen te treffen is de Duitse artillerie gestopt met vuren. Een eerste zware Duitse aanvalspoging loopt dus dood juist achter de dijk aan de Dender.

Aan de Dender - Ninove. Ook hier stroomden de eerste Duitse troepen toe. Wel was er op dat moment geen enkele brug nog intact over de Dender meer aanwezig. Ook waren er nog geen degelijke noodbruggen die het mogelijk maakten dat zwaarder transport de Dender kon kruisen. Nabij het kruispunt van de steenweg Brussel - Ninove met de baan naar Halle (ondanks dat het bord op Edingen spreekt) onstond een enorme opstopping van Duitse voertuigen die hier hopeloos dienden te wachten op een eerste zwaardere noodbrug.

Kruispunt met Hallesteenweg (links). Enkel de dakhelling rechts is nog identiek. (Oude Foto: Boek: Mei 1940 - Peter Taghon - Onder: Google Streetview)

Ook van deze opgeblazen voetgangersbrug ter hoogte van de kruising van de Desié de Bodtkaai en het Paul De Montplein, duiken wel wat foto's op. Deze verdween daarna uit het stadsbeeld en werd vervangen door een wegbrug op het uiteinde van de huidige Burchtstraat, waar toen geen brug was. Hierbij alvsast een mooie reeks met bijkomend ook een aantal foto's van het aanleggen van een eerste oversteek met rubber boten. Ook zie je achteraf een eerste noodbrug aanleggen met pontons waar heden de brug over de Dender is ter hoogte van de Oude Kaai.

De bovenste foto toont de opgeblazen brug in detail (Foto: Replica) - Daaronder alvast een actuele Streetview om te kunnen aanduiden waar we ons heden bevinden. Daarna 3 foto's uit eenzelfde reeksje waarbij je op de 3e foto een eerste poging ziet de Dender te beginnen oversteken met rubberboten. Dit was dan blijkbaar later ook de locatie waar een iets definitievere noodbrug werd aangelegd met pontons waar heden de Denderbrug is op de Oude Kaai. (Oude foto: Replica - actueel zicht: Google Streetview)

Bruggenhoofd Gent - Munte. De eerste Jagers te Voet beginnen binnen te lopen op hun posities, totaal uitgeput. Het 3e Bataljon van de 4e Jagers te Voet neemt stelling in de bunkers vanaf B23 (achterliniebunker in Makkegembos) tot B27 (grotere bunker op achterlinie in Munte langs de oostkant van de Hundelgemsesteenweg). Daarnaast bezet de rest van de 4e Jagers te Voet de bunkers te Munte. Het 3e Bataljon krijgt versterking van de 13e Compagnie, in het bezit van nog veertien mitrailleurs en een peloton C47- kanonnen (drie stuks).

Bruggenhoofd Gent - Gijzenzele. Het 3e Bataljon van de 6e Linie krijgt in versterking de bijhorende 13e Compagnie mitrailleurs toebedeeld. Zij zullen onder andere moeten instaan voor de bezetting van de bunkers waar deze mitrailleurs dienen opgesteld te worden. Zij bezetten deze bunkers met in totaal 10 zware Maximmitrailleurs en 1 lichtere Browning FM30 mitrailleur.

Daarnaast krijgen ze ook nog de 14e Compagnie C47 toegewezen. Helaas beschikken deze nog slechts over 3 stukken C47 geschut dat mee wordt opgesteld en ingewerkt in de aanwezige anti-tankopstelling die de Oosterzele Steenweg diende onder vuur te houden.

Bruggenhoofd Gent - Voor de stellingen te Kwatrecht en Gijzenzele werden in totaal vier voorposten opgezet en bewaakt. Elk van deze posten moest er voor zorgen op voorhand de opkomende Duitsers te kunnen waarnemen en indien mogelijk hun doortocht daar reeds proberen te verhinderen. Het ging in dit geval om twee posten te Oosterzele en twee te Westrem.

Te Oosterzele was dit enerzijds "de Vinkemolen" (post 1). Dit was het kruispunt van de Reigerstraat met de Geraardsbergsesteenweg en de Groenweg) en anderzijds aan "De Pelgrim" (post 2). Deze post wordt soms ook wel "De Spiegel" genoemd.

Te Westrem was dit "het Strop" (Post 1), het kruispunt van Massemsesteenweg met Brusselsesteenweg en Keiberg) en (post 2) ter hoogte van de kruising van de spoorlijn Oostende - Brussel met de Westremstraat.

Bruggenhoofd Gent - Oosterzele - aan de voorposten. Elk van deze posten werd extra versterkt met een T13-tank van de Comp T13 van de 2e ID. Origineel werden de voorposten bezet door de groep verkenners van de 15e Linie. Deze zouden normaal afgelost worden door de 11e Linie die in reserve zou komen te liggen, eenmaal de 2e ID volledig zou zijn opgesteld. In praktijk werden deze allicht niet overgenomen door de 11e LInie maar werd dit allicht onderstaande situatie:

  • Post 1 allicht nog altijd de verkenners van de 15e Linie aangevuld met een T13. deze zouden allicht heel binnenkort afgelost dienen te worden door een peloton van de 11e Linie.
  • Post 2 werd ondertussentussel allicht reeds afgelost en overgenomen door het Peloton Verkenners van de 6e Linie met een T13 tank.
  • Post 3 was allicht ook nog altijd bezet door de verkenners van de 15e Linie en een T13 tank en diende eveneens afgelost te worden door een Peloton van de 11e Linie.

10:00

Bruggenhoofd Gent - Eke. Ter hoogte van de achterliniebunkers langs de huidige Oude Steenweg te Eke stelt zich de 2e batterij van de 1e Artillerie op tussen een rij knotwilgen op de wijk Dries. Hun coimmando wordt gevestigd in een hoeve kortbij hun stelling. Kort daarna volgt een eerste munitielevering.

11:00

Aan de Dender - Erembodegem. Rond dit uur stoten de Duitsers door over de Dender te Erembodegem. De infanteristen van de Duitse 26e Infanterieregiment weten er wegens gebrek aan een intacte brug of noodbrug, de Dender te kruisen, gebruik makend van rubberboten. Dit gebeurt aan de noordkant van de Hogeweg. Dit Duitse 26e IR zal doortrekken richting Petegem aan de Schelde. Zij worden vrij kort op de voet gevolgd worden door de rest van de 30e Infanteriedivisie

Hierdoor dreigden ook de Ardeense Jagers volledig omsingeld te geraken te Aalst. Zij zullen vrij kort nadien ook hun stellingen aan de Dender dienen te verlaten.

Duitsers steken met rubberboten de Dender over in de richting van het centrum van Erembodegem. De Denderoever zit hier aan de overzijde goed verstoken tussen het groen. (Foto links: Boek Mei 1940 - Peter Taghon - Foto rechts: Google streetview 2022)

De Duitse infanteristen die eerst in Erembodegem vrij vlot de Dender hadden kunnen oversteken, namen vrij snel daarna hun intrek in het schoolgebouw en de kerk van Erembodegem. De Britse en / of Belgische artillerie (onduidelijk) weet hen daar nog te vinden met een voltreffer op de kerk van Erembodegem. Er vallen enkele gewonden en de kerk brandt volledig uit.

Deze foto werd genomen kort na de beschieting van het centrum van Erembodem op 18-5-1940. Je ziet nog duidelijk de rook optrekken in het centrum. Als herkenningspunt duidelijk zichtbaar het oorlogsmonument van Erembodegem. De kerk zelf werd hierbij getroffen en ging volledig in de vlammen op. (Oude foto: Replica - Recente foto: Google streetview)
De Duitse 26e Infanteriedivisie gespot aan de kerk van Erembodegem. (Foto links: Boek Mei 1940 - Peter Taghon - Foto rechts: Replica)

Gezien de kerk van Erembodegem na deze projectielinslag volledig uitbrandde, verklaart dit ook waarom de huidige kerk een vrij afwijkend uitzicht heeft vergeleken met vroegere foto's. (Foto links: Replica - Foto rechts: Google Streetview 2022)

Aan de Dender - Aalst. De Duitsers weten daarna vrij snel door te breken langs Belgische kant van de Dender tot de stad Aalst zelf die ze zwaar beschadigd maar onverdedigd terugvinden.

Er is veel schade aan industriegedeeltes die al zwaar aangevallen waren rond 10 mei 1940 maar ook algemeen rond de bruggen over de Dender die de dag voordien allen waren opgeblazen. Daarnaast hebben de Ardeense Jagers toch bij hun vertrek ook nog eerder al zwaar beschadigde industriepanden bijkomend in brand gestoken om het vlot doortrekken van de Duitsers nog verder te verstoren.

Of dit echt last heeft bezorgd aan de Duitsers valt sterk te betwijfelen. Dergelijke branden zijn er zeker bijkomend geweest nabij de Zeebergbrug waar zowel de Fabriek Callebaut als de Fabriek De Naeyer volledig verder uitbranden.

Rechts: Uitgebrande fabriek De Naeyer - (Collectie De Naeyer)

De Duitsers trekken dan ook vrij snel door tot aan de Markt van Aalst waar ze worden opgewacht door de Burgemeester van Aalst (bevreesd voor revanche voor de Belgische geleverde weerstand), de politiecommissaris en enkele andere hooggeplaatsten.

De Duitsers die de stad inpalmen gedragen zich echter en laten zelfs toe dat de brandweer zijn bluswerkzaamheden verder zet in de stad. Voor Aalst is dus het oorlogsgeweld voorlopig voorbij al betaalde het voor de 8 vorige dagen een zeer zware tol aan schade en doden..

Rechts: Duitsers regelen de orde op het Werfplein na de Duitse inname van de stad (Foto: Collectie De Paepe)

Bovenstaande foto is ook in de Molenstraat al is dat al heel wat moeilijker om nog te plaatsen. Nochtans is het balkon op het platte dak nog identiek. (Foto links: Collectie Dirk Meert - rechts: Google Streetview)

In eerste instantie zullen er eerst enkel Duitse soldaten en licht materieel opduiken omdat er voorlopig nergens nog intacte bruggen over de Dender zijn. Voor het zwaardere materiaal (in die mate dat het er al was), was het wachten om de eerste noodbruggen van Duitse kant zouden klaar zijn om de Dender te kunnen kruisen..

Aan de Dender - Teralfene. Doordat de Britten vroeger dan de Belgen hadden gehoopt doortrokken op de Bovenschelde kwam hier de Dender zonder veel weerstand in Duitse handen. Er werd dan ook vrij vlot en op korte termijn massaal door Duitse troepen overgestoken en doorgetrokken richting Schelde.
Aan de Dender, Teralfene. de Daalstraat ligt in het verlengde van de Callebautstraat, die uitkomt op het sas. Via deze weg bestaan er wel wat foto's van Duitse soldaten in eerste instantie op weg naar een oversteekplaats met rubberboten ter hoogte van de opgeblazen spoorwegbrug over de Dender. Er kwam nog een tweede dergelijke oversteekplaats met rubberboten aan de opgeblazen wegbrug over de Dender. Daarna kwam er een noodbrug op pontons ter hoogte van de spoorwegbrug langs de Kaaistraat. (Oude foto: My Heritage - Actuele Foto: Google Streetview)

Duitse soldaten proberen vanaf het Sas te Teralfene naar de oversteekplaats door te trekken die zich iets verder bevond bij de opgeblazen spoorwegbrug. De terugblik toont heden ook nog altijd enkele gelijkenissen zoals de woning links op de foto met de dakkapel. (Foto rechts: My Heritage - Linkssonder: Replica)

Duitsers proberen met een veer gevormd door een rubberboot, langs een touw gespannen over de Dender, nabij de opgeblazen spoorwegbrug over de Dender te Teralfene te geraken. Op deze locatie zou nog later een vlottenbrug gelegd worden. Ook de spoorwegbrug zelf werd opgeblazen zoals op onderstaande foto te zien. De ganse Dender bleef zoals hier te zien onbevaarbaar door het vele puin, over. (Foto onder: Replica - Llinksonder: Collectie Peter Taghon)

Een tweede vlottenbrug werd geplaatst kortbij de opgeblazen wegbrug van de Callebautstraat. Op de achtergrond ziet u bovenstaande opgeblazen spoorwegbrug liggen. (Foto links: Boek Mei 1940 - Peter Taghon - Foto rechts: Google Streetview 2022)
Nog een zeer mooi zicht op de wel zwaar opgeblazen brug over de Dender te Teralfene. Op de achtergrond de respectievelijke spoorwegbrug waar heel wat Britse pantsers enkele dagen voordien werden achtergelaten. (Foto: Collectie Jan Van Liedekerke)
Hierbij 2 oude foto's van hoe met rubberboten ook nog Duitsers werden overgestoken aan de opgeblazen brug te Teralfene.Het gebouw links over de brug is heden nog te herkennen. het vroegere betonnen gebouw rechts is ondertussen vervangen door een modernere industriebouw. (Oude foto's: Boeken Mei 1940 - Peter Taghon - Actuele zichten: Google Streetview 2022)

Dit is een foto van de latere noodbrug (allicht reeds 19 of 20 mei 1940) over de Dender. Deze lag in het verlengde van de Kaaistraat en zeker niet ter hoogte van de Callebautstraat. Dit verklaart waarom de brug zo dicht tegen de Dender lag, wat nooit kan kloppen met de Callebautstraat. (Foto: Boek Mei 1940 - Peter Taghon - Foto's onder: Google Streetview)

Aan de Dender - Gijzegem. Er volgen nieuwe Duitse pogingen de Dender over te steken in de buurt van Gijzegem.

Duitse troepen van MG-bataljon 6 maken zich klaar om met rubberboten de Dender over te steken tussen Aalst en Dendermonde (Foto: Peter Taghon)

Bruggenhoofd Gent - Melle. Het 1e Bataljon van de 28e Linie dat eerst opdracht kreeg nog verder achteruit te trekken om als divisiereserve te dienen, wordt nu uiteindelijk toch in de frontzone gehouden en doorgestuurd om steunpunten uit te bouwen in de zone van de 2e Infanteriedivisie. Hun 3e Compagnie werkt stellingen uit te Lemberge (wordt anti-tankcentrum), de 2e Compagnie doet gelijkaardige taken te Gontrode. De 1e Compagnie stelt zich op tussen beiden nabij een grote hoeve. De Commandopost van het 1e Bataljon wordt gevestigd in de huidige Mullemhoeve langs de Kalverhagestraat. De commando van hun regiment wordt opgesteld in het kasteel van Melle langs de Brusselsesteenweg.

Bruggenhoofd Gent - Gijzenzele. De bunkerstelling is volledig bezet. In de namiddag worden de bunkers voorzien van munitie, water en proviand. De huizen worden voorzien van schietgaten. Hier en daar worden tussenmuren in huizen verwijderd om onderlinge contacten tussen de verschillende Belgische stellingen mogelijk te maken.

De Commandopost van de 6e Linie van Majoor Deprets wordt gevestigd in het dorp van Gijzenzele. Er is echter een totaal gebrek aan transmissiemiddelen zodat hij voorlopig enkel in direct contact stond met de commando van de 2e Divisie en hun 10e Compagnie die praktisch op stellingen lagen dwars over de Gijzenzelestraat.

Bruggenhoofd Gent - Voorposten te Oosterzele en Scheldewindeke. Allicht zal dit ook het tijdstip zijn waarop de voorposten deels nog bezet door de verkennersgroep van de 15e Linie afgelost zullen zijn door Pelotons van de 11e Linie. Wanneer deze overgang plaats vond, is in feite nergens duidelijk omschreven maar de wissel moet alvast rond dit tijdstip ergens plaats gevonden hebben.

11:30

Aan de Dender. Dendermonde tot Aalst. Bij de Ardeense Jagers wordt de opdracht gegeven algemeen terug te trekken om de verliezen te beperken, zeker nu Aalst zelf al gevallen is. Een volgende stelling wordt voorzien achter de Molenbeek vanaf Wichelen tot Ottergem. Deze nieuwe te verdedigen lijn zou dan zeker behouden moeten worden tot rond 20u.

Wanneer de Ardeense Jagers plots achteruittrekken in de richting van het Dorp van Wieze en de Dender wordt vrijgegeven, start praktisch gelijktijdig een nieuwe Duitse artilleriebeschieting gevolgd door een nieuwe Duitse poging de Dender te overbruggen met rubberboten. Van Duitse kant is men overtuigd dat de artilleriebeschieting de Belgen heeft verjaagd en al plots worden heel wat rubberboten te water gelaten en wordt een bruggenhoofd aan de overzijde van de Dender gevormd. Al vrij snel worden een aantal gewonde Ardeense Jagers gevangen genomen die gevonden worden in posities waar ook meestal nog gesneuvelde Jagers te vinden zijn. Men probeert nog te vergeefs de achtervolging in te zetten op de Ardeense Jagers maar dit wordt vrij snel gestaakt. Te Gijzegem wordt alvast snel gestart met het bouwen van een Dutise noodbrug.

De Ardeense Jagers proberen heelhuids weg te komen en spoeden zich naar hun volgende te verdedigen grenslijn. Dit wordt een lijn gevormd door de Molenbeek tussen Ottergem en Schellebelle waar deze in de Schelde uitmondt. De opdracht voor de Ardeense Jagers luidt die stelling te behouden tot 19 uur.

Te Denderbelle ter hoogte van het kruispunt van Denderstraat met Visstraat en Steenkouterbaan, worden nog 2 achtergebleven Belgische soldaten afgevoerd als krijgsgevangenen. (Oude Foto: Peter Taghon)

Ook wordt er al snel om het verdere doortrekken van de Duitsers te vereenvoudigen begonnen met het optrekken van een noodbrug ter hoogte van de eerder opgeblazen Sint Annabrug.

(Foto: Replica)

Links nog een zicht op het optrekken van een eerste noodbrug om alvast tijdelijk de vernielde Sint Annabrug te vervangen aan het Werfplein. We zien op de achtergrond de dubbele brug waar eerder de Duitse pantserwagen werd uitgeschakeld. (Foto links: Collectie De Veirman - Foto rechts: Google streetview)

Rond hetzelfde tijdstip start allicht ook de bouw van een zeer beperkte noodbrug ter hoogte van het Sas te Aalst zijn begonnen. Allicht was dat uiteindelijk de eerst afgewerkte noodbrug over de Dender te Aalst.

14:00

Aan de Schelde - Zwijndrecht. Belgische eenheden van de 3e Lansiers pogen met voor het Belgisch leger vrij zware middelen zoals enkele T13 tankjagers, enkele T15-pantserwagens en 2 Renault ACG-tanks de Duitsers te verdrijven uit het centrum van Zwijnaarde dat ze hadden weten in te nemen via infiltraties doorheen de voetgangerstunnel onder de Schelde. Dit lukt echter niet omdat de Duitsers ook het voor hen vrij veilige fort van Broechem weten in te palmen. Men krijgt de door de tunnel geraakte Duitsers niet meer terug verdreven richting tunnel.

Bruggenhoofd Gent - Melsen. Pas rond dit uur kan het 2e Bataljon van de 7e Linie de twee bunkers, door hen bezet in Melsen, overlaten aan de laatste daar aankomende Jagers te Voet. Ondanks de vermoeidheid nemen de Jagers te Voet de voorzorg wachtposten op te stellen, o.a. te Scheldewindeke op het kruispunt "Het Heet", en te Baaigem aan de herberg "het Hert". "Het Heet" was een dubbel kruispunt van wegels beiden heden als "Heet"bestempeld met de Gaversesteenweg. Het kruispunt lag dan ook aan de zuidkant voor de voorlinie van Bruggenhoofd Gent ter hoogte van Asselkouter (oostkant van Muntekouter). Het kruispunt "het Hert" te Baaigem is het kruispunt gevormd door de Hundelgemsesteenweg met de Baaigemstraat. Dit lag dus zuidelijk van de hoofdweg door het Weerstandsnest Muntekouter op de Hundelgemsesteenweg, enkele honderden meters voor de zware bunker tegen directe doorbraak, Mu9.

Ook in de buurt van Semmerzake worden posten uitgezet alleen heb ik op het moment daar geen weet van de exacte lokatie.Vermoedelijk zijn deze eerder te zoeken in de directe nabijheid van de Scheldebrug te Gavere (die op dat moment nog niet is opgeblazen).

Lede. Bij het terugtrekken vanaf de Dender worden Ardeense Jagers bij hun terugtocht tot achter de Molenbeek tussen Wichelen en Ottergem vaak zo kort op de hielen gezeten dat ze soms nog amper zelf weg geraakten uit reeds door de Duitsers ingenomen gebied. Op die wijze werd nabij Lede een Duitse mitrailleurpost uitgeschakeld door een Peloton Ardeense Jagers. Hierbij werd 1 Belgische soldaat gewond en een andere Sergeant Albert Philippe tot 2 maal toe door een kogel getroffen. Hij bleef echter zijn eigen mitrailleur bedienen tot bij aankomst van het Peloton op de afgesproken bestemming te Lede. Van hieruit werd hij doorgevoerd naar een Gents hospitaal waar hij de dag nadien zou overlijden aan zijn verwondingen.

14:30

Sint Lievens Houtem. De eerste berichten komen binnen dat te Sint-Lievens-Houtem vier Duitse tanks vorderen. Veiligheidshalve worden twee verkenningspatrouilles uitgestuurd ten oosten van de weg Oosterzele-Wetteren. Er kunnen echter geen tanks gevonden of gespot worden.

Schuttersput

15:00

Kwatrecht. Tot dit uur kregen de soldaten van de 5e Linie de tijd om hun stellingen in te richten en het hoogdringendste veldwerk te verrichten. Dit was mogelijk omdat de Ardeense Jagers tot dan bescherming konden bieden tijdens de werkzaamheden.

(Links: Belgische schuttersput - Foto Replica)

 

De 5e Linie richt in eerste instantie een aantal commandobunkertjes in. Dit waren in dit geval de bunker C17 (de schaapstalbunker naast de oprit van de autosnelweg te Wetteren). Voor alle duidelijkheid, heden ligt deze centraal in een groot weiland, toen lag deze op de rand van een bos.

Een tweede bunker die werd ingericht als commandobunker was vermoedelijk de bunker Av16 (tegen spoorweg te Kwatrecht, heden aan de achterkant van een chemische bedrijf Superfos langs het fietspad).

Er worden na het vertrek van de Ardeense jagers, voorposten uitgestuurd om niet opnieuw verrast te worden zoals in Humbeek gebeurde, 2 dagen voordien.

Gegraven Belgische stellingen langs de weg. In de loopgraaf zie je vooraan een opgestelde mortier. (Foto: Replica)

De 5e Linie had er een front te verdelen van 1200 à 1400 meter tussen Gijzenzele en de Schelde.

Drie sterk uitgedunde bataljons van de 5e Linie bezetten deze zone.

Verdekt opgesteld 47mm kanon in loopgraaf met camouflagenetten

Deze 3 bataljons worden in lijnen opgesteld, een eerste lijn waar telkens twee fuselierscompagnieën opgesteld worden en een 2e lijn met nog eens één compagnie. Hiertussen worden nog eens van het 4e Bataljon drie mortierpelotons, drie pelotons C47mm-kanonnen en drie pelotons mitrailleurs, opgesteld.

Verdekt opgesteld 47mm kanon in loopgraaf (Foto: collectie legermuseum)

Tussen de bunkers B46 en D23 wordt een compagnie mitrailleurs opgesteld ter verdediging van de Schelde.

Bij de 5e Linie is er algemeen gebrek aan bewapening, munitie, radiomateriaal en voedsel.

14:50

Aan de Schelde - Schoonaarde. Een groep van de 2e Grenadiers is uitgestuurd naar hier om te verhinderen dat de Duitsers te Schoonaarde zouden de Schelde oversteken over de nog steeds bestaande brug. Even later gaat ook deze Scheldebrug de lucht in waardoor er geen intacte bruggen op de Schelde meer waren vanaf Antwerpen komende tot het Bruggenhoofd Gent. Voorlopig waren achter het bruggenhoofd Gent de bruggen wel nog intact, meer specifiek waren dit deze van Zwijnaarde (zowel de wegbrug als de trambrug), Eke en Gavere. Deze groep Grenadiers trekt daarna terug in de richting van Stekene om de rest van zijn eenheid te vervoegen.

15:00

Aalst. De grote massa van de Duitse troepen bevond zich op dit moment op ongeveer 4 kilometer van de stad zelf verwijderd. De stad op zich was ondertussen wel reeds ingenomen door Duitse verkenningseenheden.

15:45

Bruggenhoofd Gent - Zwijnaarde. Dicht bij het commandohoofdkwartier, wordt in de Heirweg 73 een duivenhok opgeëist. Er worden telkens twee duiven meegegeven naar de opgestelde voorposten zodat deze in contact kunnen blijven met het commando.

16:00

Aan de Molenbeek. Om de laatste verdedigingsstelling achter de Molenbeek iets te vergemakkelijken, worden ook hier nog een aantal bruggen van wegen over deze molenbeek opgeblazen om de achtervolgende Duitse troepen te vertragen. Dit is alvast het geval te Impe (huidige Ledestraat - Overimpestraat) - Erondegem (Kuilstraat) - Bambrugge (Oudenaardsesteenweg) en Oombergen (allicht opnieuw Oudenaardsesteenweg maar zeker niet meer dezelfde Molenbeek).

Ondertussen rukt reeds het 3e Bat van de Duitse 192 IR onder leiding van Oberst. Wolff, verder op via de weg van Dendermonde naar Wetteren. In de buurt van de Molenbeek (gekend als Brugsken te Wichelen aan het huidige waterzuiveringstation op de Dendermondsesteenweg) stoten zij op hevig verweer van Ardeense Jagers, opgesteld achter de Molenbeek. De Duitse groep bestond uit drie gepantserde verkenningsvoertuigen, bewapend met machinegeweren, motorrijders en fietsers. Er wordt een Duitse verkenningswagen met mitrailleur buiten strijd gesteld. De brug over diezelfde Molenbeek op de Dendermondsesteenweg wordt pas opgeblazen voor de ogen van de eerste Duitsers en de twee resterende pantserwagens, die op dat moment op enkele honderden meters waren genaderd. Terwijl de rest van de Ardeense Jagers zich probeert veilig terug te trekken weet een groepje, bestaande uit de sergeanten Dony en Poncin en twee soldaten Cuvellier en Bellin zich in een schutterskuil op te stellen. Met zijn vieren weten zij de Duitsers meer dan een uur tegen te houden. Mitrailleurkogels en granaatscherven bestempelen echter hun lot. Soldaat Bellin sneuvelt als eerste aan 2 kogels in het hoofd en nog één in de buikstreek. Kort nadien in zijn lot gevolgd door soldaat Cuvellier die 2 kogels in het hoofd krijgt, 1 in de buik, 1 in de dij en nog 1 in de voet. Als een klein uur later de schuttersput eindelijk wordt bereikt door de eerste Duitsers vinden ze daar de 2 Sergeanten Dony en Poncin zwaar gewond in terug. Sergeant Dony zit nog achter de MG met een been dat er zo goed als volledig is afgeschoten door vijandelijke mitrailleurkogels. Sergeant Poncin ligt eveneens in de put met de beide longen door kogels doorboort. De laatste 2 zullen beiden hun verwondingen overleven.

16:30

Wanzele. Het 3e Bataljon van het Duitse 192e IR probeert ondertussen via derderangswegen parallel met de steenweg op te rukken doorheen de dorpskern van Wanzele. Deze eenheid is dringend aan rust toe en neemt zijn rustkantonnement in het dorp nabij de wijk Boeygem (Oostelijk van Bruinbeke). Men probeert naar achterop gelegen eenheden via motorestafettes door te geven waar hun huidige commandopost zich bevindt maar een eerste estafette komt onverrichter zake terug omdat hij niet meer bij de achterlijnen geraakt en de twee daarna nog uitgestuurde estafettes komen zelfs totaal niet meer terug en worden beiden als vermist opgegeven.

Kort nadat deze Duitste troepen zich hier vestigden, duikt er iets zuidelijker nabij de dorpkern van Wanzele een Belgische verkenningseenheid op van motorrijders van het 3e Bat van de 1e Ardeense Jagers. De Belgische motorrijders weten te ontkomen uit een Duitse omsingeling door de hulp van een hen vergezellende Belgische T13-tank. De T13 tank vuurt als een bezetene rondom zich en slaagt er bij zijn vertrek uit het dorp nog in een Duitse bevoorradingswagen op te blazen. Daarna weet hij met hevig machinegeweervuur de dorpskom te ontruimen van Duitsers. Aan Duitse kant vallen er acht doden en twintig gewonden. Zowel de T13 als de Belgische motoren weten het dorp veilig te verlaten. (allicht moet ook dit aantal doden en gewonden wel met een korrel zout genomen worden omdat ze voorlopig zeker niet specifiek aan deze actie gekoppeld terug te vinden zijn in gekende gesneuveldenlijsten). Het verhaal doet eigenlijk ook de ronde dat deze T13 tank, dezelfde zou zijn die nog dezelfde dag in Aalst aan de opgeblazen Sint Annabrug een verkenningswagen uitschakelde.

Bruggenhoofd Gent - Regio Oosterzele - Munte. De Staf van de 4e Genie deelt zijn opdrachten uit voor het dringend aanleggen van een aantal mijnenvelden in deze regio. Er zullen met spoed 2x 4 mijnenvelden gelegd worden voor de eerste Duitsers echt operationeel worden in de zone.Dit gebeurt niet enkel langs de grootste hoofdwegen maar ook langs parallelle tweederangswegen. Er zouden later aan Duitse kant verschillende doden vallen en materiaal verloren gaan door deze mijnenvelden. Ook de Belgische troepen zouden er echter niet altijd gespaard blijven en in hun eigen gelegde mijnenvelden belanden.

kaart met mijnenvelden aangelegd door 4e Genie in de regio van Oosterzele tijdens 18 daagse veldtocht

Kaartje met de door de 4e Genie aangelegde mijnenvelden tijdens de achttiendaagse veldtocht in de regio van Oosterzele - (kaartje: Collectie de Muntenaar).

Dit zijn de mijnenvelden op bovenstaand kaartje terug te vinden:

  • Oosterzele - Hoek ter Hulst nabij bunker A32 aan de toenmalige overgang van de verdwenen tramlijn.
  • Oosterzele - Dorp (IIb) ter hoogte van het klooster .
  • Oosterzele - Keiberg (IIa) voorbij Groenweg komende van het centrum.
  • Scheldewindeke - Van Thorenburghlaan juist voor de vooruitgeschoven bunkers Av7 - Av8 en Av9
  • Scheldewindeke - Spiegel (Ib) .
  • Oosterzele - Oude Heirbaan (Ia), nabij Hettingen
  • Oosterzele - Pastoor De Vosstraat (IIc)
  • Moortsele - Kasteelstraat komende van Rattenpas
  • Moortsele - Rattenpas komende van de bunker A26 voorbij Kasteelstraat
  • Scheldewindeke - Peperstraat (Id) in verlengde Drooghout
  • Scheldewindeke - Peperstraat (Ic) in de richting van de Stationsstraat

De nota met mijnenvelden bevat expliciet de uitleg dat eigen T13 tanks ter hoogte van waar mijnenvelden worden gelegd, langs de weg in de velden moeten rijden en zeker niet over de ondermijde weg zelf.

17:00

Algemeen bij Duitse 56 ID. Deze eenheid wordt op dat moment overgedragen naar het Duitste 18e Leger. Deze 56e ID was een eenheid van de Zweite Welle. Je kant dit wat bekijken als een eerste ontdubbelingseenheid bij het Belgisch Leger. Ze beschikte hierdoor over nog wel degelijk materiaal maar door de band toch wel niet de eerste keuze. Zijn basiseenheid, de 30e ID behoorde tot de Erste Welle en was te beschouwen als een Duitse elite eenheid met beste wapens en middelen. Hierdoor kreeg deze ook veel meer middelen toegewezen die deel uitmaakten van die Legergroep en ter beschikking stonden van de globale legergroep. Door deze overdracht zal de 56e ID vanaf dat moment veel meer artilleriesteun toegewezen krijgen dan voorheen maar dit maal niet van het 6e Leger maar van het 18e. Zo wordt er al bijkomend vanaf dit ogenblik extra Artilleriesteun verkregen van 3 zware Artillerie-eenheden en een Artilleriewaarnemingseenheid. Ook de toevoeging als MG-battallion 6 is te koppelen aan deze overgang.

Dendermonde. De stad is volledig in Duitse handen en wordt vrij van geallieerde troepen verklaard. De stad zou volgens inwoners het laatst verdedigd geweest zijn door Franse troepen maar in praktijk waren dit de 2e Jagers te Paard, een gemotoriseerde Belgische eenheid.

Te Dendermonde wordt bij het vrijgeven van de Dender aan de Onze Lieve Vrouwekerk het commando van de Duitse verkennersgroep Aufklärungs Abteilung 25 (AA25) gespot. Op deze foto zie je Oberst E. Rodt staan naast een dienstwagen tussen de vrachtwagens. Ook deze locatie is trouwens aan deze kerk nog amper terug te vinden en te herkennen omdat net hier blijkbaar een deel is bijgebouwd met rode baksteen. Het past letterlijk als een tang op een varken. (Oude Foto: Peter Taghon)

Op deze foto, eveneens te Dendermonde te plaatsen, zie je de achterzijde van de heden nog bestaande oude Kazerne aan de Noordlaan. We zien er bij elkaar gebrachte Belgische krijgsgevangenen, wachtende om afgevoerd te worden. (Oude Foto: Replica)

Regio aansluitend op TPG. Er worden her en der belangrijke verkeersslagaders opgeblazen om de Duitse opmars af te remmen. Dit gebeurt te Impe, Bambrugge en op de Geraardsbergsesteenweg te Oombergen. Te Erondegem wordt de brug over de Molenbeek op de grote steenweg opgeblazen.

Bruggenhoofd Gent - Oosterzele - Scheldewindeke. Te Lemberge verlaat de ploeg van de 4e Genie van Adjudant Brauns zijn kantonnement om nog een aantal vernielingsopdrachten uit te voeren in de regio Oosterzele en Scheldewindeke. Te Oosterzele worden er 10 mijnen geplaatst aan het vredegerecht (IIa) (huidige gemeentehuis) en 12 aan de kostschool - klooster (Ia). Daarnaast werden nog eens 10 mijnen gelegd op Scheldewindeke achter de kerk richting Balegem op de Pastoor De Vosstraat (IIc) en nog eens 10 mijnen op de Van Thorenburglaan (IId) iets zuidelijker van de bunker Av8.

Bruggenhoofd Gent - Moortsele - Rattepas. In deze zeer landelijke en verlaten zone worden door de 4e Genie niet minder dan 100 mijnen geplaatst in veelal zeer summiere 3e rangs onverharde wegen. Deze worden verspreid over 4 mijnenvelden. Merkwaardig genoeg werd dit vooraf niet gecorrespondeerd met Commandant Rousseaux die net daar te Rattepas de 3 bunkers bezet met inbegrip van een aantal schuttersputten. Hij dient zelfs vast te stellen dat de zware vrachtwagen zich heeft vastgereden op de rand van de slechte weg van Rattepas in een bestaande schuttersput van zijn troepen die gelukkig net op tijd een verplettering wisten te voorkomen.

1 van deze mijnen in de buurt van Rattepas zal na de gevechten aan Bruggenhoofd Gent het leven kosten aan de landbouwer De Raeve die op de hoeve beneden Rattepas woonde en met zijn kar en paard op een dergelijke achtergelaten mijn zal rijden. Hij zal de klap niet overleven.

18:20

Aan de Schelde - Zwijndrecht en Broechem. De Belgische eenheden krijgen de opdracht geleidelijk aan Zwijndrecht te laten voor wat het was. Ze dienden zich terug te trekken op Zelzate en in eerste instantie zich oostelijk hiervan proberen in te graven om de verdediging van het kanaal Gent-Terneuzen niet al te vroeg te laten losbarsten.

Rechts: Een van de 2 Renault ACG tanks werd uitgeschakeld met een Duitse PAK36 waarna hij in brand schoot. Onder: Een bij deze actie gebruikte T15 kwam hopeloos vast te zitten in een gracht. Toen men diende terug te trekken, stak de bemanning op de duur het voertuig in brand om hergebruik onmogelijk te maken. (Foto's Boeken Mei 1940 - Peter Taghon)

19:00

De Ardeense Jagers krijgen opdracht zich opnieuw terug te trekken tot op de lijn gevormd door de Oostgrens van Wetteren, Massemen, Westrem en Oosterzele. Dit moet ongeveer de lijn zijn die gevormd wordt door de verschillende bestaande voorposten met elkaar te verbinden. Deze lijn dient ten allen tijde behouden te blijven tot 23 uur. Tevens krijgen de drie Regimenten Ardeense Jagers hun posities door die zij na hun terugtocht door het bruggenhoofd zullen innemen op de westelijke Schelde-oever. Dit geeft hen tevens de mogelijkheid te hergroeperen en te reorganiseren.

19:05

Bruggenhoofd Gent - Voorpost ter hoogte van de Pelgrim. Deze voorpost is op dat moment nog bezet door de verkenners van de 15e Linie. Deze zetten meteen in de nabijheid van de genisten van Adjudant Gerard wachtposten uit voor het leggen te vergemakkelijken.

Een eerste mijnenveld (Ia) van 12 mijnen wordt ingegraven op de "Oude Heerbaan" nabij Hettingen en Hoeksken.

20:00

Aan de Molenbeek. De Ardeense Jagers beginnen met zich nogmaals een tweede keer te verleggen, steeds dichterbij Bruggenhoofd Gent. Ditmaal is de nog te behouden lijn gevormd door de Oostkant van Wetteren en de Maalbroekbeek. Door de hevige contacten aan de Molenbeek te Wichelen, blijken de Duitsers echter de terugtrekkende Ardeense Jagers voorlopig niet meer te volgen.

Bij dit verleggen naar een laaste nieuwe te verdedigen lijn, wordt ook de commandopost van de Ardeense Jagers verlegd van Oordegem naar Bottelare.

Er wordt nog een laatste tot 23u te verdedigen vertragingslijn voorzien door de 1e Ardeense Jagers. Deze ligt op de lijn gevormd door de westkant van Oosterzele - Westrem en Massemen.

De Duitsers zullen vrij kort op hun nieuwe stellingname proberen het terrein tot aan de Molenbeek, beginnend vanaf Ottergem, Erondegem tot Schellebelle en Wichelen (nu bezet door Ardeense Jagers) verder in handen te krijgen. Ook deze stellingen werden ondertussen door de Ardeense Jagers geleidelijk aan verlaten, zeker al in de buurt van Wichelen.

Bruggenhoofd Gent - Gijzenzele. Een gevechtseenheid van de 9e Compagnie van de 6e Linie stelt zich op aan de bunker Av11 aan het Klein Bos. Een andere gevechtseenheid stelt zich op aan de rand van het gebied dat wordt verdedigd door de 5e Linie, allicht nabij de bunker Av12.

Twee gevechtsgroepen van het Eskadron Wielrijders van de 2e ID moeten zich opstellen in de buurt van de twee voorposten maar stellen zich verkeerdelijk op in de buurt van de Meerstraat (voor Weerstandsnest Betsberg).

Bruggenhoofd Gent - Kwatrecht en Gijzenzele. De scheidingslijn tussen de 5e en de 6e Linie loopt vanaf de Schoolstraat over de Langestraat, Bosstraat zo naar de Geraardsbergsesteenweg te Gontrode. De Bunkers A38 (in de Schoolstraat) en D17 (in de Langestraat) werden bemand door de 5e Linie. Te Gijzenzele zit in eerste lijn het 3e Bataljon van de 6e Linie, te Kwatrecht eveneens het 3e Bataljon van de 5e Linie. In steun in 2e lijn bevindt zich het 28e Linieregiment.

De Duitse troepen krijgen de volgende opdrachten van hun oversten.

  • Verkenningsgroep AA25 moet via Westrem naar de Scheldebruggen te Zwijnaarde en Eke proberen doorbreken om zo naar Deinze zien te geraken.
  • Het 192 IR moet via Wichelen, Lede en Erpe over Westrem doorstoten naar Gent.

De Ardeense Jagers wachten de definitieve Duitse aanval op de stellingen aan de Molenbeek niet af. Ze trekken zich opnieuw stillaan terug in de richting van Bruggenhoofd Gent. Ze stellen zich nog een laatste maal op achter de Maalbosbeek in Wetteren om die positie te behouden tot 23 uur. Dan mag immers Bruggenhoofd Gent vrijgegeven worden.

Bruggenhoofd Gent - nabij de Pelgrim aan de Spiegel. Ook hier wordt een vrij groot mijnenveld (Ib) aangelegd door de 4e Genie van Adjudant Gerard. Helaas vreest de adjudant die de mijnenleggers dient te coördineren dat dit een zeer gevaarlijke situatie wordt voor de Ardeense Jagers die hier zeker nog zullen langskomen bij hun terugtrekken op Bruggenhoofd Gent binnen enkele uren. Om geen onnodige slachtoffers te maken bij de eigen troepen rijdt de bevelhebber van de genie mee met een motorrijder om de bevelhebber van de Ardeense Jagers op de hoogte te stellen van deze nieuwe mijnenvelden. Er wordt afgesproken het mijnenveld te leggen maar een onbewerkte zone van 4 meter vrij te laten om passage van wie het weet, mogelijk te houden. In totaal worden hier 9 mijnen gelegd in 3 rijen van 3.

20:30

Aan de Dender - Gijzegem. De Duitse noodbrug aan de Dender is klaar voor gebruik. Massaal begint de overtocht van zwaarder Duits materiaal over de Dender.

Ook de rest van het Duitse 192e IR steekt te Gijzegem de Dender over. Ze zetten nu hun tocht richting Bruggenhoofd Gent verder. Het Duitse 192e IR besluit zijn Staf, 1e en 2e Bat te laten kantonneren in de buurt van Wichelen. De rest van het 192e IR is letterlijk na de gebeurtenissen te Wanzele het spoor van het 3e Bat van het 192e IR en zijn commandant Wolff kwijt. Meerdere uitgestuurde motorestafettes komen terug zonder contact hebben te hebben gemaakt. Er komen zelfs 2 estafettes totaal niet meer terug van hun verkenningstocht. Ze worden als vermist opgegeven.

Binnen de Duitse 56e ID is men zelfs eigenlijk het spoor van de volledige 192e IR kwijt.

Aan de Dender - Denderbelle. Hier werd al vrij snel nadat de Belgische verdediging er was opgegeven, een noodbrug aangelegd aan het bij het doortrekken vernielde sas van Denderbelle. Dit was zeer onvolledig vernield en alle schotbalken staken er zelfs nog in.

De eerste noodbrug die hier werd aangelegd, zal ook maar enkel bruikbaar geweest zijn voor voetvolk en eventueel wat fietsen. Het bestond letterlijk uit een overbrugging gebouwd van boomstammen en gerecupereerde balken. Het water van de Dender zelf ligt volledig tegen de schotbalken vol met de lading van een verderop in de Dender opgeblazen binnenschip. (Foto links: Boek Mei 1940 - Peter Taghon - Foto rechts: Google Streetview 2022)
Dit is dan opnieuw een vrij bekende foto die wel her en der al werd gepubliceerd. Probleem is dat deze locatie zowel aan Wieze als Lebbeke wordt gekoppeld, dichtbij de respectievelijke noodbrug. In praktijk is deze woning nog altijd terug te vinden maar ligt ze wel degelijk al aan de overzijde van de Dender te Gijzegem aan de Roland Monteynestraat.

Hier was toen ook de originele brug over de Dender die eveneens door de terugtrekkende Belgische troepen werd opgeblazen. Via deze weg kon men aansluiten op de Sasbaan aan de overzijde van de Dender. Ook hier werd opnieuw een tijdelijke noodbrug over de Dender opgericht om verder door te trekken op TPG .Alleen zal het zeker ook nog niet de eerste dag geweest zijn dat hier een brug verscheen ook geschikt voor zwaarder transport. De originele foto toont dan ook merkwaardig genoeg het commando van Auflärungs Abteilung 25 met onder andere Oberstleutnant Rodt. Waarom ze hier reeds staan te wachten aan de overzijde van de Dender is een raadsel. Allicht is hijzelf met zijn commandowagen via Dendermonde kunnen rondrijden en daar reeds over de Dender geraakt.

Aalst. Allicht zullen ook wel rond dit tijdstip de eerste noodbruggen te Aalst klaar geweest zijn. Dit waren zo goed als zeker eerst de noodbrug die werd gelegd over het oude Sas te Aalst en allicht kort daarna de noodbrug ter hoogte van de oude opgeblazen Sint Annabrug.

Deze foto toont de Frits De Wolfkaai, heden Leo Geeraerdtslaan. Op de achtergrond links zie je nog de vernielde Filaturegebouwen alsook de daar in de Dender opgeblazen spoorwegbrug. We zien hier doortrekkende Duitse Troepen van de 398e Infanterieregiment op deze kade. In de Dender liggen ook nog heel wat opgeblazen binnenschepen.

Bovenaan een zicht vanaf de Leo Geeraerdtslaan aan de overzijde van het huidige bedrijf Tereos. Hier was het vroegere sas van Aalst waarvan men nu nog atlijd restanten kan zien. Daaronder zie je letterlijk allicht een van de eerste lichtere noodbruggen over de Dender. Nog eens daaronder zie dezelfde noodbrug nog eens van de andere zijde. (Oude foto boven links en midden links: collectie Dirk Meert - onderaan links: Replica - rest Google Streetview)

Allicht vrij kort nadien zal ook de noodbrug, gebouwd op het staketsel van de opgeblazen Sint-Annabrug afgewerkt geraken. Deze zak wel voldaan hebben om ook zwaardere toestanden de Dender te laten kruisen.

De noodbrug werd hier dus letterlijk op het oude staketsel opgetrokken van de eerder opgeblazen brug. Op de achterkant opnieuw de zwaar en ondertussen bijkomend nog eens zwaar uitgebrande Filature du Canal.

(Foto boven: Collectie J.Gheysens - onder: Google Streetview)

Ook ter hoogte van de Zeebergbrug is een noodbrug aangelegd maar zeker niet de eerste dagen. De hier getoonde noodbrug werd op deze manier pas gefotografeerd rond 21 augustus 1940. (Oude Foto's: Collectie Wegen en Verkeer - rechts: Google Streetview)

Aan de Dender tegen de Franse Grens, Maffle. Rond dit moment wordt ook de eerste keer de Dender overgestoken door Duitse troepen van de Duitse 18e Infanteriedivisie te Maffle (tegen Ath). Deze weten daar zo goed als intact de brug over de Dender in handen te krijgen op de Fransen.

Duitse Genietroepen zijn de brug in Maffle nog aan het herstellen als de eerste troepen van het Duitse 54e Infanterieregiment de brug al gebruiken om door te stoten richting Schelde. (Oude Foto: Boek: Mei 1940 - Peter Taghon - Onder: Google Streetview)

20:30

Bruggenhoofd Gent - Oosterzele. Er komt een gemotoriseerde patrouille van de 2e cavaleriedivisie binnen bij de 15e Linie. Ze kunnen op het laatste nippertje verwittigd worden voor het gevaar van de aanwezige mijnen. De Duitsers zijn op dat moment aangekomen te Burst. In de verte klinkt zwaar artilleriegebulder uit oostelijke richting. Tevens ziet men rook van benzinedepots die in de vlammen opgaan langs het kanaal Gent-Terneuzen.

Bruggenhoofd Gent - Moortsele. Veiligheidshalve zet de commandant aan de bunker A26 aan het bosje van Rattepas, een achthonderd meter verder, ook nog een kleine luisterpost uit.

Bruggenhoofd Gent - Scheldewindeke. Soldaat Robert Van Steenberge, die zelf woonachtig was te Scheldewindeke op de Patattenhoek, was allicht geplaatst op de achterlijn ter hoogte van Bottelare want hij maakte deel uit van de 22e Artillerie die normaal gezien wel zal opgesteld gestaan hebben op de achterlijn. Zo dicht bij huis zijnde, moet hij hebben gedacht toch nog eens voor de hel kon losbarsten zijn thuis te bereiken. Per fiets moet hij ter hoogte van de Belgische bunker Av8 op de kop van de helling van de Van Thorenburghlaan te Scheldewindeke aangemaand zijn door ander Belgische soldaten in de buurt van de bunker het wachtwoord terug te roepen. Heeft hij dit wachtwoord niet geweten of heeft hij misschien in licht beschoten toestand (na familie en burenbezoekje...) iets verkeerds gedaan, in elk geval is er verschillende keren op hem geschoten, zo goed als zeker door Belgische soldaten. De soldaat werd in zijn onderbuik getroffen toen hij op de weg stond met de fiets tussen zijn benen. Hij overleed ter plaatse aan zijn verwondingen en werd in een tijdelijk veldgraf begraven. Hij ligt nog altijd begraven op het kerkhof van Scheldewindeke.

De bunker Av8 toont heel mooi hoe fraai de bunkertjes toch werden gecamoufleerd. Dit bunkertje was amper te onderscheiden van de kleine hoevetjes zoals er in de buurt wel meerdere te vinden zullen geweest zijn. (Oude Foto: Peter Taghon)

21:00

Aan de Dender - Gijzegem. De 3e Groep van het Duitse Artillerie Regiment 156 trekt de Dender over via de noodbrug die hier werd aangelegd. Zij zullen verder trekken in de richting van Lede om zo via Oordegem Bruggenhoofd Gent te benaderen. Dit was de eenheid waar hier hogerop reeds meerdere foto's van terug te vinden zijn en opgesteld waren achter de Dender te Denderbelle.

Bruggenhoofd Gent - Munte. De 2e Compagnie van het 5e Geniebataljon moet nog snel de vele dikke bomen omzagen die het schootsveld van de zware bunker Mu9 belemmeren aan de Hundelgemsesteenweg.

De bunker tegen directe doorbraak Mu9

Bruggenhoofd Gent - Moortsele en Munte. Er worden nog volop mijnen gelegd onder de hoofdwegen vrij kort voor het Bruggenhoofd. Dit is zo onder andere op de Ruspoel en de steile kasseiweg van de Asselkouter te Munte.

Bruggenhoofd Gent - Scheldewindeke - Peperstraat. Ook hier dient de 4e Genie van Adjudant Gerard een mijnenveld (Ic) aan te leggen op de splitsing van Peperstraat en Verbindingsweg (toen ook Peperstraat). De Adjudant van de Genie beslist echter dat het hier onmogelijk is op een degelijke manier mijnen te leggen en dit mijnenveld wordt uiteindelijk niet aangelegd. De hiervoor voorziene mijnen zullen nog tot eind mei 1940 ongebruikt tegen de gevel van een nabije woning blijven liggen.

Het 2e mijnenveld (Id) 400 m noordelijker juist voor het kruispunt van Peperstraat en Roosbroekstraat wordt wel degelijk gelegd nabij de daar aanwezige hoeve. Hier worden in totaal 18 mijnen gelegd in 3 rijen van 6 over de ganse breedte van de weg.

Bruggenhoofd Gent - Lemberge. De commandant van de 2e Artillerie vreest met hun huidige posities te Lemberge ten prooi te vallen van zwaar Duits tegenbatterijvuur. Bijkomend zou hij ook met de huidige opstelling niet in staat zijn als dit vanuit de richting van Laarne of Heusden zou komen, voldoende snel hierop te reageren. Die zone werd voorlopig ook maar verdedigd door enkele Cavaleriedetachementen. Hij beslist dan ook 2 van zijn batterijen die waren opgesteld noordelijk van de spoorlijn Brussel - Oostende, meer zuidelijk op te stellen verstoken achter de talud van diezelfde spoorlijn. Het terrein waar ze origineel opgesteld stonden zou in het latere verloop van de strijd letterlijk totaal omgeploegd worden door massale Duitse beschietingen.

22:00

Langs de Molenbeek - lijn Halfbunder - Erondegem - Ottergem. Hier komt het nog tot een laat treffen tussen een aantal Belgische motorrijders deel uitmakend van Ardeense Jagers en eenheden van de Duitse verkenningseenheid AA25. Te Ottergem geraakt een Duitse bevelhebber levensgevaarlijk gewond in een hevig Belgisch spervuur. Hij zal de dag nadien in het hospitaal te Tielt overlijden aan zijn opgelopen verwondingen. Tielt was op dat moment het Belgisch veldhospitaal in het achtergebied van de strijd. Er is sprake dat er bij dit incident 1 Duitser werd gevangen genomen. Mogelijks betreft dit de gewonde Duitse officier die toch moet meegenomen zijn door de Ardeense Jagers achter hun linies. Deze acties leiden er alvast toe dat de Duitse verkenningseenheid AA25 voorlopig voor die dag hun optocht uitstellen tot de de dag nadien.

Bruggenhoofd Gent - Bottelare. De ploeg van Adjudant Brauns rijdt zich te Bottelare eindeloos vast met zijn vrachtwagen van de 4e Genie om voorbij de daar aangelegde versprerringen te geraken van het Centre-Anti-Char daar ter plaatse aangelegd door de 11e Linie met allerhande landbouwvoertuigen en karren. Ze dienen deze letterlijk allen manueel te verplaatsen en verzetten om opnieuw weg te geraken richting Lemberge naar hun kantonnement.

22:20

Bruggenhoofd Gent - Scheldewindeke - Peperstraat. Ook dit mijnenveld is op dat moment afgewerkt. Er wordt door de aanwezige genietroepen teruggekeerd naar hun kantonnement (onbekende locatie) waar ze aankomen om 0u15.

23:00

Lede. Aankomst van de 3e Groep van het Duitse Artillerie Regiment 156

Bruggenhoofd Gent - Moortsele. Bij de 15e Linie beginnen Ardeense Jagers binnen te lopen die hun laatste vertragingsopdracht hebben voltooid, de vijand staat dus bijna voor hun neus. De Jagers hebben hun opdracht volbracht daar zij bruggenhoofd Gent niet mochten vrij geven tot dit uur. Zij beginnen nu ten volle aan hun terugtocht. Het 1e Regiment Ardeense Jagers zal via Wetteren doortrekken tot Zwijnaarde dorp. Het 2e Regiment trekt richting Zwijnaarde brug. Het 3e Regiment wordt te Semmerzake verwacht.

Ook bij de 1e Divisie Ardeense Jagers dringt zich herorganisatie op na deze vertragingsopdrachten. De verliezen bij de 1e Ardeense Jagers maken dat ze gehergroepeerd worden tot 2 bataljons in plaats van 3. De 2e en 3e Ardeense Jagers blijven opgebouwd uit 3 bataljons maar ontbreken ondertussen wel heel wat materiaal.

Aan Duitse zijde is men bij de generale staf van het 56e ID nog altijd het spoor bijster van de 192e IR van Oberst Wolff.

Het Duitse 192e IR zou deze dag binnen zijn 3e Bataljon 8 doden en 20 gewonden betreuren, allen gevallen bij een actie van een Belgische T13 tank te Wanzele-Bruinbeke.

Situatie op 19 mei 1940, 's avonds.

De Duitse doorbraak in Noord Frankrijk gaat gewoon verder. Alle Luikse forten van de oude gordel zijn ondertussen gevallen. De 3 oostelijk bijgebouwde forten houden nog stand. Te namen is ook het tweede noordelijke fort van Suarlée gevallen. Een confrontatie aan TPG lijkt nu wel heel dichtbij. (Schets: De Achttiendaagse veldtocht - Ministerie van Landsverdediging)

Aalst. Hier en daar zullen ook in de buurt van Aalst nog achtergebleven Belgische soldaten krijgsgevangen genomen worden. Soms waren dit Belgische troepen die niet tijdig over de Dender waren geraakt voor de bruggen werden opgeblazen.

Belgische krijgsgevangenen langs de Dender te Aalst, exacte locatie voorlopig nog niet kunnen plaatsen (Foto: Collectie Dirk Meert)

Het verlaten van Aalst liet ook Belgische verliezen zien. Zo konden op de terreinen van de spoorwegen onderstaande Belgische artilleriestukken, vergeten en achtergelaten teruggevonden worden. Mogelijks waren deze wel gesaboteerd tegen verder gebruik wat meestal wel gebeurde.

Foto: Collectie Dirk Meert

   

Aalst - tijdelijk Duits kerkhof langs de Leopoldlaan. Ter hoogte van de Leopoldlaan, werd alvast een tijdelijk Duits militair kerkhof aangelegd. Dit betroffen Duitse soldaten die gewond of dood werden binnengebracht tijdens de gevechten om Bruggenhoofd Gent. Dit hospitaal was het huidige Oud Hospitaal op de hoek van Leopoldlaan en Moorselbaan. Het kerkhof lag langs de Leopoldlaan maar valt helaas nu nog moeilijk exact te plaatsen.

De eeste foto toont het kerkhof nog in zijn ontstaansgeschiedenis en dateert van 24-5-1940. Het kerkhof is dan zeker nog niet op zijn volle grootte. De foto's daaronder tonen het kerkhof al enige tijd na de meidagen 40. Er zijn zeker op dat moment al meer graven en ze zijn ook al meer uitgewerkt in perkjes. Allicht dateren ze beiden van rond 1941. Voor de rechtse foto is dit zeker zo omdat het er achteraan opstaat. (Foto linksonder: Replica - Foto rechtsonder: Collectie Dirk Meert)

Af en toe duiken er ook wel detailfoto's op van specifieke graven hier op de Leopoldlaan. Hier alvast een aantal hiervan:

Rechts: Veldgraf Lt Piesser (Foto: Replica)

Onderaan 2 foto's van graven van soldaten van MG Battalion 6 die hier een eerste keer werden begraven. We zien alvast de veldgraven van Otto Ramming, Arno Hauptmann, Gerhard Kretzmar en Erich Bär. (Foto's Collectie Peter Taghon)

Toch zijn daarna alvast het merendeel nog eens herbegraven geweest op het verzamelkerkhof ter hoogte van Mariagaard te Kwatrecht. Ehrenfriedhof Kwatrecht. Nadat in 1949 dan ook dat kerkhof definitief werd ontruimd verhuisden de meesten allicht nog eens naar het Duitse WOII verzamelkerkhof van Lommel.

Specifieke extern gebruikte bronnen:

  • Een officieel overzicht van de gebeurtenissen 1939-1940 - Uitgegeven door Ministerie Buitenlandse zaken België te Londen in 1941
  • Mai 1940 - La Bataille de Belgique - M. Fouillien et J. Bouhon
  • Oorlogskroniek der stad Aalst - De tweede maal - A. Van Der Heyden (1976)
  • Mei 1940 ten zuiden van Gent - Jacques De Vos (1977)
  • Mei 1940 - De 18-daagse veldtocht - Peter Taghon (1989)
  • De geschiedenis van het 6e Linieregiment - VZW 6e Linie (1993)
  • Mei 1940 - De 18-daagse veldtocht in woord en beeld - Peter Taghon (2010)
Home Terug naar bovenkant pagina Vorige: 18 mei 1940 Volgende: 20 mei 1940