Origineel voorontwerp van deze bunker nog zonder details van het schietgat.
|
|
|
Origineel plannetje van deze bunker, inclusief details en het schietgat.
|
|
|
Doorsnede AB horende bij bovenstaand grondplannetje.
|
|
|
Doorsnede CD bij origineel grondplannetje.
|
|
|
Externe foto van het klooster en bijhorende school. U ziet het bunkertje onderaan de foto liggen tegen de Schelde. Hier nog zonder dat het massaal overgroeid is. In het boek Wetterania van Daniël De Mol waarin deze foto werd gepubliceerd staat dat de foto dateert uit de jaren '50 maar dit kan niet kloppen daar de bunker bij Dokter François op de Brusselsesteenweg, op deze foto reeds is afgebroken en deze pas in de jaren '70 werd afgebroken. De foto dateert dan ook allicht uit de jaren '70. (Foto: Archief Daniël De Mol)
|
|
|
Zicht zoals ikzelf voor de eerste keer het bunkertje terugvond, anno 2006. U kijkt hier op de voorkant.
|
|
|
Dit is een foto van de achterkant uit dezelfde periode. Het bunkertje lag toen op een kleine paardenweide en boomgaard. |
|
|
Een van de weinige plaatsen waar nog iets van het bunkertje te zien was, was aan de linker achterkant. Hier kon men met wat moeite de achterkant van de bunker zien. Juist achter het groene draadje aan de rechter kant, zit de toegang van de bunker die volledig vrij was. |
|
|
De toegang is altijd al vrij geweest zolang ik weet. Alleen lag de bunker vol rommel. In het toegangssas kon ik onmogelijk rechtstaan. Gebogen kon je erin. Er lag ongeveer een halve meter rommel in bestaande uit kasseien, borduren, kapotte baksteken en dakpannen. Achteraan stond ook nog een oud houten deurtje. |
|
|
De binnenkant van het bunkertje zelf bleek nog rampzaliger. Hij zat volgestouwd met allicht enkele honderden oude, veelal reeds gebruikte dakpannen. |
|
|
Het was al bijna een onbegonnen werk het schietgat van de bunker te proberen zoeken. Totaal verborgen onder klimop en takken wist ik er in 2006 deze foto van te maken.
|
|
|
In de winter 2008 werd hij al eens grondig geinspecteerd door natuurpunt als mogelijks toekomstig vleermuizenverblijf. Als lokatie bleek hij perfect gelegen zo juist langs de Schelde. Alleen was hij op dat moment zodanig overgroeid met klimop dat hem vinden zelfs voor de vleermuizen, een moeilijk opdracht zou zijn. Toen wist men reeds te melden dat indien hij wat meer vrij zou staan, hij zeker een geschikt vleermuizenverblijf zou kunnen worden zo juist naast de Schelde.
|
|
|
Door de aankondiging van de dijkwerken te Kwatrecht en het visueel plaatsen van grenspaaltjes tot waar de werken zouden komen, werd het duidelijk dat de kans groot zou worden dat ook dit bunkertje zou moeten verdwijnen. Daarom vatte ik in augustus 2010 het idee op om het bunkertje met medeweten van de school MPI in Kwatrecht in eerste instantie vrij te maken aan de buitenkant en dan afhankelijk van het werk dat er zou aan zijn, vrij te maken van alle rommel die er binnenin aanwezig was. Rechts een foto uit mei 2010, nog voor het vrijmaken van de bunker.
|
|
|
Ik ben begonnen met vrijmaken juist voor het schietgat. Dit waren de eerste zichten die men van buitenaf opnieuw kreeg van het bunkertje.
|
|
|
Geleidelijk kwam steeds meer van het bunkertje zichtbaar te staan na tientallen jaren verborgen gezeten te hebben onder de begroeiing.
|
|
|
Vrij vlot kwam al gans de linker zijkant vrij tot aan het toegangssas. Daar stonden enkele grotere haagplanten die het vrijmaken niet echt belemmerden. Deze zijn blijven staan.
|
|
|
Hetgene wel al meteen zichtbaar was bij het vrijmaken, en ook duidelijk zichtbaar op de foto's, is dat het bunkertje na 70 jaar langs een Scheldedijk, wat last heeft van verzakken. Zo is hij van vooraf gezien naar links verzakt. Ook is hij wat verzakt naar achteren. Als u in de bunker staat is dit effect vrij duidelijk te voelen. Dit was tevens het eindpunt van een namiddag grondig snoeien rondom het bunkertje. Enkel de achterkant en de kant langs de Schelde dienden nog te gebeuren.
|
|
|
Op 19/9/2010 werd een tweede knipbeurt ingelast. Bij deze werd het bunkertje volledig vrijgemaakt. Omwille van te grote risico's werd in eerste instantie volledig van de bovenkant van het dak onaangeroerd gelaten. Dit zal voor een latere fase zijn, hoop ik.
|
|
|
Vooraanzicht van het volledig vrijgemaakte bunkertje D23. Door zolang onder de klimop verborgen te hebben gezeten, draagt hij nog ontzettend veel sporen van originele verflagen. Opvallend zijn de roze-rode kleur van een soort lemen hut en de groene kleur van de nep houten dakrand.
|
|
|
Detail van het totaal vrijgemaakte schietgat. Bovenaan de twee ventillatiegaten met roostertjes. Onderaan de bijhorende uitloopgaten voor mocht er ooit iets zoals een granaat in de ventillatiegaten gestopt worden. Wat nog meer verbazend is, en uniek op de linie, het bunkertje bezit nog zijn originele metalen luikje aan het schietgat. Ook meteen opvallend is dat het bunkertje vrij serieus is beschoten geweest in mei 1940. Hier kunt u kogelinslagen zien rechts onder het ventillatiegat. Ook de linker hoek is vrij talrijk maar minder goed zichtbaar geraakt. De binnenkant van het schietgat is linksboven geraakt.
|
|
|
Het luikje blijkt merkwaardig genoeg, na 70 jaar in weer en wind, op de grond te hebben gelegen, nog perfect te openen en te sluiten. Echt een unieke vondst op de bunkerlinie. Zelfs na 70 jaar is dit inox luikje nog steeds niet om zeggen echt roestig. Zou je eens met het huidige staal geleverd onder het mom van inox moeten proberen...
|
|
|
Het luikje in gesloten toestand.
|
|
|
Als we even onze blik naar boven richten, krijgen we een fraai detail van de nep dakrand. Vooraan links zit er een opening in voorzien om het water van het dak te laten aflopen naar beneden. Hier is geen afvoergoot aanwezig en allicht ook nooit geweest. Wel met veel zin voor detail is de druipneus die is aangebracht in de onderrand. Hier is hij enkel goed zichtbaar op de onderste rand maar deze is dubbel en ook aanwezig in de smallere bovenrand (minder goed zichtbaar).
|
|
|
Op de linker zijkant van het bunkertje vind je ook vrij veel projectielinslagen. Waar je heden de witte kalkuitbloeming ziet, is ooit een grotere inslag geweest (op de onderkant van de dakrand). |
|
|
Zicht op de linker achterkant. Hier zat een trapje in beton naar beneden naar de toegang die heden amper de halve hoogte is van het originele deurgat. Aan de achterkant van de bunker zijn de originele kleuren vrij goed bewaard gebleven. |
|
|
Naast de ingang links, draagt de bunker opnieuw een in het cementeerwerk ingekerfde nummer 213. De oorsprong van dit soort nummer is meer in detail terug te vinden op onderstaande link op deze website. |
|
|
Op de achterkant van de bunker is opnieuw een zware treffer te zien tegen de valse betonnen dakrand aan. Deze is allicht opnieuw afkomstig van Duitse lichte artillerie. De bunker telt echter nog talrijke kogelinslagen op de achterkant. Dat de bunker zoveel kogelinslagen heeft op de achterkant heeft allicht alles te zien met de tweede dag van strijd aan het bruggenhoofd in mei 1940. Op die dag wisten de Duitse troepen door te breken tot aan het viaduct te Kwatrecht. Allicht zijn ze hierbij uitgezwaaid naar onder andere de Kwatrechtse steenweg waardoor dit bunkertje langs achteren in de vuurlijn is komen liggen. |
|
|
Bij het vrijmaken van de sterk overwoekerde zijkant naar de Schelde toe, deed ik nog een leuke ontdekking. Zo blijkt het bunkertje hier nog een volledig intakte zinken goot te bevatten. Dit is opnieuw een onderdeel van de bunkertjes dat voor de rest nergens op de linie nog terug te vinden is. |
|
|
Detail van de volledig origineel ter plaatse aan elkaar gesoldeerde zinken goot, nog altijd vrij intakt gebleven onder de overwoekerende begroeiing. |
|
|
De rechter zijkant van de bunker. Dit is de kant langs de Schelde. Hierbij zie je duidelijk de intakte dakgoot achteraan. Deze kant telt totaal geen inslagen van projectielen wat er ook op wijst dat er nooit aanvallen zijn gebeurd vanop de Schelde. Centraal in het midden van de muur onderaan, de kabeldoorgangen. |
|
|
Vanaf de opgekuiste zijkant van de bunker, kreeg men uiteindelijk dit zeer fraaie zicht op de Schelde. Gezien de afstand dat het bunkertje nog gelegen is van de stroom zelf, moet het toch haalbaar zijn het bunkertje te laten verder bestaan. |
|
|
Daarna was het tijd voor een tweede en allicht nog helsere taak dan de bunker volledig vrijmaken aan de binnenkant. Omdat de buitenkant vrij intakt bleek, was het vermoeden vrij groot dat onder de rommel aan de binnenkant, allicht ook nog een vrij intakt bunkertje zou steken. Alleen al in het toegangssas lag het puin ongeveer een kleine 50 centimeter dik. Je was verplicht er gebukt in te gaan omdat de hoogte door het puin reeds te beperkt was. Vergeet niet dat alles wat in de bunker lag, allemaal langs deze beperkte halve deurgat naar buiten is gemoeten. Het leegmaken is aangevat op 19/9/2010. |
|
|
Op de foto hiernaast zie je duidelijk omdat een gedeelte van de bodem van het sas is vrijgemaakt, hoe dik het puin lag in het toegangssas. Er staat wel een schop en een spade in het sas maar je kan er uiteindelijk weinig mee aanvatten. Het sas is amper een meter breed en dat is te beperkt om zelfs met een gevulde schop te kunnen draaien naar buiten. Alles is uiteindelijk praktisch manueel uit de bunker gegooid. |
|
|
De eerste opruimdag aan de binnenkant was een soloproject en heeft praktisch alleen het opruimen van het sas tot gevolg gehad. |
|
|
Dit is ongeveer het zicht dat men heeft, rechtopstaande in het opgeruimde toegangssas. Vooraan ziet u een beperkt gemetst halfsteens muurtje. Dit is zeker niet origineel en allicht origineel nadat de bunker reeds werd opengemaakt opnieuw bijgemetst om te vermijden dat teveel grond en bladeren in de bunker zouden reizen. Het originele dichtmetsen (dat dus al veel vroeger moet verwijderd geweest zijn), was veel uitgebreider . Hetgene u op de onderkant van de foto ziet is de nog resterende overblijfselen van het originele dichtmetsen in 1943. Dit is dus niet de bodem van het sas. Op de foto hierboven ziet u de originele gemetste muur duidelijker.
Links aan de deurstijl opnieuw een voltreffer van een kogelinslag.
|
|
|
Dit is het "beetje" puin dat nog achterbleef voor een volgende opruimbeurt na een eerste namiddag puinruimen uit de binnenkant van de bunker.
|
|
|
Na nog een namiddag zwoegen en de hulp van enkele gelijkgezinden (waarvoor dank), krijgt een bunkerliefhebber dit juweeltje te zien. De binnenkant is nog volledig intakt, op de gepantserde deur en het metalen toegangshekje na. De bunker bleek enkel uitgerust voor de opstelling van de standaard Maxim-mitrailleur. Er zijn totaal geen bijkomende voorzieningen voor andere types van mitrailleurs.
Ook opvallend is dat bij de meeste bunkers men een soort specifieke betonvloer heeft, alsof hij is bedekt met een soort prefab betonplaten. Deze bunker, die ook bij het eerste bouwproject behoorde op de bunkerlinie heeft dit soort vloer niet en beschikt over een vlak gecementeerde vloer.
|
|
|
Op de foto hiernaast ziet u nogmaals het chardome. Het is hierbij gefotografeerd op hoogte van het chardome waaruit blijkt dat dit ongeveer op dezelfde hoogte staat als de onderkant van het schietgat.
|
|
|
Nogmaals een detail van het chardome. Hierbij heb ikzelf nog twee detailopmerkingen.
1. Is er iemand bij de lezers die weet waarvoor de betonnen rand voor dient onderaan het schietgat op de grond. Dit komt bij vrij veel bunkers voor maar de functie is mij tot op heden nog altijd niet duidelijk.
2. Waarvoor dienen de 2 gaatjes in de bovenregel van het chardome.
Mail mij gerust op info@bunkergordel.be
|
|
|
Detail van het schietgat van de binnenkant gezien. Zeer fraai is de nog aanwezige basiskleur. Het lijkst mij zelfs of het patroon dat u aan de binnenkant kunt zien niet echt toevallig is. Allicht maakt het deel uit van de camouflage van de bunker om de roze buitenkleur geleidelijk te laten overgaan in de witte kleur van de bepleistering van de binnenkant.
Ook opvallend is in dit geval de hele zware moer op de draadstang waarop origineel de metalen plaat scharnierde die aan de andere kant op het chardome ruste. Hierop kon toen de zware Maxim-mitrailleur geplaatst worden.
De muur met het schietgat erin is in totaal 1.30 meter dik en is vijfdubbel gewapend. Afbreken zou dus nog zwaar kunnen tegenvallen.
|
|
|
Detail van enerzijds de ventillatiegaten (ronde gaten bovenaan de schietgaten.), een apart granaatwerpgat (rechthoekig gat bovenaan rechts).
De lokatie waar het granaatwerpgat vooraan uitkomt, zit vooraan verborgen onder het maaiveld. Dit moet nog iets lager zitten dan de uitloopbuizen van de ventillatieschachten die wel nog aan de buitenkant te zien zijn.
Rechts nog een zeer intakt Richtteken R voor het correct instellen van de Maxim-mitrailleur.
|
|
|
Juist achter de gepantserde deur zaten in de zijmuur de kabeldoorgangen. De smalste doorgang voor telefonie. De breedste voor eventuele stroomvoorziening. Er zijn weinig gegevens te vinden of deze mogelijke telefoon en stroomverbindingen ooit werden gebruikt.
|
|
|
Zelf heb ik deze kabeldoorgangen altijd al als een extra zwak punt voor de bunkers beschouwd. Zo zijn het rechtstreekse gaten (de doorgang voor eventuele elektriciteit met een diameter van 10 centimeter) waar toch wel bijvoorbeeld een steelgranaat zou kunnen worden ingeduwd met rampzalige gevolgen voor de inzittenden van de bunker tot gevolg.
Bij ventillatiegaten voorziet men extra beveiligingen tegen sabotage maar bij de kabeldoorgangen heeft men totaal geen beschermingsmaatregelen getroffen. Er was zelfs geen granaatwerpgat voorzien naar deze kant van de bunker.
|
|
|
Hierbij een zicht op de achterkant van de mitrailleurkamer met een al even zeldzaam Tablet T op de achtermuur. Dit tafeltje is bij 95% van de nog bestaande bunkers, verdwenen. Hier blijkt het nog intakt aanwezig. Dit tafeltje diende vroeger voor het plaatsen van een kogelpers. Een toestel dat standaard deel uitmaakte van het toebehoren bij een Maxim-mitrailleur.
|
|
|
Binnenzicht in het toegangssas vanuit de mitrailleurkamer. Achteraan links de nog achtergebleven en niet verwijderde restanten van het originele dichtmetsen van de bunker in 1943. Het originele dichtmetsen was wel grondig gedaan en zeker een zestal rijen baksteen dik.
|
|
|
Het toegangssas bevat nog een uiterst merkwaardige kogelinslag. Deze bevindt zicht achteraan in het toegangssas. Hij is ook zichtbaar op de muur op de foto hierboven. Deze kogelinslag kan wel wat tot nadenken aanzetten. Het is namelijk wel zeer merkwaardig dat men een kogelinslag vindt volledig achteraan de bunker in dit toegangssas.
|
|
|
De foto hiernaast is getrokken vanaf de buitenkant van de bunker, doorheen het schietgat. Allicht mag het een mirakel zijn dat er geen dode is gevallen bij deze kogel die naar alle waarschijnlijkheid door het schietgat is binnengevlogen en voorbij een allicht openstaande gepantserde deur in de achtermuur is geslagen.
Zoals dus mag blijken uit bovenstaande reportage blijkt dit toch volgens mij één van de onontdekte pareltjes van de bunkerlinie bruggenhoofd Gent. Ik weet dat jammer genoeg de geinteresseerden in dergelijke stukjes erfgoed vaak op één hand te tellen zijn. Anderzijds vormen dergelijke overblijfselen als dit bunkertje nog de weinige zichtbare restanten aan een stuk bewogen geschiedenis in de streek van Kwatrecht. Het is zeker een interessante getuige, niet alleen omdat hij nog zeer intakt blijkt te zijn, maar ook omdat hij zeer zeker ook nog de sporen draagt van de zware gevechten die hier drie dagen van 20 tot 22 mei 1940 in alle hevigheid hebben gewoed.
|
|
|
De strijd om het het bruggenhoofd maakte volgens voorlopige statistieken 175 doden aan Belgische kant en 231 aan Duitse kant. Het betrof zeker een van de periodes tijdens deze 18-daagse terugtocht waarbij de Belgische troepen toch enkele dagen de indruk kregen zeker niet de mindere te zijn van zijn Duitse belager. Men herinnert in Wetteren elk jaar rond de genoemde dagen in mei de nog overlevenden en gesneuvelden die deze strijd meemaakten. Het is toch triestig te moeten vaststellen dat nu men de kans heeft nog eens prachtig stukje ongerept erfgoed te bezitten,
|
|
|