Deze Swordfishes tweedekkers zouden nog een tijd dienst doen vanuit Maldegem. Hun taak bestond eigenlijk uit bespiedingsvluchten heel hoog in de lucht van Duitse bewegingen van schepen en vliegtuigen op lagere hoogte in Zuid Nederland.
Onderschat deze oude vliegtuigen niet. Zij zouden ooit trouwens leiden tot het zinken van het legendarische Duitse slagschip de Bismarck. Deze werd namelijk getroffen op zijn roer door een een torpedo afgeworpen vanaf een dergelijke tweedekker. Hierdoor werd dit slagschip praktisch onbestuurdbaar en voer op die manier recht in de armen van een massa geallieerde oorlogschepen die het op die manier wel degelijk tot zinken wisten te brengen. (Voor alle duidelijkheid, dit had niets te zien met de vliegtuigen van dit type opgesteld te Maldegem)
Vanaf 18 November 1944 herbeginnen de aanvallen van het Belgian Squadron en zijn steunbiedende Nieuw-Zeelandse eenheden. Op deze dag zou een solo vliegtuig nog een aanval op Dunkerque ondernemen op Duitse stellingen. Op 19 November 1944 zou bij een van de zovele aanvallen op de stellingen te Amersfoort 1 van 4 Spitfire getroffen worden door Duits Flakgeschut. De piloot zou nooit Maldegem opnieuw weten te bereiken. Tussen 25 en 26 November 1944 werden doelwitten geviseerd bij Utrecht, Hilversum en Ede. Ondertussen was het Belgische Squadron opnieuw versterkt met de eerder op bijkomende opleiding gestuurde Nieuw-Zeelanders. Op 29 November 1944 volgde een aanval op een Duits commandocentrum nabij Dunkerque stad. Het kon grotendeels vernield worden maar 1 Spitfire werd uit de lucht gehaald en storte neer nabij Petite Synthe. Op 30 November 1944 volgden aanvallen op Leeuwarden en een poging om in Dunkerque met pamfletten de Duitsers aan te zetten tot het stopzetten van de weerstand, wat ze niet deden. De dag nadien op 1 December 1944 zou een zwaar bombardement gebeuren op een aantal zeer weerstandige sectoren in Dunkerque. Hierbij werd een hoeve letterlijk met heel zware bommen uit het landschap weg gebombardeerd. In December volgden nog aanvallen op de spoorlijn Arnhem-Utrecht, de stad Amersfoort, de spoorweg Utrecht-Zwolle en de spoorlijnen bij Amersfoort. Er gebeurden ook escortevluchten van bommenwerpers op de stad Wesel, Zutphen en Deventer.
Op 14 December 1944 verhuisden de 2-dekkers van het 119e Squadron naar Knokke Zoute om van daaruit hun taken verder te zetten. De dag nadien zou ook het 33e Squadron Maldegem verlaten.
Maldegem was op dat moment nog enkel gebruikt door het 349e Belgian Squadron en het 485e Squadron gevormd door Nieuw Zeelandse piloten (Kiwi's)
Op 18 December 1944 waren er plannen om Amerikaanse tegenaanvallen te steunen na zware Duitse doorbraakpogingen in de Ardennen (het Ardennenoffensief). Doch door de hevige mist, werd de luchtmacht aan de grond genageld en was vliegen onmogelijk. De dagen nadien zouden de opdrachten vooral bestaan uit het escorteren van bommenwerpers op de regio Keulen.
Pas op 25 December 1944 (Kerstdag) waren er verschillende aanvallen op gevechtszones in de Ardennen en in Nederland op een aantal schepen nabij Schouwen. Bij een aanval op Sanct Vith zou een Spitfire worden getroffen en een noodlanding dienen te maken nabij Remersdaal (Voeren). De piloot zou de crash overleven maar uiteindelijk toch aan zijn zware verwondingen overlijden. Hij overleefde nochtans in het zelfde jaar in augustus reeds een crash te Balegem. Hij werd alvast het laatste slachtoffer-vliegenier van Het Belgian Squadron die tijdens de oorlog in Maldegem zou zijn opgestegen.
De geallieerden veronderstelde op dat moment dat België zo goed als bevrijd mocht beschouwd worden.
Op 1 Januari 1945 zou er echter nog een zware domper te verwerken vallen. Gesteund door alles wat de nog aanwezige Duitse Jagdgeschwader bij elkaar konden krijgen, werd een plan uitgedokterd om zoveel mogelijk geallieerde vliegvelden in Nederland, België en Frankrijk uit te schakelen om zo de massale luchtaanvallen op hun stellingen te kunnen verminderen. De aanvallen vonden plaats met alles wat men nog in de strijd kon gooien van Focke-Wulfs en Messerschmitts.