Citadelpark Gent

Buskruitfabriek Cooppal Wetteren

Vliegvelden WO I Regio Gent

WO I Munitiepark Kwatrecht

De Dodendraad

De Hollandstellung - Duitse WO I bunkerlinie

Reichsschüle Flandern - SS-School Kwatrecht

Duitse Atlantic Wall Radarpost - Goldammer

WOI en II Munitiedepot De Ghellinck Zwijnaarde

Duitse gangen onder centrum Gent WOII

Schuilplaatsen voor havenarbeiders Gentse kanaalzone uit de koude oorlog

Het Fort van Eben Emael

KW-linie

WO I - Kwatrecht - Melle

18 daagse veldtocht gekoppeld aan TPG

Neergestorte B17 te Kwatrecht 19-09-1944

De bevrijding WO II van de regio rond TPG

Toestand Belgisch leger ten tijde van augustus 1914

Toestand Belgisch leger ten tijde van mei 1940

Gesneuveldenlijsten:

Contact en onbeantwoorde vragen

Media-aandacht

Copyright

Links


Chronologisch verloop van de 18 daagse veldtocht aan het bruggenhoofd Gent.

Aan Tête de Pont de Gand worden de laatste voorbereidingen getroffen om de Duitse troepen hun doorbraak te proberen verhinderen. De Ardeense Jagers moeten ten allen tijde verhinderen dat de Duitse troepen het Bruggenhoofd te vroeg bereiken.

Zondag 19 mei 1940

18 daagse veldtocht Algemeen.

Tijdens deze dag zou als gevolg van de rampzalige situatie in Noord Frankrijk, reeds de beslissing genomen worden over komende terugtrekkingen van de geallieerde troepen tijdens besprekingen op het hoogste niveau te Ieper. Er wordt hier beslist dat het Belgische leger zijn front zal moeten uitbreiden en hierdoor een aantal heden beschikbare Britse troepen vrijgeven voor gebruik in andere zones waar de problemen groter zijn (lees Noord Frankrijk). De verdedigingslijn die moest opgegooid worden zou gevestigd worden tussen de steden Atrecht (= Arras) en Albert. Op dit moment wordt in feite reeds beslist de Scheldestelling gedeeltelijk en Bruggenhoofd Gent volledig te verlaten in de komende dagen. De verdedigingslijn zou verlegd worden van de Scheldestelling naar de Leie en het afleidingskanaal (= Schipdonkkanaal). Hierdoor zou de versterkte stelling van Bruggenhoofd Gent opgeofferd worden voor een onversterkte stelling achter de Leie en bijhorende afleidingskanaal. Desnoods zou net zoals bij WOI teruggeplooid worden tot achter de Ijzer.

De laatste nog in verdediging zijnde Antwerpse forten staan op het punt zich over te geven net als nog een paar laatste verdedigingspunten van de KW-linie (ook Dijlestelling genaamd) die bij deze forten aansloten. De bocht van de Schelde te Antwerpen gaat door middel van massale aanvallen met Duitse Stuka's verloren. Een verdere doorbraak wordt echter verhinderd door zware weerstand van Belgische Cavaleristen.

Te Luik valt het fort van Evegnee, het laatste Luikse fort deel uitmakend van de oude fortengordel rond Luik. Te Namen valt het fort van Suarlee.

Links: het vrij recent veroverde fort van Evegnee - Rechts: het fort van Suarlee (Beide foto's: Replica)

Op Frans grondgebied is de Duitse doorbraak naar de kust nog moeilijk te stoppen. Cambrai is reeds in Duitse handen.

In Nederland vallen de eilanden van Walcheren in Duitse handen.

Bruggenhoofd Gent Algemeen.

Ten zuiden van het bruggenhoofd Gent worden verschillende bruggen over de Schelde opgeblazen. Het betreft hier de bruggen te Eine, Berchem (Kluisbergen) en Avelgem. Enkel de brug te Oudenaarde wordt niet opgeblazen maar ze blijft opgetrokken staan en de kabels van de brug worden in elkaar verstrengeld zodat ze niet neergelaten kan worden.

Kwatrecht is zo goed als leeggelopen als de eerste Belgische troepen er aankomen.

Hierbij kort de volledige opstelling zoals de verdediging van het Nationaal Reduit, inclusief Bruggenhoofd Gent, zou moeten gebeuren.

  • De Zeeschelde wordt verdedigd door het 16e Franse Legerkorps met hun 60e en 68e Infanteriedivisie.
  • Het kanaal Gent Terneuzen wordt verdedigd door de 1e Divisie Cavalerie, de 2e Divisie Cavalerie ligt er in reserve.
  • Het 5e Legerkorps met de 6e en 17e Infanteriedivisie neemt posities in tussen Sluiskil en Zelzate.
  • Het 2e Legerkorps met de 11e en 13e Infanteriedivisie neemt de zone Zelzate tot Langerbrugge voor zijn rekening. De 11e ID zal pas aankomen om 5u in de ochtend na een zware voettocht. De 13e Infanteriedivisie komt pas in de namiddag toe op zijn posities. De 13e Infanteriedivisie kende al vrij grote verliezen.
  • De 17e Infanteriedivisie komt pas tussen 7 en 12u aan op zijn posities tussen Boekhoute en Bassevelde langs het kanaal Gent Terneuzen.
  • Het 1e Legerkorps met de 18e Infanteriedivisie ligt opgesteld vanaf Langerbrugge aan het kanaal Gent-Terneuzen tussen Destelbergen en Oostakker met daarnaast rechts in boogvorm tot Melle de 16e Infanteriedivisie. De 18e Infanteriedivisie had zijn terugtocht vanuit Antwerpen afgelegd in camions en was nog zo goed als intact. De 16e Infanteriedivisie was nog niet ingezet geweest, nog intact en diende nog geen verplaatsingen te maken. Beide eenheden waren echter eenheden van 2e reserve waardoor de gebruikte wapens navenant waren.
  • In Gent werd de 1e Infanteriedivisie in reserve geplaatst in de binnenstad van Gent. Deze eenheden verloren ook al vrij veel materiaal aan het Albertkanaal en aan het Bruggenhoofd Mechelen.
  • Het 6e legerkorps met de 2e, 4e en 5e Infanteriedivisie neemt plaats op het eigenlijke bruggenhoofd Gent tussen Kwatrecht en Eke.
    • De 2e Infanteriedivisie heeft ook heel wat materiaal verloren gezien de treinen die hun zwaarder materiaal dienden te vervoeren gedeeltelijk vernield werden door luchtaanvallen van de Duitse Luftwaffe. Ook zijn bepaalde eenheden al toegekoen op hun stellingen met aanzienlijke verliezen en tijdens de tocht vermiste manschappens. De 5e Linie neemt zijn posities in tussen de Schelde te Kwatrecht en Gijzenzele, Vanaf Gijzenzele tot Betsberg neemt de 6e Linie over. De 28e Linie komt in reserve achter de 5e en 6e Linie. De nog aanwezige troepen van deze eenheden zijn aanwezig op hun stellingen rond 3 uur in de nacht. Door hun aankomst kan ook hier een gedeelte van de 4e ID zijn eigenlijk voorziene posities gaan innemen.
    • De 4e Infanteriedivisie neemt stelling tussen Betsberg en Munte. Deze divisie is bij zijn terugtocht vanaf de KW-linie ontzettend veel wapens kwijt geraakt. Hun 15e Linie zal Betsberg bezetten en een gedeelte van de bunkers op Moortsele. De 7e Linie bezet dan de westkant van Moortsele tot Munte. De 11e Linie blijft als reserve voor de 15e en 7e Linie maar zal wel pelotons leveren voor het bezetten van de verschillende grote wachten of voorposten. Zij kunnen zich pas ten volle inrichten nadat 5e en 2e ID op hun stellingen waren toegekomen, dewelke zij al tijdelijk bezetten tijdens hun afwezigheid.
    • De 5e Infanteriedivisie bezet de zone Semmerzake-Munte. Zij kenden al een zeer vermoeiende veldtocht sinds hun vertrek aan de KW-linie. Zij komen pas aan op hun stellingen rond 11 uur en zijn totaal uitgeput. Zij lossen hierbij een gedeelte van de 4e Infanteriedivisie af die voorlopig dit gedeelte van de linie mee bezette.
  • De 6e Infanteriedivisie neemt stelling ten zuidoosten van de Schelde.
  • Het 7e Legerkorps met de 9e en 10e Infanteriedivisie neemt stelling tussen Eke en Oudenaarde. Deze eenheden zijn reeds rond de ochtend volledig opgesteld en zijn nog fris te noemen omdat ze nog geen noemenswaardige strijd hadden gekend en zonder zware nachtmarchen tot hier waren geraakt.
  • De zone van de bovenschelde tot aan bruggenhoofd Gent wordt verdedigd door de 42e en 44e Britse Infanteriedivisie.
  • Achter deze linies blijven nog eens de 3e, 8e, 12e, 14e en 15e Divisie alsook de 1e en 2e Divisie Ardeense Jagers in reserve achter.
(Bron: Mai 1940, La bataille de Belgique - M. Fouillien en J. Bouhon)

Elke compagnie beschikt gemiddeld over een achttal mitrailleurs in plaats van de oorspronkelijk twaalf die er voorzien waren. In deze opstelling moet elke Divisie ongeveer een strook van 6 kilometer zien te verdedigen op een totale frontlijn van 70 kilometer.

Er moeten drie Grote Wachten of Voorposten worden opgesteld op het grondgebied van Oosterzele.

  • Post 1 te Scheldewindeke dorp
  • Post 2 te Scheldewindeke aan het kruispunt Pelgrim
  • Post 3 te Oosterzele dorp. Dit was ter hoogte van de toenmalige Vinkemolen, aan het kruispunt van Geraardsbergsesteenweg en Reigerstraat.

Deze voorposten zullen telkens bemand worden door drie pelotons fuseliers en een T13-tank. In afwachting van de aankomst van deze pelotons wordt deze opdracht uitgevoerd door het verkenningspeloton van de 15e Linie.

2 bataljons van de 15e Linie bezetten eveneens de schuilplaatsen in eerste linie van de nevenvallei van de molenbeek te Moortsele bij het Grootbos (bunker A31 aan boerderij Hoek Ter Hulst en A32 aan toenmalige tramlijnovergang met dezelfde straat). Zij worden hierbij versterkt door 5 antitankkanonnen 47mm.

De 7e Linie sluit aan bij de 15e Linie vanaf kasteel Rattepas.

In de ochtend van deze dag zal ook een sectie van de 5e Batterij van de 8e Artillerie posities dienen in te nemen in de zware bunker A30 te Moortsele. Zij zullen gedurende de gevechten van 20 tot 22 mei 1940 om en bij de 400 granaten afvuren vanuit deze bunker. De objectieven werden hierbij doorgegeven van de infanterie in de frontposities en dit waren kruispunten, verplichte doortrekpunten van troepen, huizen,...

(Foto van de zware A30 te Moorstele - Denkschrift über die Belgische Landesbefestigung - 1941)

De artillerie-aanvallen vanuit deze zware bunker hebben ook tegenaanvallen veroorzaakt van vijandige artillerie waarbij toch een aantal zware treffers zijn teruggekomen. Bij dit vijandelijke artillerievuur werden tijdens de strijd twee artilleristen licht gekwets in de buurt van de bunker A30 door rondvliegende scherven.

De artillerie van de 8e artillerie zal zowel de 7e als de 15e Linie moeten steunen.

De beschikbare groepen Legerartillerie worden verdeeld over het bruggenhoofd. 2 groepen kanonnen van 150mm en 155mm worden opgesteld ten Noorden van Gent. 4 andere groepen worden opgesteld ten zuiden van Gent.

Links: Belgisch 150 mm geschut (Foto Replica) - Rechts: Belgisch 155 mm geschut (Foto: Collectie André Ombecq)

Daarnaast worden als steun bij de vorige 6 groepen nog 5 batterijen spoorweggeschut mee opgesteld.

Belgisch 280 mm geschut (Foto: Replica)

Het luchtdoelgeschut 75mm is grotendeels achtergebleven in verloren linies rond de KW-linie. Vele kanonnen werden daar ter plaatse vernield om te vermijden dat ze in Duitse handen zouden vallen. Ook zijn er nog zeer weinig 40mm luchtdoelgeschut beschikbaar.

Er zijn nog zeer beperkt wat Belgische verkenningsvliegtuigen beschikbaar om het front uit de lucht in de gaten te houden. Deze zijn opgesteld op het vliegveld van Ursel en Zwevezele.

Belgische 40mm Bofors achtergelaten te Brugge

Belgische 40 mm Bofors, achtergelaten te Brugge (foto: Replica)

Van Duitse kant nadert de 208e Duitse Divisie vrij snel de troepen in de buurt van het kanaal Gent-Terneuzen. De echte zware strijd zal daar pas echt uitbarsten eenmaal Tête de Pont de Gand verlaten wordt, namelijk vanaf 23 mei 1940.

De verschillende verdedigingslijnen gebruikt door de Ardeense Jagers bij hun vertragingsopdrachten op 19 mei 1940 vanaf de Dender tot TPG : Boek Mai 1940 - La Bataille de Belgique - M. Fouillien et J. Bouhon

00:00

Aan de Dender. Ondanks de hevige verdedigingsacties van de Ardeense Jagers kunnen zij niet verhinderen dat hier en daar Duitse bruggenhoofden gevormd kunnen worden aan de overzijde van de Dender, achter de dijken. De Duitse troepen houden zich klaar om met rubberboten de rivier proberen over te steken.

04:00

Gijzenzele. De eerste troepen van de 6e Linie bereiken Gijzenzele. Zij waren te Gijzegem over de Dender gegaan om dan via Lede, Impe, Vlierzele, Oordegem en Bavegem door te trekken op Oosterzele (Gijzenzele). Het laatste stukje van de 3e nachtmars verliep over Hoog Bavegem naar de wijk het Anker te Oosterzele. Op die manier werd via de Reigerstraat, Kwaadbeekstraat en Gijzenzelestraat (aan bunker Av10 - de Molenbunker) Gijzenzele binnengetrokken.

Het 3e Bataljon van de 6e Linie komt als eerste aan. Elke compagnie fuseliers bestond ongeveer nog uit 150 man, de 12e Compagnie telde nog zo een honderd man. Zo kwam men voor het 3e Bataljon van de 6e Linie aan een totaal van ongeveer 600 soldaten. Ter versterking wordt te Gijzenzele de eveneens reeds uitgedunde 13e Compagnie aan de 6e Linie toegevoegd. Deze omvatte nog 14 extra mitrailleurs en een peloton C47 kanonnen (waarvan er één defect was). Globaal bestond de 6e Linie op dat moment nog uit 2 Infanteriebataljons en een bataljon tuigen waarbij alle mortieren 76 mm ontbraken.

Qua materiaaltransport beschikten ze nog over 12 vrachtwagens, 13 motoren waarvan 3 met side-car, 48 fietsen, door paarden getrokken karren waarvan 14 mitrailleur-caissons, 8 caissons mortieren M76 (maar de mortieren zelf ontbraken) en 8 veldkeukens. Van de totale bewapening ontbraken 3 C47-tractée, alle 76 mm mortieren, 14 zware mitrailleurs, 25 lichte mitrailleurs (FM), 17 DBT granaatwerpers, 150 geweren en 65 pistolen. Munitie was er in het algemeen nog ruimschoots aanwezig.

Voor deze sector werden de mitrailleurs als volgt verdeeld:

  • Av11 schaapstalbunker voor halvemaanbos: 2 MI.
  • Av10 molenbunker: 2 MI.
  • A38, D17 en D18 links van het dorp: 5 MI en 1 FM
  • A36 en A37: 2 bunkers rechts van 11e Compagnie: 4 MI
  • C16: commandobunker 3e Bat 6e Linie: 1 MI en 1 FM

 

Gent. De 3e en 24e Linie (beiden deel uitmakend van de 1e Infanteriedivisie) zijn aangekomen te Gent als vervanging van de eerder reeds doorgetrokken 44e Linie. Er werd meteen onrust gezaaid bij de Gentse bevolking daar er bij de 3e Linie ontzettend veel Gentenaars dienden en deze niet meer bij de binnentrekkende troepen bleken te zitten. De compagnies waren dan ook ver van volledig en reeds zwaar uitgedund.

05:00

Melsen. Het 2e Bataljon van de 7e Linie, dat op dat moment de achterliniebunkers bezet, krijgt opdracht deze te verlaten en zich richting Bottelare te begeven.

05:30

Aan de Dender. De Ardeense Jagers krijgen een volgende tegenslag te verwerken. De leiding van de Britse 3rd Infantery neemt de beslissing terug te trekken tot achter de Schelde. Hierdoor verliest de 1e Divisie Ardeense jagers zijn dekking op de rechter flank en wordt hun verdedigingsopdracht nog eens vermoeilijkt. Via de bres die de Britten op die manier achterlaten trekt de Duitse 30e ID massaal door in de richting van de Schelde (zuidelijk van Bruggenhoofd Gent). De Ardeense Jagers dienen hierdoor bijkomend attent te blijven om zeker aan hun stellingen aan de Dender niet omsingeld te geraken.

Links: een zwaar beschadigde woning dicht bij de vroegere Denderbrug te Wieze. De schade is hoofdzakelijk te wijten aan het opblazen door de Belgen van de plaatselijke brug. Op de voorgrond Duitse troepen, even aan het uitrusten alvorens hun doortocht verder te zetten (Foto: Boek Mei 1940 versie 2010 - P.Taghon - Collectie E. Schurr) - Rechts: Duitse troepen die in de buurt van Aalst de Dender oversteken met rubberboten naast een door de Belgische genietroepen opgeblazen spoorwegbrug. (Foto archief Cegesoma)

Al sinds de ochtend ondergaan de stellingen van de Ardeense Jagers het artilleriegeschut van het 156e Duitse Artillerie Regiment. Deze zijn opgesteld te Denderbelle op een afstand van een kleine 5 km.

06:00

Kwatrecht. Bij het eerste ochtendgloren bereiken de eerste troepen van de 5e Linie de ondersector Kwatrecht om er het 11e Linieregiment af te lossen.

Bij hun aankomst is slechts één bunker volledig in orde qua uitrusting, dat is de bunker S8 die dwars staat op de steenweg Aalst-Gent. Deze was onder andere voorzien van zijn vast kanon 47mm en munitie. De soldaten krijgen opdracht de hangsloten aan de bunkers te forceren en open te breken indien deze ondertussen nog niet open waren. De bunkers worden bewapend met de eigen automatische wapens van de troepen. Er zijn nog praktisch nergens loopgraven gegraven, geen veldwerk, slechts hier en daar een enkele put voor geknielde schutters. Geen opruiming van schootsvelden, geen antitankgrachten of hindernissen voor de stellingen. Meestal is er slechts één enkele prikkeldraad met tal van openingen om boeren en vee door te laten.

Op de Kwatrechtsteenweg wordt het lijmkotje in brand gestoken. Dit is een brandstofdepot voor het Belgisch leger. Het gaat hier om een voorzorgsmaatregel, zodat dit depot niet in vijandelijke handen zou vallen.

In gans Kwatrecht werd de bevolking, in die mate dat ze dit nog niet uit eigen wil hadden gedaan, verplicht het dorp te verlaten. Slechts enkelen zouden deze opdracht weigeren uit te voeren waaronder enkele boeren die hun dieren niet onbewaakt achter willen laten. Ook de dorpspastoor, EH Callebaut, bleef te Kwatrecht gedurende de komende strijd. De ochtend dat de troepen van de 5e linie aankwamen te Kwatrecht, verkocht de plaatselijke bakker Eeckhout nog brood alvorens zelf ook het dorp te verlaten.

De staf van de 5e Linie zou zich gevestigd hebben in de buurt van Kalverhaege, dichtbij de beek. De commandopost van het 2e Bataljon van de 5e Linie, vestigt zich te Melle op de Lindenhoek. De ganse verdere dag ziet men nog plaatselijke inwoners met pak en zak op fietsen, met kinderkarren en boerenkarren, vertrekken in de hoop veiligere oorden te bereiken.

Voor het aanleggen van vaste telefonieverbindingen ontbraken zowel de tijd als de middelen.

Lemberge en Bottelare. De 7e en 11e Linie zijn schutterskuilen aan het graven om beide lokaliteiten te organiseren als antitanknesten met als bedoeling elke vorm van Duits gemotoriseerd vervoer tegen te houden. Een grote hoeveelheid springstof werd te Lemberge door de genie aangebracht onder het kruispunt van de latere van Gansberghelaan met de Landskoutersesteenweg.
Belgisch 75mm geschut met bedieners

Munte tot Semmerzake. Waalse eenheden van de 5e Infanteriedivisie (1e, 2e en 4e Regiment Jagers te Voet, 11e Artillerie, 5e Bat Genie, 5e Bat TTR en een Escadron Wielrijders) nemen om en rond de bunkers van Munte tot Semmerzake hun stellingen in. Er komt bij de lokale bevolking een algemene uittocht. Er wordt algemeen rondverteld dat er zich zware gevechten zullen voordoen bij de verdediging van de Schelde.

Gent. Er ontstaat paniek bij de bevolking omdat zij zien dat heel wat bruggen ondermijnd zijn. Op verschillende plaatsen betrekken Belgische troepen stellingen. De 3e en 24e Linie, beiden een onderdeel van het 1e Infanteriedivisie, betrekken stellingen te Gent. De 24e Linie betrok de stellingen ten zuiden van de stad. De 3e Linie nam het noorden voor zijn rekening.

Er werden her en der machinegeweren en lichte kanonnen opgesteld. Straten werden opengebroken en schutterskuilen gegraven. Heel wat huizen, vooral langs waterwegen gelegen, werden omgebouwd tot kleine vestingen. De vensters en deuren werden versterkt met zandzakken. Tussen de huizen onderling werden vaak tussenmuren ruw weggehakt om ze onderling te verbinden.
Maxim als luchtdoelgeschut

Maximmitrailleur opgesteld als luchtdoelgeschut - Foto: Replica

07:00

Landskouter. Er stellen zich Belgische soldaten te paard op, op de weg Oosterzele-Gontrode, ter hoogte van de Betsberg.

belgische cavallerie

(Belgische Cavalerie - Bron: Replica)

Gijzenzele. Het 3e Bataljon van de 6e Linie stelt zich in tegenhelling op in de zone tussen de noordkant van het Halvemaanbos en de bunker Av10, de molenbunker. Deze compagnie krijgt als opdracht een anti-tankopstelling te vormen en deze kost wat kost te verdedigen.

c47 kanon verdekt opgesteld in bos
Foto van een verdekt opgesteld mobiel 47mm- kanon. (Foto: Replica).

08:00

Gijzenzele. De eerste verkenningen zijn beëindigd. De voorziene reeds gedane werken zijn miniem buiten de bestaande betonnen bunkers en het prikkeldraadnet. Er wordt massaal bij boeren in de directe omtrek gereedschap opgeëist, o.a. spaden, schoppen, houwelen, rieken, bijlen, zagen en ander landbouwgerief. Eerst ruimt men het schootsveld want de gewassen staan in het algemeen reeds een 80cm hoog en belemmeren dus sterk het zicht. In tweede instantie begint men putten en grachten te graven.

09:00

Aan de Dender. De 3e en de 50e Britse ID trekken zich ten zuiden van Aalst terug in de richting van de Scheldestelling. Dit was een aangekondigd en zeker niet interessant scenario voor de Ardeense Jagers. Hierdoor komt zuidelijk vanaf Aalst een strook van 14 km onbewaakt te liggen tegen mogelijkse Duitse doorbraken over de Dender.

Wieze. Het dorp ligt onder zwaar Belgisch artillerievuur.

Kwatrecht. Pastoor Callebaut die is achtergebleven op Kwatrecht en het dorp weigert te verlaten, houdt nog de mis. Het is pinksterzondag en in de dienst zijn amper 10 menschen waaronder ook een aantal Belgische soldaten.

10:00

Denderbelle aan de Dender. Er zijn hevige Duitse artilleriebeschietingen op de stellingen van de Ardeense Jagers, juist achter de Dender. Elk ogenblik kan een massale aanval ingezet worden om over de Dender proberen te geraken. Vooral de stellingen van de 2e Ardeense Jagers te Gijzegem en Mespelare liggen onder vuur.

Duitsers proberen de Dender over te steken te Denderbelle (Foto: Replica)

De Duitse artillerie probeert vanop een afstand van zo een vijftal kilometer de belgische mitrailleurnesten te raken die zich genesteld hebben op de toppen van de dijken. Dit zijn echter zeer moeilijk te raken doelwitten daar iets te kort gevuurde granaten verdwijnen in de Dender en de iets te ver geschoten granaten uiteindelijk weinig hinder geven aan de soldaten die op de toppen van de dijken ingegraven liggen.

Plots verlegt de artillerie zijn doel naar iets meer achteraan de Belgische linies achter de Dender. Er volgt een eerste aanval van Duitse soldaten met rubberboten om over de weiden in de richting van de Dender te lopen.

De Duitsers verslikken zich echter in de weiden en zompige grachten die deze weiden doorkruisen. Er vallen talloze slachtoffers in het Belgische mitrailleurvuur. Doch de Duitsers weten zich te verschuilen achter de dijk aan de overkant. Elk Duits hoofd dat boven de dijk wordt uitgestoken lokt meteen een Belgisch mitrailleursalvo uit. Om geen eigen troepen te treffen is de Duitse artillerie gestopt met vuren.
Schets van Duitse troepen die proberen een rivier over te steken terwijl ze belaagd worden door vijandelijk mitrailleurvuur (Schets: Replica)

Erembodegem. Door het wegtrekken van de Britten geraken hier Duitse troepen wel degelijk over de Dender omdat hij in die zone gewoon onbewaakt ligt.

Munte. De eerste Jagers te Voet beginnen binnen te lopen op hun posities, totaal uitgeput. Het 3e Bataljon van de 4e Jagers te Voet neemt stelling in de bunkers vanaf B23 (achterliniebunker in Makkegembos) tot B27 (grotere bunker op achterlinie in Munte langs de oostkant van de Hundelgemsesteenweg). Daarnaast bezet de rest van de 4e Jagers te Voet de bunkers te Munte. Het 3e Bataljon krijgt versterking van de 13e Compagnie, in het bezit van nog veertien mitrailleurs en een peloton C47- kanonnen (drie stuks).

Gijzenzele. Alle bunkers worden bezet met mitrailleurs van de 13e Compagnie van de 6e Linie.

Voor de stellingen te Kwatrecht en Gijzenzele werden in totaal vier voorposten opgezet en bewaakt. Elk van deze posten moest er voor zorgen op voorhand de opkomende Duitsers te kunnen waarnemen en indien mogelijk hun doortocht daar reeds proberen te verhinderen. Het ging in dit geval om twee posten te Oosterzele en twee te Westrem.

Te Oosterzele was dit enerzijds "de Vinkemolen" (post 1, aan het kruispunt van de reigerstraat met de Geraardsbergsesteenweg en de Groenweg) en anderzijds aan "De Pelgrim" (post 2).

Te Westrem was dit "het Strop" (Post 1, kruispunt van Massemsesteenweg met Brusselsesteenweg en Keiberg) en de nieuwe spoorlijn te Westrem.

Elk van deze posten werd extra versterkt met een T13-tank.

De Voorposten te Oosterzele worden als volgt bezet:

  • Post 1 door twee gevechtsgroepen van het Eskadron Wielrijders van de 2e Infanteriedivisie.
  • Post 2 door de resten van het Peloton Verkenners van de 6e Linie.

11:00

Aan de Dender. Er volgen nieuwe Duitse pogingen de Dender over te steken in de buurt van Aalst en Gijzegem.

Gijzenzele. De bunkerstelling is volledig bezet. In de namiddag worden de bunkers voorzien van munitie, water en proviand. De huizen worden voorzien van schietgaten. Hier en daar worden tussenmuren in huizen verwijderd om onderlinge contacten tussen de verschillende Belgische stellingen mogelijk te maken.

11:30

Aan de Dender. Bij de Ardeense Jagers wordt de opdracht gegeven terug te trekken om de verliezen te beperken. Een volgende stelling wordt voorzien achter de Molenbeek vanaf Wichelen tot Ottergem.

Duitse aankomende troepen proberen zicht te krijgen op de Belgische stellingen achter de Dender van achter de huizen dichtbij de Dender. De officier met de verrekijker is de Duitse Generaal George von Küchler die aanwezig was bij de laatste aanval om de Dender effectief over te steken te Denderbelle - Foto Collectie Peter Taghon.

12:00

Aan de Dender. De Duitse druk op de stellingen van de Ardeense Jagers wordt onhoudbaar. Elk moment kan een massale aanval uitbreken. De Ardeense Jagers wachten de stoot van de Duitse troepen over de Dender niet af. Op dit uur trekken zij plots terug om zo onnodig veel slachtoffers te vermijden. De Duitse troepen kunnen hierdoor met hun rubberboten de Dender oversteken en meteen wordt gestart met de bouw van een noodbrug te Wieze.

De Ardeense Jagers proberen heelhuids weg te komen en spoeden zich naar hun volgende te verdedigen grenslijn. Dit wordt een lijn gevormd door de Molenbeek tussen Ottergem en Schellebelle waar deze in de Schelde uitmondt. De opdracht voor de Ardeense Jagers luidt die stelling te behouden tot 19 uur.

Aalst. Het wordt een bijna onmogelijke opdracht Aalst te blijven verdedigen. De 3e Ardeense Jagers blijven de vijand opwachten. Enkele verdekt opgestelde kanonnen tussen vaak brandende huizen weten nog enkele Duitse pantservoertuigen uit te schakelen.

Enkele Belgische soldaten wachten bij een Belgische T13 tank met een defect rijwerk en vernield vizier af tot de eerste Duitsers via de brug onder de spoorweg te voorschijn komen. Men keek via de openstaande loop tot men de vijand te zien kreeg door de loop van zijn 47mm kanon. De eerste Duitse pantserwagen kreeg dan ook een voltreffer te verduren, waarna de achtergebleven Belgische soldaten het hazenpad kozen. (Foto links: Mei 1940, Van Albertkanaal tot Leie, foto rechts: Replica)

(*) Dit verhaal wordt echter door sommigen ontkent omdat de T13 die hier deze pantserwagen uitschakelde ook later nog huis zou hebben gehouden in Wanzele (zie verderop).

Al vrij snel verschijnen in het Aalsterse straatbeeld de eerste Duitse troepen. Ze treffen een vrij zwaar beschadigde stad aan, vooral met veel schade rond de door de Belgen bij hun vertrek opgeblazen bruggen. (Foto links: de kaai aan de Dender met heel wat zwaar beschadigde woningen (boek Mei 1940 versie 2010 - collectie P.Taghon) - Foto rechts: Eerste Duitse troepen in de Moutstraat te Aalst (boek Mei 1940 versie 2010 - collectie Ruger)

De meeste Aalsterse bruggen, worden bij het vertrek van de Belgische soldaten, opgeblazen. Hieronder enkele foto's (Foto's Replica).

De foto's hieronder zijn van de opgeblazen spoorwegbrug over de Dender en de Corneliskaai. Het is hier in de buurt dat later een noodbrug werd aangelegd over de Dender. Deze bruggen werden zelfs opgeblazen met nog treinstellen er bovenop. (Foto's Replica)

De foto hiernaast is van een vernielde brug, eveneens te Aalst. Alleen is mijn herkenningszin van Aalst iets te beperkt om ze 100% zeker te kunnen lokaliseren qua plaats in Aalst. De info blijft steeds welkom. (info@bunkergordel.be) (Foto: Replica)

14:00

Melsen. Pas rond dit uur kan het 2e Bataljon van de 7e Linie de twee bunkers, door hen bezet in Melsen, overlaten aan de laatste daar aankomende Jagers te Voet. Ondanks de vermoeidheid nemen de Jagers te Voet de voorzorg wachtposten op te stellen, o.a. te Scheldewindeke op het kruispunt "Het Heet", en te Baaigem aan de herberg "het Hert". Ook in de buurt van Semmerzake worden posten uitgezet alleen heb ik op het moment daar geen weet van de exacte lokatie.Vermoedelijk zijn deze eerder te zoeken in de directe nabijheid van de Scheldebrug te Gavere (die op dat moment nog niet is opgeblazen).

Lede. Bij het terugtrekken vanaf de Dender nabij Denderbelle worden Ardeense Jagers op terugtocht tot achter de Molenbeek tussen Wichelen en Ottergem vaak zo kort op de hielen gezeten dat ze soms nog amper zelf weggeraakten uit reeds door de Duitsers ingenomen gebied. Op die wijze werd nabij Lede een Duitse mitrailleurpost uitgeschakeld door een Peloton Ardeense Jagers. Hierbij werd 1 Belgische soldaat gewond en een andere Sergeant Albert Philippe tot 2 maal toe door een kogel getroffen. Hij bleef echter zijn eigen mitrailleur bedienen tot bij aankomst van het Peloton op de afgesproken bestemming te Lede. Van hieruit werd hij doorgevoerd naar een Gents hospitaal waar hij de dag nadien zou overlijden aan zijn verwondingen.

14:30

Sint Lievens Houtem. De eerste berichten komen binnen dat te Sint-Lievens-Houtem vier Duitse tanks vorderen. Veiligheidshalve worden twee verkenningspatrouilles uitgestuurd ten oosten van de weg Oosterzele-Wetteren, echter zonder resultaat.

Schuttersput

15:00

Kwatrecht. Tot dit uur kregen de soldaten van de 5e Linie de tijd om hun stellingen in te richten en het hoogdringendste veldwerk te verrichten. Dit was mogelijk omdat de Ardeense Jagers tot dan bescherming konden bieden tijdens de werkzaamheden.

(Links: Belgische schuttersput - Foto Replica)

 

De Bunkers die werden ingericht als commandobunkers waren C17 (de schaapstal-bunker naast de oprit van de autosnelweg te Wetteren) en vermoedelijk AV16 (tegen spoorweg, heden aan de achterkant van een chemische bedrijf Superfos langs het fietspad). Er worden na het vertrek van de Ardeense jagers, voorposten uitgestuurd om niet opnieuw verrast te worden zoals in Humbeek gebeurde 2 dagen voordien.

Gegraven Belgische stellingen langs de weg. In de loopgraaf zie je vooraan een opgestelde mortier. (Foto: Replica)

Verdekt opgesteld 47mm kanon in loopgraaf met camouflagenetten
Verdekt opgesteld 47mm kanon in loopgraaf (Foto: collectie legermuseum)
Er is een front te verdelen van 1200 a 1400 meter tussen Gijzenzele en de Schelde. Drie sterk uitgedunde bataljons van de 5e Linie bezetten deze zone. Deze worden in lijnen opgesteld, een eerste lijn waar telkens twee fuselierscompagnieën opgesteld worden en een 2e lijn met nog eens één compagnie. Hiertussen worden nog eens van het 4e Bataljon drie mortierpelotons, drie pelotons C47mm-kanonnen en drie pelotons mitrailleurs, opgesteld. Tussen de bunkers B46 en D23 wordt een compagnie mitrailleurs opgesteld ter verdediging van de Schelde.

Er is algemeen gebrek aan bewapening, munitie, radiomateriaal en voedsel.

14:50

Schoonaarde. Een groep van de 2e Grenadiers is uitgestuurd naar hier om te verhinderen dat de Duitsers te Schoonaarde zouden de Schelde oversteken over de nog steeds bestaande brug. Even later gaat de respectievelijke Scheldebrug de lucht in. Deze groep Grenadiers trekt daarna terug in de richting van Stekene om de rest van zijn eenheid te vervoegen.

15:00

Aalst. De Duitsers bevinden zich op dit moment op ongeveer 4 kilometer van de stad zelf verwijderd.

15:45

Zwijnaarde. Dicht bij het commandohoofdkwartier, wordt in de Heirweg 73 een duivenhok opgeëist. Er worden telkens twee duiven meegegeven naar de opgestelde voorposten zodat deze in contact kunnen blijven met het commando.

16:00

Aan de Molenbeek. Ondertussen rukt reeds het 3e Bat van de Duitse Infanterieregiment 192 onder leiding van Oberst. Wolff, verder op via de weg van Dendermonde naar Wetteren. In de buurt van de Molenbeek (Wichelen aan het huidige waterzuiveringstation op de Dendermondsesteenweg) stoten zij op hevig verweer van Ardeense Jagers, opgesteld achter de beek. De Duitse groep bestond uit drie gepantserde verkenningsvoertuigen, bewapend met machinegeweren, motorrijders en fietsers. Er wordt een Duitse verkenningswagen met mitrailleur buiten strijd gesteld. De brug over diezelfde Molenbeek op de Dendermondsesteenweg wordt opgeblazen voor de ogen van de eerste Duitsers en de twee resterende pantserwagens, die op dat moment op enkele honderden meters waren genaderd. Terwijl de rest van de Ardeense Jagers zich probeert veilig terug te trekken weet een groepje, bestaande uit de sergeanten Dony en Poncin en twee soldaten Cuvellier en Bellin zich in een schutterskuil op te stellen. Met zijn vieren weten zij de Duitsers meer dan een uur tegen te houden. Mitrailleurkogels en granaatscherven bestempelen echter hun lot. Soldaat Bellin sneuvelt als eerste, kort nadien in zijn lot gevolgd door soldaat Cuvellier. Als een klein uur later de schuttersput eindelijk wordt bereikt door de eerste Duitsers vinden ze daar de 2 Sergeanten Dony en Poncin zwaar gewond in terug. Sergeant Dony zit nog achter de MG met een been zo goed als volledig er afgeschoten door vijandelijke mitrailleurkogels. Sergeant Poncin ligt eveneens in de put met de beide longen door kogels doorboort.

16:30

Wanzele. Het 3e Bataljon van het 192e Regiment probeert ondertussen via derderangswegen parallel met de steenweg op te rukken doorheen de dorpskom van Wanzele. Deze eenheid is dringend aan rust toe en neemt zijn rustkantonnement in het dorp.

Het 3e Bat van de 192e Duitse ID had zich een kantonnement gezocht nabij de Wijk Boeygem te Wanzele-Bruinbeke. Kort nadat deze Duitste troepen zich hier vestigden, duikt er een Belgische verkenningseenheid op van motorrijders van het 3e Bat van de 1e Ardeense Jagers. De Belgische motorrijders weten te ontkomen uit een Duitse omsingeling door de hulp van een Belgische T13-tank. De T13 tank vuurt als een bezetene rondom zich en slaagt er bij zijn vertrek uit het dorp nog in een Duitsebevoorradingswagen op te blazen. Daarna weet hij met hevig machinegeweervuur de dorpskom te ontruimen van Duitsers. Aan Duitse kant vallen er acht doden en twintig gewonden. Zowel de T13 als de Belgische motoren weten het dorp veilig te verlaten.

(*) Er doet ook een verhaal de ronde dat de T13 die hier in Wanzele huis hield, dezelfde zou zijn geweest die in Aalst nog deze zelfde dag een Duitse pantserwagen uitschakelde (zie hogerop het betwijfelde verhaal over de uitgeschakelde pantserwagen met het het kanon met defect vizier).

16:40

Het 4e geniebataljon krijgt opdracht tot aanleggen van anti-tank mijnenvelden. Dit gebeurt niet enkel langs de grootste hoofdwegen maar ook langs parallelle tweederangswegen. Er zouden later aan Duitse kant verschillende doden vallen en materiaal verloren gaan door deze mijnenvelden. Ook de Belgische troepen zouden niet altijd gespaard blijven van hun eigen gelegde mijnen.

kaart met mijnenvelden aangelegd door 4e Genie in de regio van Oosterzele tijdens 18 daagse veldtocht

Kaartje met de door de 4e Genie aangelegde mijnenvelden tijdens de achttiendaagse veldtocht in de regio van Oosterzele - (kaartje: Collectie de Muntenaar).

17:00

Dendermonde. De stad is volledig in Duitse handen en wordt vrij van geallieerde troepen verklaard. De stad zou volgens inwoners het laatst verdedigd geweest zijn door Franse troepen.

Er worden her en der belangrijke verkeersslagaders opgeblazen om de Duitse opmars af te remmen. Dit gebeurt te Impe, Bambrugge en op de Geraardsbergsesteenweg te Oombergen. Te Erondegem wordt de brug over de Molenbeek op de grote steenweg opgeblazen.

Een zicht op het commando van de 25e Aufklärungsabteilung onder leiding van Oberleutnant Rodt (tegen auto leunend.) De foto is genomen voor de OLV kerk te Dendermonde (Foto: Replica)

18:00

Wieze. De rest van de Duitse 192e Infanteriedivisie is eveneens te Wieze de Dender overgestoken. Ze zet nu haar tocht richting Bruggenhoofd Gent verder. Het Duitse 192e ID besluit zijn Staf, 1e en 2e Bat te laten kantonneren in de buurt van Wichelen. De rest van de 192e ID is letterlijk na de gebeurtenissen te Wanzele het spoor van het 3e Bat van de 192e ID en zijn commandant Wolff kwijt. Meerdere uitgestuurde motorestaffettes komen terug zonder contact hebben te hebben gemaakt. Er komen zelfs 2 estaffettes totaal niet meer terug van hun verkenningstocht. Ze worden als vermist opgegeven.

Binnen de 56e Duitse Divisie is men zelfs eigenlijk het spoor van de volledige 192e ID kwijt.

19:00

De Ardeense Jagers krijgen opdracht zich opnieuw terug te trekken tot op de lijn gevormd door de Oostgrens van Wetteren, Massemen, Westrem en Oosterzele. Dit moet ongeveer de lijn zijn die gevormd wordt door de verschillende bestaande voorposten met elkaar te verbinden. Deze lijn dient ten allen tijde behouden te blijven tot 23 uur. Tevens krijgen de drie Regimenten Ardeense Jagers hun posities door die zij na hun terugtocht door het bruggenhoofd zullen innemen op de westelijke Schelde-oever. Dit geeft hen tevens de mogelijkheid te hergroeperen en te herorganiseren.

20:00

Aan de Molenbeek. De Ardeense Jagers beginnen met zich nogmaals een tweede keer te verleggen, dichter bij Bruggenhoofd Gent. Ditmaal is de nog te behouden lijn gevormd door de Oostkant van Wetteren en de Maalbroekbeek. Door de hevige contacten aan de Molenbeek te Wichelen, blijken de Duitsers echter de terugtrekkende Ardeense Jagers voorlopig niet meer te volgen.

Gijzenzele. Een gevechtseenheid van de 9e Compagnie van de 6e Linie stelt zich op aan de bunker van het Klein Bos, (AV11) en de andere aan de rand van het gebied dat wordt verdedigd door de 5e Linie. Twee gevechtsgroepen van het Eskadron Wielrijders van de 2e ID moeten zich opstellen in de buurt van de twee voorposten maar stellen zich verkeerdelijk op in de buurt van de Meerstraat.

Foto van een groep Belgische Wielrijders. Archief Cegesoma.
belgische cyclisten tijdens 18 daagse veldtocht

Kwatrecht - Gijzenzele. De scheidingslijn tussen de 5e en de 6e Linie loopt vanaf de Schoolstraat over de Langestraat, Bosstraat zo naar de Geraardsbergsesteenweg te Gontrode. De Bunkers A38 (in de Schoolstraat) en D17 (in de Langestraat) werden bemand door de 5e Linie. Te Gijzenzele zit in eerste lijn het 3e Bataljon van de 6e Linie, te Kwatrecht eveneens het 3e Bataljon van de 5e Linie. In steun in 2e lijn bevindt zich het 28e Linieregiment.

Aan de Molenbeek. De Duitsers proberen het terrein tot aan de Molenbeek, beginnend vanaf Ottergem, Erondegem tot Schellebelle en Wichelen (nu bezet door Ardeense Jagers) in handen te krijgen.

De Duitse troepen krijgen de volgende opdrachten van hun oversten.

  • Verkenningsgroep 25 moet via Westrem naar de Scheldebruggen te Zwijnaarde en Eke proberen doorbreken om zo naar Deinze zien te geraken.
  • Infanterieregiment 192 moet via Wichelen, Lede en Erpe over Westrem doorstoten naar Gent.

De Ardeense Jagers wachten de definitieve Duitse aanval op de stellingen aan de Molenbeek niet af. Ze trekken zich opnieuw stillaan terug in de richting van Bruggenhoofd Gent. Ze stellen zich nog een laatste maal op achter de Maalbosbeek in Wetteren om die positie te behouden tot 23 uur. Dan mag immers Bruggenhoofd Gent vrijgegeven worden.

20:30

Wieze. De Duitse noodbrug aan de Dender is klaar voor gebruik. Massaal begint de overtocht van zwaarder Duits materiaal over de Dender.

Oosterzele. Er komt een gemotoriseerde patrouille van de 2e cavalleriedivisie binnen bij de 15e Linie. Ze kunnen op het laatste nippertje verwittigd worden voor het gevaar van de aanwezige mijnen. De Duitsers zijn op dat moment aangekomen te Burst. In de verte klinkt zwaar artilleriegebulder uit oostelijke richting. Tevens ziet men rook van benzinedepots die in de vlammen opgaan langs het kanaal Gent-Terneuzen.

Moortsele. Veiligheidshalve zet de commandant aan de bunker aan het bosje van Rattepas, een achthonderd meter verder, ook nog een kleine post uit.

Scheldewindeke. Soldaat Robert Van Steenberge, die zelf woonachtig was te Scheldewindeke op de Patattenhoek, was allicht geplaatst op de achterlijn ter hoogte van Bottelare want hij maakte deel uit van de 22e Artillerie die normaal gezien wel zal opgesteld gestaan hebben op de achterlijn. Zo dicht bij huis zijnde, moet hij hebben gedacht toch nog eens voor de hel kon losbarsten zijn thuis te bereiken. Per fiets moet hij ter hoogte van de Belgische bunker Av8 op de kop van de helling van de Van Thorenburghlaan te Scheldewindeke aangemaand zijn door ander Belgische soldaten in de buurt van de bunker het wachtwoord terug te roepen. Heeft hij dit wachtwoord niet geweten of heeft hij misschien in licht beschoten toestand (na familie en burenbezoekje...) iets verkeerds gedaan, in elk geval is er verschillende keren op hem geschoten, zo goed als zeker door Belgische soldaten. De soldaat werd in zijn onderbuik getroffen toen hij op de weg stond met de fiets tussen zijn benen. Hij overleed ter plaatse aan zijn verwondingen en werd in een tijdelijk veldgraf begraven. Hij ligt nog altijd begraven op het kerkhof van Scheldewindeke.

21:00

Wieze. Het 3e Duitse Artillerie Regiment 156 trekt de Dender over, zij zullen verder trekken in de richting van Lede om zo via Oordegem Bruggenhoofd Gent te benaderen.

 

Munte. De 2e Compagnie van het 5e Geniebataljon moet nog snel de vele dikke bomen omzagen die het schootsveld van de zware bunker Mu9 belemmeren aan de Hundelgemsesteenweg.

Bunker Mu9. In elk geval stond langs de steenweg aan de zijde van de bunker, een rij grote bomen die nog dringend dienden omgelegd te worden.

Moortsele. Er worden mijnen gelegd onder de hoofdwegen vrij kort voor het Bruggenhoofd. Dit is zo onder andere op de Ruspoel en de steile kasseiweg van de Asselkouter te Munte.

Gijzenzele. Er wordt een gevechtseenheid van de 9e compagnie van de 6e Linie uitgestuurd ter bescherming van de schaapstalbunker Av11 voor het Halvemaanbos. Een tweede compagnie wordt links van Gijzenzele gepositioneerd om de verbinding te bewaren met de 5e Linie in de zone Kwatrecht. Van de 6e Linie blijft 1/3 gedurende de nacht aan het werk, 1/3 hield de wacht bij de stellingen en 1/3 rust uit bij de stellingen.

22:00

Aan de Molenbeek. De Duitse Verkenningseenheid 25 is ondertussen volledig doorgestoten tot de grens gevormd door de Molenbeek, genoemd de linie Halfbunder, Erondegem, Ottergem. Te Ottergem geraakt een Duitse bevelhebber levensgevaarlijk gewond in een hevig Belgisch spervuur. Hij overlijdt de dag nadien in het hospitaal te Tielt.

Lede. Er ontstaat een vrij hevig gevecht tussen Belgische motorrijders aan de westkant van Lede met de Duitse Aufklärungs Abteilung 25 (verkenningseenheid). Er wordt door de Belgen teruggetrokken, maar ze weten één Duitse gevangene mee te nemen.

Deze beide acties leiden ertoe dat de Duitse verkenningseenheid AA25 voorlopig voor die dag hun optocht uitstellen tot de de dag nadien.

23:00

Lede. Aankomst van het 3e Duitse Artillerie Regiment.

Moortsele. Bij de 15e Linie beginnen Ardeense Jagers binnen te lopen die hun laatste vertragingsopdracht hebben voltooid, de vijand staat dus bijna voor hun neus. De Jagers hebben hun opdracht volbracht daar zij bruggenhoofd Gent niet mochten vrij geven tot dit uur. Zij beginnen nu ten volle aan hun terugtocht. Het 1e Reg. Ardeense Jagers zal via Wetteren doortrekken tot Zwijnaarde dorp. Het tweede Reg. trekt richting Zwijnaarde brug. Het 3e Reg. wordt te Semmerzake verwacht.

Aan Duitse zijde is bij de generale staf van de 56e Divisie nog altijd het spoor bijster van de 192e Duitse ID van Oberst Wolff.

Het Duitse 192e IR zou deze dag binnen zijn 3e Bataljon 8 doden en 20 gewonden betreuren, allen gevallen bij een actie te Wanzele-Bruinbeke.

Situatie op 19 mei 1940, 's avonds. De Duitse doorbraak in Noord Frankrijk gaat gewoon verder. Alle Luikse forten van de oude gordel zijn ondertussen gevallen. De 3 oostelijk bijgebouwde forten houden nog stand. Te namen is ook het tweede noordelijke fort van Suarlée gevallen. Een confrontatie aan TPG lijkt nu wel heel dichtbij. (Schets: De Achttiendaagse veldtocht - Ministerie van Landsverdediging)
Home Terug naar bovenkant pagina Vorige Volgende